Opinie

    • Sjoerd de Jong

Media over zichzelf: het verschil tussen navelstaren en nadenken

Schrijft de krant te veel over zichzelf? Zijn media te veel met zichzelf bezig? Goeie vragen aan de ombudsman, die zelf elke week over de eigen krant schrijft: 1-0 voor de lezers die die vragen stelden, dus. Maar ik heb een alibi: het staat in mijn functieomschrijving.

En u maakt er gelukkig gebruik van, laat ik dat aan het einde van het jaar ook maar vaststellen. Ik sloot vorig jaar af met 1.720 e-mails van lezers (alles bij elkaar), een jaar later staat de teller op 2.918.

Tijd dus voor die overpeinzing: hoeveel media gaan er in de media? Lezers storen zich er al snel aan als journalisten over andere journalisten schrijven, of over zichzelf. Zoiets riekt al gauw naar inteelt, hobbyisme of zelffelicitatie.

Maar laten we wel een paar onderscheidingen aanbrengen.

Allereerst is er de dagelijkse mediaberichtgeving: nieuws en achtergronden over Hilversum of mediabeleid; dat hoort gewoon bij het nieuws. Dan is er nieuws over het medium zelf, in dit geval NRC Handelsblad. En ten slotte zijn er berichten en incidentele opiniestukken over de toekomst van de journalistiek in het algemeen, en die van de krant in het bijzonder.

Voor het eerste heeft de krant een aparte redactie en dagelijkse pagina’s, met artikelen en service (de tv-gegevens). Dat is niet meer dan logisch, nu media in de breedste zin (nieuws, tv, sociale media) zo’n grote rol spelen in de gevoelstemperatuur van de samenleving.

Wat mij betreft mag dat medianieuws trouwens nog wel zwaarder worden aangezet: er valt genoeg uit te zoeken over de media dat belangrijker is dan, bijvoorbeeld, nog weer een stuk over de nieuwste briljante Scandinavische tv-serie. Graag toch iets minder over die trui, bedoel ik, hoe leuk die ook is, en iets meer over de wol.

Dan het nieuws over de krant zelf: NRC Handelsblad heeft het afgelopen jaar reclame voor zichzelf gemaakt – zie de speciale bijlage over de verhuizing naar Amsterdam – maar is ook het middelpunt geworden van minder prettige aandacht: de ophef over prins Friso, het vertrek van Rob Wijnberg.

Het spreekt vanzelf dat daar óók over wordt geschreven: NRC Handelsblad is een instituut waarvan het wel en wee gewicht in de schaal legt. Bovendien, een krant die anderen ter verantwoording roept, moet die zelf ook afleggen.

Dat past bij het laatste punt: de discussie over de toekomst van de journalistiek. Onder druk van economische, technologische en demografische trends zal die zich ‘opnieuw moeten uitvinden’, luidt het cliché. Wat is de rol van de pers in het Twittertijdperk?

Die vraag werd in NRC Handelsblad onlangs gesteld door H.M. van den Brink (Wat blijft er nog over van de journalistiek, 8 december), die nog eens wees op de blijvende gevolgen van de digitale revolutie. Hij bepleit een „omslag in het denken”.

Een iets ander geluid komt uit Duitsland, waar het debat is opgelaaid na het faillissement van de Frankfurter Rundschau. Niet internet is het gevaar, schrijft een oud-literair redacteur van die krant, Ina Hartwig, maar de keuze van haar oude krant voor meer luchtigheid en anti-intellectualisme (Die Panik der Anderen, op de site perlentauchter.de). Haar diagnose: ja, de krant moet zich aanpassen, maar juist door het niveau van de informatie en berichtgeving verder te verhogen.

Maar hoe? Daar zijn aanknopingspunten voor te vinden in een recent Amerikaans rapport, waar ik al eens naar verwees, van de Columbia Journalism School, Post-industrial journalism: adapting to the present (zie cjr.org).

Goed, dat klinkt meer als een onleesbaar postmodern proefschrift dan als vijftig tinten grijs, maar het is toch belangwekkend leesvoer.

Journalistiek staat nog steeds in dienst van democratisch burgerschap en van consumentenbelangen, aldus de auteurs. Maar er zijn nieuwe middelen en werkwijzen nodig. Journalisten moeten zich onderscheiden door hun inhoudelijke expertise, of door beter te weten hoe je informatie kunt verzamelen en presenteren.

Dat leidt tot een hele waslijst aan aanbevelingen. Over nieuwe technieken: het kunnen analyseren van grote databestanden, waar de meeste journalisten niet in thuis zijn. Dus: bijscholing is nodig (dan hoeven we ook niet meer zo glazig te kijken bij het verschil tussen gemiddelde, mediaan en modaal).

Nieuwe organisatievormen: meer samenwerking met externe specialisten, minder nadruk op het toewerken naar één product per dag – een trend die bij deze krant al langer is ingezet. Het nieuws staat nooit meer stil, anno 2012.

Nieuwe manieren om nieuws te presenteren: „Individuen worden belangrijker dan het merk”, beweert het rapport. Journalistiek is persoonlijker geworden. Dat opent alle valkuilen van celebritystatus en narcisme, maar het is ook een kans de band met lezers te versterken. Zo nieuw is dat trouwens niet; gezaghebbende journalisten hadden altijd al een ‘eigen stem’.

Maar wie een gezicht krijgt, moet ook zijn afwegingen laten zien. Dus: meer transparantie. Waarom pakt de krant dit onderwerp zo aan? Wat weten we zeker, en wat niet? Hoe gaat de krant met dit onderwerp verder?

Bij die verantwoording hoort: linken naar (openbare) bronnen, zo veel mogelijk uitleggen hoe je aan informatie komt, lezers om reacties en tips vragen. (O ja, en: het benoemen van een ombudsman).

Die Duitse en Amerikaanse lessen zijn niet zomaar hier toe te passen. Maar de algemene les is: er is nog een wereld te winnen voor kranten – ook in 2013.

En in de krant zult u daar geregeld over lezen, op deze plek en elders. Uiteraard juist als het om NRC Handelsblad gaat.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. Zijn oordeel is persoonlijk, en staat los van dat van de (hoofd)redactie. Statuten www.nrc.nl/ombudsman. Reacties ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong