Overwinteren op 76 graden noorderbreedte

Maart, aprilCanadaDe bewoonde wereld – dat wil zeggen, het dichtstbijzijnde Eskimodorpje – ligt vijftig kilometer verderop. Buiten is het 40 graden onder nul, in de kajuit van de Vagabond is het, dankzij de dieselkachel, een kleine zestig graden warmer.

In de herfst van 2011 lieten de Franse wetenschappers Eric Brossier en France Pinczon du Sel, en hun twee dochters Léonie (5) en Aurore (3), zich met hun zeilschip invriezen op 76 graden noorderbreedte, in een inham van Ellesmere Island, het noordelijkste stukje van Canada.

Samen met een reeks bezoekende wetenschappers onderzochten ze onder meer het geluid van walrussen onder water. Ook maakten ze een film voor een instituut in Brest, hun Bretonse thuishaven. Maar hun expeditie draait vooral om wat ze „het menselijk avontuur” noemen: samenleven met een jong gezin in „een pure omgeving” van elementaire, soms barre omstandigheden, ontmoetingen met hongerige ijsberen en de gastvrijheid van de Inuit. Fotograaf Jean Gaumy, die in maart en april aan boord kwam, probeerde juist die momenten vast te leggen.

In de Arctische zomer gaat de zon er nooit onder en baadt het landschap in een meedogenloos licht. Maar bijna vijf maanden lang, van november tot eind maart, komt de zon niet boven de horizon uit. De zonnepanelen van de Vagabond zijn dan nutteloos, een generator voorziet het jacht van stroom. Drinkwater maken ze door ijs te smelten.

Het overwinteren noemt Brossier „zonder twijfel de mooiste tijd”: de enorme helderheid van de sterren door het ontbreken van waterdamp in de atmosfeer, het soms rossige schijnsel van de maan op de sneeuw, de kou buiten en „de warme cocon van ons schip”, de magie van het noorderlicht waarnaar hun jongste dochter is vernoemd, en dan, na 112 nachten, de eerste zonnestraal.

Op 7 juli 2012 konden ze het anker lichten en keerden deining en getij terug. Vagabond staat sinds twee maanden in Canada op de wal. Het gezin-Brossier brengt de winter van 2012 in Bretagne door. (HS)