Sportjaar

H et Sportjaar 2012 is in mineur geëindigd. Met als absoluut dieptepunt de slachting van grensrechter Richard Nieuwenhuizen. Hij, nobele dienaar en vrijwilliger, betaalde zijn hobby en gemeenschapszin met zijn leven. Ook nog onder de ogen van zijn zoon.

Ineens versterven berichten over georganiseerde doping bij de wielerploeg van Rabobank tot ruis van een fait divers. De jongens hebben gespoten, maar leven nog. Richard Nieuwenhuizen niet meer.

En wie geeft nog om zijn weduwe en zoon?

Een stille tocht, rouwbanden in de eredivisie, een minuut stilte, bloemen en kaarsen – make-up van verlies en eenzaamheid, meer is het niet. Er werd op Nederlandse voetbalvelden onverminderd gedold en gejuicht bij een doelpunt.

Nog steeds waren scheids- en grensrechters hoerenzonen. Misschien wel homo’s.

Eindigen niet alle overzichten van het sportjaar in mineur? De doden worden geteld, de drama’s overbelicht, schandalen uitgevent als kookboeken. Willem van Hanegem had voor de volle honderd procent gelijk toen hij in zijn column het boek over Andy van der Meyde de grond in boorde. Wat moet je als voetballiefhebber met liederlijke neukscènes van een mislukt talent?

Het is verleidelijk om de val van Lance Armstrong tot dieptepunt van het jaar uit te roepen. Ik doe het niet: Armstrong is het dieptepunt van de 21ste eeuw. Veelvraat in leugen en bedrog. Maar ook weer niet het enige icoon van de erfzonde. Erger dan zijn dopingpraktijken is zijn halsstarrige weigering tot ruiterlijke bekentenis. Een kwalijke erfenis voor jonge wielrenners: rommel en zwijg! En huur iets van charitas in als mistgordijn.

Zo blijf je altijd slachtoffer.

Treurig was de afgang van het Nederlands elftal op het EK in Polen en Oekraïne. Al was het ook een opluchting: geen boottocht door de Amsterdamse grachten. Niet de hysterie in het verlies zoals twee jaar eerder na het WK in Zuid-Afrika. Over het verval van Oranje is lang niet alles gezegd. Families van spelers en trainers werden op het thuisfront bedreigd. Politiebewaking was soms geboden.

Wilde dweepzucht aan de grens van intimidatie verwacht je bij clubs. Minder geweten is dat het Oranjelegioen ook van een onbeheersbare bloeddorst is.

Beul en rechter in één persoon.

De chique van Oranje is een even grote leugen als het mombakkes van onschuld dat Lance Armstrong heeft opgezet.

Faux chic.

Je kan geen sporten vergelijken. Ook daarom is de toekenning van titels als sportman of sportvrouw van het jaar eerder commercie dan een representatief waardeoordeel. Darts en zwemmen: begin maar! Of hoe markeer je de sportieve grandeur van curling versus biljart? Marianne Vos is een beest op de fiets. Maar dat is Ranomi Kromowidjojo in het water ook.

Lief en welopgevoed zijn ze allebei.

Ik weiger vredig in te dommelen in het hemelrijk van één sporter, van één moment. Al was de afsprong van Epke Zonderland na zijn vlekkeloze combinaties aan de rekstok wel fenomenaal. Zo fenomenaal dat ik dacht: hoeveel mens ben je nog, Epke?

In hun eeuwige repetitio wilden zelfverklaarde kenners de prestigeslag tussen Messi en Ronaldo beslechten? Messi is een doelpuntenmachine van gene zijde. Maar voetbal is meer dan scoren. In uitstraling wint Ronaldo met verve van Messi: tegelijk god en vijandbeeld.

Met Lionel nuttig je een gebakje.

Omdat ik niet te beroerd ben over mijn eigen weerzin heen te stappen, benoem ik toch maar de sportman van het jaar: scheidsrechter Serdar Gözübüyük. De man die Groningencoach Maaskant het armbandje met het woord ‘Respect’ voorhield. Vervolgens werd hij door de in wijwater gedrenkte KNVB even op rust gesteld.

Schijnheiliger had ik het niet eerder meegemaakt.