Het eind van de wereld nadert met km per seconde 50

Donald K. Yeomans Near-Earth Objects. Finding Them Before They Find Us. Princeton University Press 192 blz. € 24,–

Het gebeurt echt, maar zelden. In augustus 1992 liep in Oeganda een jongen buiten rond, en páts. Klein steentje op het hoofd, au! Niks aan de hand verder. Maar het was een meteoriet. Hetzelfde jaar had scholiere Michell Knapp uit Peekskill, New York, echt geluk. Niet zijzelf, maar haar auto werd getroffen door een meteoriet – van twaalf kilo. Háár grootste probleem was dat de autoverzekering weigerde uit te betalen. Gelukkig betaalden verzamelaars een goede prijs voor ruimtesteen én auto.

In het boek Near Earth Objects vallen heel veel stenen naar beneden. En zijn algemene boodschap is: het valt allemaal nogal mee. Auteur Donald Yeomans kan het weten: hij is leider van het NASA Near Earth Object Program Office. Bijna alle grote steen- en ijsklompen die dicht bij de aarde komen, de Near Earth Objects, zijn inmiddels redelijk goed in kaart gebracht, zo blijkt.

Hij vertelt een mooi verhaal over hoe pas in de jaren tachtig de aandacht voor de nabije steenbrokken groeide. Dat was vooral omdat de elektronische beeldvorming de ontdekkingen mogelijk maakte. Vuistregel: alles wat relatief snel beweegt is dichtbij. Inmiddels zijn zelfs de afgestoten trappen van Saturnus-raketten in kaart gebracht. De NASA-definitie van dichtbij is nog best ruim: binnen 50 miljoen km, eenderde van de afstand tot de zon.

Yeomans boek bestaat uit drie delen. Eerst een heldere typologie van de nabije planetoïden dat uitloopt op een geschiedenis van het zonnestelsel en een beschrijving van het zwaartekrachtballet van de grote planeten. Dan het verhaal van het ontstaan van de Near-Earth-tak van de astronomie vanaf de jaren tachtig, vol eigenwijze pioniers. En net als bij een aanstormend rotsblok komt het spannendste het laatst: wat is nu de kans op totale ondergang en kan de mensheid dan toch nog iets doen? Het valt allemaal reuze mee. Het cruciale lijstje van Yeomans begint met NEA’s (Near Earth Asteroids) met de diameter van een meter. Daarvan zijn er ongeveer een miljard, naar schatting slaat er iedere paar weken wel eentje in. Van 10 meter doorsnee zijn er ongeveer 10 miljoen, daarvan komt er op aarde iedere tien jaar wel één op bezoek. En zo gaat het verder. En pas bij 100 meter doorsnede (inslagkans: eens in de 5.200 jaar) houd je een krater over (vuistregel: de krater is ongeveer 12 maal de doorsnee van de meteoriet). Als ze kleiner zijn exploderen de meteorieten in de lucht. Dat kán nog veel schade opleveren, zoals bij de beroemde ‘inslag’ in Tunguska, in 1908. Dat was een meteoriet van 30 meter, die in de atmosfeer explodeerde en 2.000 vierkante kilometer Siberisch bos platlegde. Dat wil je niet boven Amsterdam, maar een wereldwijde ramp wordt het niet. Die komt pas om de hoek bij een meteoriet van 10 km of groter. Dat is het type dat de dinosauriërs de das omdeed, 65 miljoen jaar geleden. Daarvan komen er nu vier wel eens in de buurt van de aarde. Inslagkans: eens in de 89 miljoen jaar.

Als dat toch gebeurt kunnen we maatregelen treffen. Want als je er op tijd bij bent hoef je zo’n kolos maar een klein beetje van richting te laten veranderen en hij schiet al langs de aarde. Yeomans legt uit hoe dat kan met allerlei handige atoomexplosies of zwaartekrachttrucjes met raketten die naast de kolos gaan bewegen.

Alles onder controle? Nee. Er is één categorie die zich onttrekt aan alle inventariseerdrift van de NASA. Dat is een eventuele komeet uit de Kuipergordel aan de rand van het zonnestelsel, die door Jupiter met 50 kilometer per seconde richting aarde wordt gestuurd. Dit is een ramp die je pas een paar maanden voor de klap kunt zien aankomen, met weinig hoop meer op koerscorrecties. Maar gelukkig. NASA-astronomen hebben uitgerekend dat zo’n verre bezoeker de aarde slechts eens in de 43 miljoen jaar treft.

    • Hendrik Spiering