Opinie

    • Youp van 't Hek

Niets anders dan Marco

Marco. Zo zou hij heten. Geen twijfel mogelijk. Gewoon Marco. Hij zou niet als eerste over namen beginnen. Dat is vrouwenwerk. Maar op het moment dat zij zou zeggen: „Hoe zullen wij hem noemen als het een zoon wordt?” Dan zou hij zeggen dat-ie een paar dagen zou nadenken. Hij zou doen of het moeilijk was. Anders viel het teveel op. Maar na een paar dagen kwasi-geïnteresseerd bladeren in zo’n namenboekje zou hij opeens zeggen: „Marco”. Niet te zacht en zeker niet te hard, maar gewoon: „Marco, wat vind jij van Marco?”

„U lijkt niet echt enthousiast”, zei de dokter die hem zojuist het blijde nieuws verteld had. Hij schrok op en stamelde als een Nederlandse acteur in een docudrama van de VARA.

De dokter pruttelde nog wat na over terugkomen, controles, liever niet roken, drinken met mate, thuis bevallen, zwangerschapsgymnastiek (mooi scrabblewoord!!!), folders, kraamhulp en andere westerse gewoontes bij het werpen van het meest natuurlijke. Maar hij was alweer weg. Marco, en niets anders dan Marco.

Er werd champagne op het goede nieuws gedronken (zij met mate) en het moest aan de wederzijdse ouders worden verteld. „Hebben jullie al gedacht over een naam?”, was het steevaste onderwerp. „Dat is nog zover weg”, antwoordde hij nonchalant.

Meisjesnamen kwamen in de komende maanden niet eens in hem op. Zijn vrouw opperde wel eens Hedweg of Esther of Lieve of Lijsbeth en zij kwam zelfs met de naam Bloemen op de proppen, maar hij dacht: Marco heet gewoon Marco.

Het stadion scandeerde zijn naam. Na een heerlijke goal, die schitterende omhaal of dat niet na te vertellen hakje. Normaal riep hij mee. Bij Stanley. Bij Frankie. Maar bij Marco keek hij om zich heen. Een beetje verdwaasd. Hij genoot en stak een verse sigaret op zonder de anderen er een aan te bieden en dat was zeer tegen zijn gewoonte in. Na Malmö thuis wist hij het helemaal zeker. Marco en alleen echtscheiding zou dat kunnen verhinderen. Donderdags begon hij erover. Wat zij van de naam „Marco” dacht. Zij vroeg of hij nog koffie wou en dacht er in de keuken over na. Zij kende die naam ergens van. Toen zij dat zei, reageerde hij verbaasd en noemde alle namen uit hun omgeving. Neefjes, nichtjes, buurkinderen, het kroost van alle vrienden, het ongeregeld grut van zijn collega’s. Hij overtuigde haar niet, maar uiteindelijk ging zij akkoord met zijn voorstel: als het een meisje wordt, mag jij de naam kiezen en als het Marco wordt, dan heet-ie Marco.

Op zaterdag werd hij geboren en ’s middags spraken de zusters (sorry, verpleegkundigen!) al niet meer over de baby, maar over Marco. Zijn komst werd goed en stevig gevierd. Vooral na het bezoekuur. De volgende ochtend werd hij uit zijn bed gebeld door de kraamhulp, die een glasbak lege flessen opruimde en hem van dusdanig veel koffie voorzag dat zijn vrouw hem zou herkennen. Hij haalde haar op uit het hospitaal. Maar meer nog haalde hij Marco.

Familie, schoonfamilie, taart, bijtringen en de meest vreselijke, zelfgebreide onzin kwamen zijn huis binnen. Om een uur of een was het over. „Moeder en kind rusten tussen 1 en 3 uur.” Zij had het zelf op het kaartje laten zetten.

Om half twee ging hij even tanken. En om twee uur zat hij op zijn vaste stek. Vak C. Alleen maar om de jongens te vertellen dat-ie vader was geworden. Het eerste kwartier zou hij meepikken en dan moest-ie echt weg.

Het kwartier duurde de hele wedstrijd en het stadion riep veel en vaak om zijn zoon en hij riep mee. Harder dan ooit. De oudste van zijn vrienden raadde hem aan om naar huis te gaan. Hij had bij de geboorte van zijn Johan ook zo’n gelul gehad en daar had zijn vrouw het nog regelmatig over, terwijl het al twaalf jaar geleden was. Hij ging vijf minuten voor het einde weg. Hij was om half vijf thuis. Zijn vrouw keek teleurgesteld. Hoe kon hij nou op deze middag naar Ajax gaan? Had-ie dan echt geen gevoel?

Hij verdedigde zich. Hij zou eigenlijk maar een kwartiertje en zij lag toch te slapen, maar toen was het zo spannend en was hij de tijd vergeten en verder zou hij de hele week… Als een kind zo schuldig en onschuldig stond hij te stotteren alsof zij de schoolconciërge was bij wie hij een briefje moest halen. Zijn vrouw zei dat zij hem begreep en er verder geen woorden meer aan vuil wilde maken. Er kwam namelijk bezoek. Zijn oudste broer met zijn vrouw. Het kind werd bewonderd en was precies zijn vader. Vooral de neus en de ogen.

Daarna vroeg zijn broer hoe Ajax had gespeeld. Er zijn nu eenmaal belangrijker dingen in het leven (zeker in het weekend). „3-0”, riep hij snel, „een keer Johnny en twee keer Marco”. Zijn vrouw schoot overeind en begreep het nu pas. Toen kwam er een zinloze discussie. De mannen pal tegenover de vrouwen. Allebei wind tegen. Toen zij uiteindelijk toch maar het glas hieven op de toekomst van Marco zei zijn broer: „Er is nu toch niets meer aan te doen”. „Inderdaad”, zuchtte zijn vrouw, „Abe heeft gelijk. Er is niets meer aan te doen”.

De eerste column van Youp van ’t Hek verscheen op 10 april 1987.

    • Youp van 't Hek