Sneller met grote ogen

Snellere dieren hebben grotere ogen. Dat verband was al vastgesteld bij vogels, maar deze Wet van Leuckart blijkt even goed voor zoogdieren op te gaan. Dat schrijven antropologen van de University of Texas (The Anatomical Record, 27 april 2012).

Grote ogen geven meer ‘pixels’ in het beeld. Daardoor zien dieren meer details, en dat is belangrijk om bij hoge snelheden botsingen te voorkomen of prooien te vangen. In uiteenlopende zoogdiergroepen, van evenhoevigen tot knaagdieren, bleek de topsnelheid, gecorrigeerd voor lichaamsomvang, een voorspeller van de diameter van de oogbol.

De mens ontbreekt in de analyse, maar uit bestaande literatuur leidden de auteurs af dat Homo sapiens eigenlijk te grote ogen heeft: 23,3 mm in plaats van de 19,9 mm die volgt uit zijn topsnelheid (37 km/u voor sprinters). Het herkennen van gezichtsuitdrukkingen heeft mogelijk de evolutie ervan gedreven, opperen ze. Was de mens zo per toeval al voorbereid op de snelheid van het moderne leven? Of zou het menselijk oog ook als dat van een ruiter geëvolueerd kunnen zijn? In de analyse mist helaas het paard (oogbol 30 mm). Sander Voormolen