Goede uitvinding, dat skypen

Mark Bakker is als militair uitgezonden naar Kunduz in Afghanistan. Daar vierde hij ook Kerstmis. „Ik ben al vaker van mijn gezin gescheiden geweest op dit soort dagen. Toch betrap ik me er op dat ik behoorlijk humeurig ben.”

Donderdag, 20 december

Er zijn alweer bijna acht weken verstreken sinds ik met onze compagnie afscheid nam van Nederland voor wederom een periode van zes maanden Afghanistan. Een van mijn belangrijkste werkzaamheden hier is de operationele planning van de ‘politietrainersgroepen’. Om 6.15 uur ging vanochtend de wekker. Ik hoor dat buiten de eerste Bushmasters (gepantserde transportvoertuigen) met een zware brom weer tot leven komen. De mannen bereiden zich weer voor op een dag trainen en mentoren op een van de politiestations in en rond Kunduz-stad. Na een stevig ontbijt loop ik rond half acht naar mijn kantoor voor onze daily staff meeting. Er wordt gesproken over vips uit Nederland die de troepen komen bezoeken tijdens de feestdagen en zelfs de planning van de medaille-uitreiking na onze missie wordt al aangestipt. Aansluitend buiten de poort een verkenning gedaan voor een evacuatietraining van medische helikopters die we binnenkort met onze Amerikaanse partners houden. Als ons buiten iets overkomt, is het allerbelangrijkste eventuele gewonden zo snel mogelijk af te kunnen voeren naar het militaire hospitaal hier op het kamp.

Vrijdag

Vandaag liep mijn wekker af om 7.45 uur. Het is vrijdag, de Afghaanse rustdag, er zijn dus geen Afghaanse cursisten. De mannen en vrouwen van de compagnie gebruiken de ochtend om wat te sporten en voor de zoveelste keer een rondje te maken op de bazaar. De lokale middenstand zet iedere vrijdag zijn kraampjes op bij de hoofdpoort. Van boerka’s en houtsnijwerk tot nepshirts van bekende Europese voetbalclubs. Het is voor ons toch een vorm van ontspanning om er even rond te kuieren. Na de lunch wordt onderhoud gepleegd aan onze voertuigen en ik presenteer het operatieplan voor de komende twee weken. We sluiten de dag af met een midwinterbarbecue van onze compagnie voor alle Nederlanders op het kamp. Omdat het volgens de Maya’s ons laatste maal is, heeft een aantal mannen de gasmaskers al opgezet. Vooral het spijkerbroekhangen onder een heftruck (twee mensen proberen zich zo lang mogelijk vast te houden aan de broekspijpen) is populair.

Zaterdag

Het is rond het vriespunt als ik vanochtend rond 6.00 uur mijn rugzak ophang aan de buitenzijde van de Bushmaster. Ik vertrek vandaag voor drie dagen naar Imam Sahib, met het tweede peloton. Deze eenheid is iedere week minimaal vier dagen aan het werk op onze meest noordelijke politietrainingslocatie. Ik bevind me in een bont gezelschap van luchtmobiele infanteristen, mannen en vrouwen van de Marechaussee, de explosievenopruimingsdienst, genisten, artilleristen en militair verpleegkundigen. De afstand van 65 kilometer overbruggen we vandaag in ongeveer twee uur. Eerst doorkruisen we Kunduz-stad en daarna volgt ongeveer een uur niemandsland, voornamelijk woestijnachtig gebied. Het heeft geen zin dagelijks heen en weer te rijden. We verblijven daarom, in verband met Kerst, twee nachten op een politiekamp in het dorp. Terwijl de meesten bezig zijn met het trainen van politieagenten, doorloop ik met mijn collega’s een brainstormsessie als voorbereiding op een bezoek van morgen aan een mogelijk nieuw op te leiden politiestation. ’s Avonds maken we onze gevechtsrantsoenen warm op gasbranders. Hier heerst dat militaire saamhorigheidsgevoel, geweldig!

Zondag

Ik word gewekt door collega Ramon, die als laatste wachtdienst heeft. In de vage rode verlichting begint iedereen zijn rugzak weer in te pakken. We nemen onze spullen altijd mee, voor het geval we ergens stranden. Na een ontbijt van crackers en thee verplaatsen we eerst naar het politiehoofdkwartier van Imam Sahib. Na een snelle controle van de locatie beginnen we met het trainen van zestien Afghaanse agenten. Ik vertrek met vier Bushmasters naar een kleine Amerikaanse basis pal aan de grens met Tadzjikistan. Vanaf een uitkijktoren ‘brieft’ een Amerikaanse collega-kapitein ons hoe de grens loopt. De grens wordt grotendeels gevormd door de Darya-ye Panj rivier, die op sommige punten ruim anderhalve kilometer breed is. Het is de eerste keer dat ik Tadzjikistan zie. Het valt me meteen op dat aan de overzijde van de rivier, hoog op een bergkam, een groepje gebouwen met antennes staat. Volgens de Amerikanen een Russische afluisterpost. We bespreken de mogelijkheden tot wederzijdse steun. De Amerikanen doen hetzelfde werk als wij, alleen richten zij zich op de Afghaanse grenspolitie. Wellicht kunnen we in de nabije toekomst ook hier op het noordelijkste puntje van de provincie Kunduz (en Afghanistan) agenten gaan trainen.

Maandag

Ik ben weer terug op ons kamp bij Kunduz. Ik ontlaad mijn wapen bij de ingang en slenter met een collega richting het Nederlandse deel. Onderweg zien we een collega rennen. “Upscale!” roept hij, als hij ons passeert. Ik sta meteen op scherp. Upscale is een protocol dat in werking treedt als er een incident is waar Nederlanders bij betrokken zijn. Een groep van mijn compagnie blijkt een Afghaans jongetje te hebben aangereden. Het spelende kind was zo de weg op gerend en werd geschept door de voorste Bushmaster. De mannen verlenen eerste hulp, bereiden een helikopterlandingsplaats voor en 45 minuten later ligt het kind in het ziekenhuis op het kamp. Ik vang de mannen op zodra ze terug op het kamp zijn. Ze zijn er nuchter over. Dat stelt me gerust. Ze zijn er allemaal van overtuigd dat ze het niet hadden kunnen voorkomen en we evalueren hoe ze hebben gehandeld. We krijgen later het bericht dat het jongetje weliswaar zwaargewond maar stabiel is. Van 16 tot 16.30 uur hebben we toch nog met z’n allen het kerstdiner kunnen nuttigen.

Dinsdag

Eerste Kerstdag in Kunduz. Ik zie mezelf als een nuchter persoon en ben al vaker van mijn gezin gescheiden geweest op dit soort dagen. Toch betrap ik me er op dat ik behoorlijk humeurig ben. Rond 12 uur skype ik met mijn vrouw en oudste dochterje. Ze zitten aan het kerstontbijt aan de andere kant van het scherm en ik eet mijn lunchpakketje op. Goeie uitvinding, dat skypen! Naderhand voel ik me weer vrolijk. De zon staat aan een strakblauwe hemel en het is een graad of 14. De kerstboom, naast ons gebouw, geeft een wat surrealistische aanblik. We draaien vandaag op halve kracht. Morgen weer een gewone werkdag.

Woensdag

De werkdag begint om 5 uur. Twee dagen in de week heeft de compagnie de extra taak ‘Guardian Angel’; een gewapende wachtdienst op het kamp tegen de ‘insider threat’. Er werken hier honderden lokale mensen en hoewel ze zorgvuldig gescreend worden, blijft de kans aanwezig dat kwaadwillenden een aanslag proberen te plegen. Het is een extra veiligheidsmaatregel rond drukbezochte locaties zoals de kantine. Ik had gemeend dat op Tweede Kerstdag de officieren dit maar eens moesten oppakken en vandaag heb ik nog nooit eerder zoveel mensen smakelijk eten gewenst! Ook hebben we vandaag een aantal collega’s op het vliegtuig gezet. Zij gaan de komende twee weken genieten van een welverdiend verlof.