Garnaal jaagt het snelst door kleine visjes te meppen

De wereldrecordhouder snel toeslaan is een klein, kleurig kreeftje: de bonte bidsprinkhaankreeft. Dit diertje mept razendsnel met zijn hamerklauwen, tot een snelheid van 23 meter per seconde (m/s), bijna 83 kilometer per uur.

Die bonte bidsprinkhaankreeft (Odontodactylus scyllarus) is een ‘klopper’. Met zijn hamerklauwen kan hij schelpen, krabbenpantsers en zelfs aquariumglas verbrijzelen. De meeste kreeften in de bidsprinkhaankreeftfamilie zijn echter ‘stekers’ die hun prooien op hun stekelige klauwen spietsen. Onderzoekers die eerder het snelheidsrecord van de klopper vonden, verwachtten dat stekers nóg sneller zouden toeslaan. Tot hun verbazing blijkt uit opnames met hogesnelheidscamera’s dat dat niet zo is (Journal of Experimental Biology, november 2012).

Kloppers struinen de zeebodem af op zoek naar slakkenhuizen om te kraken, maar stekers zijn hinderlaagjagers. Vanuit een schuilplek onder het zand belagen ze hun prooi, vaak een ander kreeftje of vis.

Daarom dachten de biomechanici dat stekers sneller zouden uithalen: zij moeten een beweeglijke prooi op hun klauwen zien te prikken, terwijl de kloppers alle tijd hebben om een schelp of pantser te kraken.

De onderzoekers filmden twee verschillende stekende kreeftensoorten, een kleine (Alachosquilla vicina) en een grote (Lysiosquillina maculata). Ze lokten de dieren met diepgevroren garnaaltjes.

De stekers bleken een stuk trager dan de kloppers. De grote bidsprinkhaankreeften haalden maximaal uit met 2,3 meter per seconde (m/s), terwijl de kleine met 5,3 m/s sneller waren. Het geheim van de snelle klauwslag van kloppers zit in de klauwen zelf. De kreeft haalt niet meteen uit, omdat een uitstekend palletje de klauw op slot zet zodra het dier zijn spieren aanspant. Pas als er genoeg energie is opgebouwd, schiet de klauw met fors geweld los. De grote steekkreeften gebruiken het palletje niet bij het steken. De kleine kreeften juist wél, waardoor die wat sneller is dan de grotere soortgenoot.

De onderzoekers concluderen dat steekkreeften niet alleen snel, maar ook accuraat moeten zijn. Ze hebben maar één kans om hun prooi te vangen. Dat gaat bij een lagere snelheid kennelijk beter. Lucas Brouwers