Hoe een ontuchtzaak Joe-Pa ten val bracht

De misbruikaffaire op Penn State schokte de Amerikaanse sport meer dan de dopingzaak Armstrong. De ontmaskering van assistent Sandusky leidde tot de val van de beroemde footballcoach Joe Paterno.

FOR USE AS DESIRED, YEAR END PHOTOS - FILE - In this Jan. 22, 2012 file photo, a woman pays her respects at a statue of Joe Paterno outside Beaver Stadium on the Penn State University campus after learning of his death in State College, Pa. (AP Photo/Gene J. Puskar, File) AP

Het was het sportjaar van de te laat afgelaste New York Marathon na orkaan Sandy, het jaar dat het onverslaanbaar geachte renpaard I’ll Have Another de magische Triple Crown miste door een blessure, het jaar dat zwemmer Michael Phelps lusteloos een aantal gouden medailles aan zijn olympische totaal toevoegde. Het jaar dat de New York Mets de beste honkbalwerper van het afgelopen jaar, R.A. Dickey, schouderophalend van de hand deden.

Het was het sportjaar van de rapporten die nu eens niet in een bureaula belandden. In juli publiceerde voormalig FBI-directeur Louis Freeh zijn verslag over de seksuele mishandeling van kinderen door een hulptrainer op Penn State in Pennsylvania. In oktober kwam het Amerikaanse antidopingbureau Usada met een ruim duizend pagina’s tellend j’accuse tegen ‘held op wielen’ Lance Armstrong en diens voormalige stal US Postal.

Maar het dieptepunt van een inktzwart Amerikaans sportjaar was de verwijdering van het standbeeld van Joe Paterno voor het voetbalstadion van Penn State University. Op 22 juli, twaalf dagen na de publicatie van het Freeh-rapport, werd de bronzen JoePa, zoals Paterno in de volksmond heette, weggesleept. Niemand weet waar het beeld zich nu bevindt. Vast staat alleen dat het niet is vernietigd. Boze tongen beweren dat het zich staat te schamen in een donker en tochtig hoekje in de ingewanden van het stadion waar Paterno als hoofdtrainer van de Nittany Lions bijna een halve eeuw de scepter zwaaide.

De val van wielrenner Lance Armstrong heeft hier terecht veel aandacht gekregen, maar de teloorgang van Penn State en diens legendarische footballtrainer heeft in Amerika meer indruk gemaakt. Joe Paterno was 62 jaar in dienst van de universiteit, waaronder 44 jaar als hoofdtrainer, hoewel het misschien gepaster is te zeggen dat Penn State zich gelukkig mocht prijzen dat zij ruim zes decennia gebruik mocht maken van zijn superieure inzichten in de populairste sport van het land. Vorig jaar november werd hij ontslagen, meegezogen in het schandaal rond seriekindermishandelaar (zeker 45 slachtoffers) Jerry Sandusky, die als assistent van Paterno jarenlang zijn gang kon gaan.

Paterno was op de hoogte van zeker één van Sandusky’s aanrandingen, hij rapporteerde die zoals de regels voorschreven aan de universiteitsleiding maar ondernam verder niets. De reputatie van het footballprogramma van de universiteit, onlosmakelijk verbonden met zijn eigen reputatie als de meest gerespecteerde trainer van Amerika, was hem meer waard dan het instellen van een grondig onderzoek naar de duistere levenswandel van Sandusky. De ironie wil dat Paterno Sandusky als persoon minachtte. Maar hij tolereerde hem dertig jaar als assistent, omdat hij zijn vakkennis waardeerde.

Paterno werd vorig jaar november ontslagen, in januari 2012 stierf hij aan de gevolgen van longkanker. Met de verwijdering van zijn standbeeld in juli werd ook zijn erfenis gewist. Hartje zomer was geen goede maand voor Paterno en Penn State: eerst was er het rapport van Freeh, vervolgens stelde de National Collegiate Athletic Association (NCAA) een zware boete in, tot slot werd het standbeeld geruimd. De NCAA trof het in 1887 opgerichte footballteam van Penn State hard: 60 miljoen dollar boete, vier jaar lang verbannen van het naseizoen, minder financiële hulp bij het aantrekken en de ontwikkeling van nieuwe spelers.

De genadeklap was het schrappen, met terugwerkende kracht, van de overwinningen van Penn State sinds 1998, het jaar waarin Paterno op de hoogte werd gesteld van de aanranding door Sandusky. Die laatste maatregel was ook ‘dodelijk’ voor Paterno’s erfenis. Van de trainer met de meeste zeges (409) duikelde hij met dank aan de NCAA naar de twaalfde plaats (298) op de ranglijst. De beslissing van de NCAA was controversieel, maar werd niet aangevochten door Penn State.

Het gemor is sindsdien niet verstomd: de zeges van Paterno en Penn State kwamen niet tot stand door vals spel of bedrog, maar door zijn strategische inzichten en de kwaliteiten van de opleiding en de spelers. Sandusky misbruikte op schandalige wijze zijn positie, hij mishandelde tientallen jongens, maar hij had geen invloed op het spel van de hoofdmacht.

Armstrong was de verpersoonlijking van de Amerikaanse droom: een individualist die door zijn talent, wilskracht en meedogenloze karakter een sport naar zijn hand zette. Zijn val was hard maar niet schokkend: veel Amerikanen hadden al afscheid van hem genomen, een proces dat werd ingezet met de bekentenis van Floyd Landis en bezegeld met het boek van Tyler Hamilton dat in de nazomer uitkwam. Bovendien: wielrennen is in Amerika een sport, niet minder maar vooral ook niet meer. Football zit in het DNA van het land.

Joe Paterno was een wijze uil, een opvoeder. Hij had de status van een heilige, gold als de vleesgeworden integriteit te midden van de decadente sportcultuur. Met zijn klassieke brilmontuur, broek met hoog water en witte sokken boven onmodieuze schoenen was hij het tegendeel van de klassieke footballcoach. Hollywood liet hem vanwege gebrek aan charisma links liggen, een morsige strateeg die strooide met citaten van Griekse filosofen en erin slaagde buiten het stadion met zijn omgeving te versmelten. En toch. Een trainer die bezeten is van zijn vak en in de winter van zijn carrière wordt meegezogen in een eigentijds zedenschandaal. Een sportfilosoof wiens beeltenis belandt in de krochten van het stadion waar hij zijn levenslessen in de praktijk bracht. Misschien is hij toch een film waard.