Maak een film over de bommen op Nijmegen

Illustraties Cyprian Koscielniak

Dezer dagen las ik de vernietigende filmrecensie van de speelfilm Het Bombardement (NRC Handelsblad, 19 december).Over de recensie kan ik niet oordelen; ik heb de film niet gezien. Wel trof mij de inleiding die de krant nodig vond om tot zijn oordeel te komen. Het bombardement op Rotterdam in mei 1940 zou min of meer uit ons collectieve geheugen zijn weggedrukt, net als de Jodenvervolging en de ‘politionele acties’ in Nederlands-Indië, kort na de Tweede Wereldoorlog.

Voor die twee laatste verdringingen is uitleg jammer genoeg nog steeds niet overbodig. De berichten van toenmalig getuige J.A.A. van Doorn, de latere hoogleraar sociologie, over oorlogsmisdaden werden bijvoorbeeld in de la gestopt omdat er geen sprake kon zijn van oorlog, terwijl dienstweigeraars werden gestraft omdat ze zich onttrokken aan ‘oorlog’.

Maar voor Rotterdam gold dat zeker niet. Toen al was er grote verontwaardiging. Deze oorlogsmisdaad werd absoluut niet onder het tapijt geveegd, integendeel.

Veel moeilijker ligt dat met het bombardement op Nijmegen, in februari 1944. Daar waren ongeveer evenveel slachtoffers als in Rotterdam, alleen kwamen de bommen uit Amerikaanse vliegtuigen. Over het hoe en waarom van deze noodlottige ‘vergissing’ is lang gespeculeerd. Het heeft de gemoederen in Nijmegen, waar ik ben geboren en opgegroeid, danig beziggehouden. Voor zover ik weet, ging het mis toen de Amerikanen dachten dat ze boven Kleef (Duits: Kleve) waren, slechts 25 kilometer van Nijmegen en een strategisch belangrijk doelwit.

Over zo’n pijnlijke mishit valt geen heldenfilm te maken. Het is al die jaren muisstil gebleven. Ik wil de eerste filmregisseur nog tegenkomen die de uitdaging aanneemt en er een lastige film van wil maken.

Peter Bosman

Utrecht