Met mayonaise naar Bulawayo

Zuid-Afrika heeft ruim een miljoen immigranten uit Zimbabwe. Voor de feestdagen keren zij terug naar familie. „Ik leef soms dagen op brood en thee om te sparen.”

De automonteur zit met een fles brandy & cola tussen zijn benen achter het stuur. Rook komt uit de motorkap. Nog geen uur buiten Johannesburg en de oude Volkswagen met 244.380 kilometer op de teller heeft het begeven. De enige beschikbare redder in nood deze zondagochtend is een twintiger die stinkt naar drank.

Hij heeft al 24 uur niet geslapen. Dit is voor hem hoogseizoen. Dag en nacht rijdt hij langs de snelweg N1 van Johannesburg naar de grens met Zimbabwe in het noorden. Om de vijf kilometer vindt hij wel een oververhit oud koekblik of een wagen met een te zwaar beladen aanhanger die door de as is gegaan.

De tweede helft van december vindt er een uittocht plaats vanuit Johannesburg. Terwijl de rijkere Zuid-Afrikanen naar de kust trekken voor strandvakanties, reizen Zimbabweaanse immigranten massaal naar hun families. Precieze cijfers zijn er niet, maar naar schatting wonen tussen de 1 miljoen en 1,5 miljoen Zimbabweanen in Zuid-Afrika. Iedereen die het kan betalen, gaat naar huis.

Onder hen is de 29-jarige Nono. Ze zit op de achterbank van een kapotte Volkwagen Citi Golf. Van haar Nokia leest ze een bericht voor van haar tante in Zimbabwe. „Heilige geest denk aan je kinderen die hun lange reis naar huis beginnen. Verwijder alle omwegen die hen in de weg kunnen staan.”

Nono werkt in Zuid-Afrika als schoonmaakster en is samen met haar 10-jarige neefje Tapuwa op weg naar Bulawayo, de tweede stad van Zimbabwe. Achter het stuur zit Smolly, een Zimbabweaanse verzekeringsadviseur die ook in Johannesburg woont en samen met haar 4-jarige dochtertje Angel reist.

Nono is gespannen. Ze is illegaal in Zuid-Afrika en kan alleen de grens over door politie en douanebeambten om te kopen. Ze hoopt dat die geen bonus eisen voor de feestdagen.

Al wekenlang wordt Nono ’s nachts rond een uur of twee wakker in de kleine kamer die ze huurt in een township bij Johannesburg en staart naar foto’s van haar kinderen. Zestien maanden geleden zag ze de 13-jarige Shantel en de 4-jarige Muzi voor het laatst. Haar kinderen wonen bij oma. „Als alleenstaande moeder met een slechte baan is het beter dat mijn kinderen in Zimbabwe zijn”, zegt Nono. Maar de heimwee is zo sterk dat haar stem niet overtuigt.

Een afstand van 855 kilometer scheidt haar van de stad die ze acht jaar geleden verliet wegens uitzichtloosheid. Toen ze geboren werd, was Zimbabwe net onafhankelijk geworden van de Britten en werd president Robert Mugabe door velen gezien als de held die het land mede had bevrijd. De velden stonden vol tabak en maïs, het land had een prijzenswaardig onderwijssysteem en de economie groeide.

Maar de graanschuur van de regio gleed vanaf 2000 af. Boerderijen van blanke boeren werden met geweld bezet en de economie en voedselvoorziening raakten in een zware crisis. Door hyperinflatie werd geld waardeloos. De komst van oppositiepartij Movement for Democratic Change (MDC) zorgde voor veel geweld. Mugabe en zijn partij ZANU PF gebruiken terreur om de macht te behouden. Vooral Zimbabweanen tussen de 21 en 40 jaar gingen massaal op zoek naar groener gras. Degenen met een opleiding zetten koers naar onder meer naar Groot-Brittannië. Degenen zonder opleiding, zoals Nono, gingen naar Zuid-Afrika om daar te werken als straatverkoper, schoonmaker, tuinman of beveiliger.

Nono is een praatgrage eind twintiger die het grootste deel van haar vrije tijd doorbrengt met chatten met vrienden op haar smartphone. Ze draagt een rugbyshirt van het Zuid-Afrikaanse nationale team Springboks, een cadeautje van haar baas, en heeft speciaal voor haar bezoek aan huis nephaar met een paarse gloed in laten zetten.

Ze herinnert zich de dag van haar vertrek nog goed, vertelt ze op de achterbank van de wagen. Het was februari 2004 toen ze het kleine huis van haar moeder verliet met alleen een tas met wat kleren. Ze vertrok terwijl haar dochter Shantel op school was. Afscheid nemen was te moeilijk. Moeder Ronica omhelsde haar. „Vergeet je familie niet”, fluisterde ze.

Haar moeder wilde niet dat ze vertrok, vertelt Nono. Ze vreesde het Johannesburg waarover ze hoorde, met zijn krottenwijken en criminaliteit. Maar na de dood van haar vader, een paar jaar eerder, was het voor Nono’s moeder moeilijk om alleen het gezin te onderhouden. Ronica betaalde 1.500 Zimbabweaanse dollars, destijds zo’n 80 euro, om Nono illegaal de grens over te laten smokkelen.

De auto start. De monteur weet ondanks zijn bloeddoorlopen ogen de aansluiting van de bougie met de motor te repareren. Nog driehonderd kilometer naar de grens. Nono belt haar moeder en geeft de telefoon aan haar neefje om met oma te praten. „We komen er nu echt aan”, zegt hij enthousiast.

De wagen schiet langs zwaarbeladen bussen en aanhangwagens. Wielen staan scheef onder het gewicht. Ze zijn volgeladen met meubels, kleding en levensmiddelen. Bovenop een berg bagage balanceert zelfs een badkuip. Immigranten sturen massaal een deel van hun loon naar huis. En dat doen ze niet alleen met de feestdagen, 90 procent doet dit iedere maand. Ze geven boodschappen of enveloppen met geld mee aan buschauffeurs en koeriers met aanhangers.

Deze levenslijn vanuit Zuid-Afrika houdt nu al ruim een decennia miljoenen Zimbabweanen in leven. Uit onderzoek van de Zimbabweaanse professor Daniel Makina van de Universiteit van Zuid-Afrika (UNISA) in Pretoria blijkt dat 42 procent van de Zimbabweaanse immigranten in Zuid-Afrika voor drie of vier personen in hun thuisland zorgt; 30 procent onderhoudt meer dan vijf mensen. Gemiddeld sturen ze 27 euro per maand aan contanten of goederen naar huis. Dat klinkt als een laag bedrag, maar uitgaande van minstens een miljoen Zimbabweanen in Zuid-Afrika gaat het jaarlijks om 324 miljoen euro.

Ergens tussen Johannesburg en Bulawayo is ook Nono’s bagage onderweg met een koerier. De auto was te klein voor al haar cadeaus. „Ik verdien 280 euro per maand en stuur doorgaans tussen de 60 en 100 euro naar huis. Maar met de feestdagen zijn de verwachtingen groter.” Ze heeft voor 300 euro aan pasta, witte bonen in tomatensaus, suiker, kookolie, rijst, maïsmeel, mayonaise, ketchup en vis in blik gekocht. En ze heeft ook nog een koffer vol kleding ingeslagen voor haar familie – 200 euro op afbetaling.

De auto mindert vaart. De politie blokkeert de weg en leidt het verkeer langs een uitgebrand autowrak. „De laatste 24 uur zijn er zeventien verkeersdoden gevallen”, meldt het radionieuws. Nono’s vriendin Smolly wil het niet horen en zet een cd op van de Zimbabweaanse zanger Lovemore Majaivana. „Zelfs als ik hard probeer pas ik niet meer in dit land”, zingt hij in Ndebele. „Het is een aanklacht tegen Mugabe die een land creëerde dat veel Zimbabweanen moesten verlaten”, meent Smolly.

Het landschap verandert. De imposante baobab, waarvan de stam een omtrek van ruim dertig meter kan behalen, is het eerste teken dat de vrouwen bijna in hun thuisland zijn. Ze zijn niet de enigen. Een kilometer voor de grens van Beitbrigde staat het verkeer muurvast. Nono ligt op de achterbank van de wagen in haar bh. Ook de toenemende hitte is een teken van een naderende thuiskomst.

Nabij deze grensovergang kwam Nono de eerste keer illegaal het land binnen. In het donker leidden de smokkelaars haar en de andere illegale immigranten door de bosjes. Ze was nog nooit zo bang geweest. „Ik dacht aan de vele begrafenissen die ik in Bulawayo had bijgewoond van degenen die het niet hadden gered.” Vluchtelingen kwamen om in de rivier Limpopo vol krokodillen of werden door leeuwen verscheurd in een van de wildparken langs de grens. Maar Nono was vooral bang voor de bendes die op zoek waren naar de vluchtelingen om ze te beroven en verkrachten.

De tocht in het donker was zwaar. Na elf uur lopen zakte ze in elkaar. „Ik kon niet meer. Ik wilde achterblijven.” Een man droeg haar op zijn rug. Dichtbij de grens stuitte de groep op een patrouille. Hoog gras bood een toevluchtsoord. Ze hielden hun adem in. Toen de voetstappen voorbij waren, kropen ze onder het hek door. Nono was in Zuid-Afrika. De woorden van haar moeder echoden in haar hoofd. „Vergeet je familie niet.”

Nog steeds heeft ze geen legale papieren, maar onder hekken doorkruipen doet ze niet meer. Met het betalen van smeergeld aan de grens kom je er ook. De vraagprijs is deze keer twintig euro. Bijna 10 procent van Nono’s maandloon.

Zimbabwe is bereikt. Ezels en koeien versperren de weg en bij de tolpoorten staan zwaarbewapende militairen. Op het dashboard gaat een alarmlicht aan. De auto is oververhit. Nog 350 kilometer te gaan. Een nieuw reisritme zet zich in. Een half uur rijden, een uur stoppen om af te koelen, een half uur rijden, daarna weer afkoelen. Het is licht als de Volkswagen op zijn laatste benzine de rand van Bulawayo bereikt. Een reis die doorgaans twaalf uur duurt, heeft 29 uur gekost. Bij het omhelzen van haar moeder vergeet Nono de uitputting. Haar zoontje Muzi kijkt verlegen toe. Is zijn moeder echt terug? Dochter Shantel lacht beschaamd terwijl moeder Nono roept: „Je hebt borsten.”

Haar familie van negen personen woont in een simpel stenen huis met drie slaapkamers, gebouwd door de overheid. Moeder Ronica deelt het bed met twee kinderen. Zusje Gugu is een werkeloze schoonheidsspecialiste, broer Sipho werkt net als zijn moeder in een fabriek. Neef Xolani is werkloos en verdrinkt ieder dollar die hij krijgt. En er is een reeks kinderen.

Nono loopt langs de groentetuin van haar familie waarop ze spinazie, maïs en marogo verbouwen, een lokale bittere groente die lijkt op boerenkool. Haar familie moest in 2007 zelfvoorzienend worden, vertelt Nono. Door de hyperinflatie konden supermarkten geen winst meer maken en was er niets te koop. Sindsdien liggen er overal moestuintjes tussen de huizen.

Het gaat de laatste jaren wat beter met haar land, zegt Nono. Hoewel haar familie een groot deel van de dag geen water of elektriciteit heeft, liggen de winkels weer vol. Drie jaar geleden werd de Zimbabweaanse dollar vervangen door de Amerikaanse dollar en de Zuid-Afrikaanse Rand, waardoor de economie kon stabiliseren. In 2011 was de groei 6 procent. Maar het land komt uit een zeer diep dal. Minister van Financiën Tendai Biti maakte onlangs bekend dat er niet eens geld is voor nieuwe verkiezingen.

Nono groet om de paar meter buren op straat en klopt aan bij haar tante die om de hoek woont. Ook zij wacht op haar cadeau uit Zuid-Afrika. Haar tante is beter af dan Nono’s familie. Ze is gemeenteraadslid voor regeringspartij ZANU PF. Nono bewondert de nieuwe gordijnen en de tegels op de vloer.

Op het tv-kastje van tante staat een kerstkaart van president Mugabe. Het is een staatsieportret van een lachende Mugabe met zijn vrouw Grace. Eronder staat de tekst Work hard, develop, indiginise. Het laatste verwijst naar Mugabe’s stokpaardje waarbij buitenlandse bedrijven 51 procent van hun bedrijf aan Zimbabweanen moeten geven. Het verplichte meerderheidsbelang schrikt internationale investeerders af.

Nono’s vader had felle discussies met haar tante, zegt Nono als ze de deur dichttrekt. Hij was een MDC-aanhanger. Ook haar moeder en zijzelf steunen de MDC. „We willen verandering. Maar soms gaat mijn moeder toch naar bijeenkomsten van de ZANU PF. Ze krijgt er maïsmeel en mijn tante wil dat ze gaat. Mijn moeder wil mijn tante niet voor het hoofd stoten. Als we geen eten in huis hebben klopt ze bij haar aan. Mijn tante helpt altijd.”

Komend jaar worden er nieuwe verkiezingen verwacht in Zimbabwe. Nono is bang voor die dag. „Deze buurt is MDC en nu denken ze dat mijn moeder ZANU PF is.” De laatste verkiezingen in 2008 werden geteisterd door fraude en geweld. De MDC en ZANU PF vormden uiteindelijk samen een coalitieregering, maar het is een vechtkabinet. Het land werkt aan een nieuwe grondwet die de basis moet vormen voor eerlijke verkiezingen. De angst is groot dat bij nieuwe verkiezingen Mugabe de macht weer met geweld wil behouden.

Nono’s bagage arriveert de volgende ochtend. Haar familie verzamelt zich in de woonkamer. De verwachtingen zijn groot. Nono is in hun ogen degene die het gemaakt heeft in Zuid-Afrika. „Ik weet niet of ze zich realiseren dat ik soms dagen op thee en brood leef om voor hen te kunnen sparen”, zegt ze terwijl ze de stoffige tas openritst.

De kinderen willen geen speelgoed. Ze willen hun vieze kleding met gaten verruilen voor iets hips. De labels en prijskaartjes hangen er nog aan. „Zie je wat het gekost heeft?”, zegt Nono. „Schrijf het op want ik verwacht dit van jullie terug als ik oud ben.” Liefdevol kijkt ze naar haar dochter en zoontje die de nieuwe kleren passen.

    • Elles van Gelder