Waarom God kleineren met een kleine letter? God was god, maar had weer God moeten heten

In de bijlage Boeken viel mijn oog op de kop boven de bespreking van het klassieke boek van Max Weber over de band tussen het protestantisme en het vroege kapitalisme. Die kop luidt: Hoe god geld werd (14 december).

Ik vind dat een typisch voorbeeld van de (meestal aan gelovigen toegeschreven) kwaal om de drift tot getuigen voorrang te geven boven de waarheid. Ongelovige scribenten willen dat al enige tijd graag laten zien door God met een kleine letter te schrijven.

Toen het besproken boek verscheen, was de aanduiding ‘God’ met een hoofdletter nog gebruikelijk. En die God, met een hoofdletter, werd geld. Niet de toen nog niet bekende ‘god’. De koppenmaker had zich moeten spiegelen aan Geert Mak en zijn Hoe God verdween uit Jorwerd.

A.L. de Werker,

Groningen

De vuistregel bij de krant is dat de christelijke God een kapitaal krijgt, maar dat in het algemeen sprake kan zijn van ‘een god’, of ‘god’, zoals in: ‘de Griekse goden’.

Dat onderscheid lijkt mij terecht, want God is in het christendom geen soortnaam maar een persoonsnaam. De theologie legt de nadruk op het persoonskarakter van de Schepper, met wie de gelovige een relatie kan onderhouden. Jezus – mens én God – compliceert de zaak enigszins. Als hij volledig God is, hoe kon hij dan lijden en sterven? En als hij volledig mens is, hoe kon hij ons dan verlossen? Het concilie van Chalcedon (451) formuleerde uiteindelijk de orthodoxie: Jezus kent twee naturen, verenigd in één persoon.

Wat de kop betreft: volgens de redactie stond er eerst Hoe geld god werd (een god), maar Weber betoogt eerder het omgekeerde. Dus werd de kop omgedraaid. Alleen werd vergeten van het algemene begrip ‘god’ de christelijke eigennaam ‘God’ te maken.