Er groeit een nieuwe zeepbel - in obligaties

Eind 2011 kwam deze column met een terugblik: wat waren de thema’s in dat eerste jaar geweest, en waren die achteraf goed gekozen? De laatste aflevering van 2012 kijkt vooruit.

Naar de obligatiemarkt, dé vluchthaven voor Jan de Belegger sinds de kredietcrisis. Eerst stroomde het geld naar ‘veilige’ Duitse, Amerikaanse en Nederlandse staatsleningen, en daarna richting staatsleningen van opkomende landen en bedrijfsobligaties, ofwel credits. Die geven een hogere couponrente, en vergeleken met Griekenland leken Brazilië en Mexico ineens wonderen van financiële soliditeit. De obligatiefondsen van Robeco en de grote banken profiteren dankbaar mee.

Frank Schaeffers, verbonden aan vermogensbeheerder Indexus, is een van de weinige onafhankelijke obligatiebeleggers in Nederland, vooral voor pensioenfondsen. „De obligatiehonger begon in 2009, op het dieptepunt voor aandelen.”

Door de enorme vraag komen de debiteuren weg met steeds lagere rentes, en stijgen de koersen van obligaties over het gehele spectrum. „Koersen van 110 tot 115 zijn heel normaal geworden.” Obligaties noteren op een percentage van het geleende bedrag. Wie nu op 110 een obligatie koopt, staat al op een verlies van 10 procent bij aflossing. „En de marktrente kan alleen nog maar omhoog. Dan zullen de koersen van al die laagrentende obligaties weer gaan dalen.”

Een ander omineus signaal vormen de spreads, de rendementsverschillen tussen bijvoorbeeld Duitse Bunds en obligaties van riskantere debiteuren zoals bedrijven en verre landen. „Die komen hard in”, zoals Schaeffers het uitdrukt.

„Neem KPN met zijn Triple B-kredietrating. Voor zo’n debiteur wil ik een totaalrendement van minstens 250 tot 300 basispunten (honderdsten van procenten) bovenop Nederlands staatspapier. Maar de spread op KPN-credits is nog maar 160 basispunten, en dat bij een couponrente van 1,38 procent. Tien jaar geleden dácht je niet eens aan Triple B!”

Schaeffers ziet een nieuwe zeepbel groeien van ongekende proporties. „De koers van Griekse staatsleningen met een rente van 27,9 procent en aflossing in 2023 is sinds mei gestegen van 13,85 naar 51,86. Laten we aannemen dat de Europese Centrale Bank die rommel op een koers van rond de 15 heeft ingekocht. In Frankfurt lachen ze nu hun kont aan flarden.”

De centrale banken houden de rente laag en kopen voor honderden miljarden aan staatsleningen om de economie te stimuleren, zonder veel effect. Als zij hun obligaties gaan verkopen en de rente weer stijgt, zal Jan de Belegger het haasje zijn. Dat is hij nu al voor zover hij in dure obligatiefondsen zit. „Rorento van Robeco maakte dit jaar netto 4,64 procent. Tienjaars Nederlandse staatsleningen rendeerden 10,25 procent.”

Nu nog in obligaties stappen, zoals de banken adviseren, vindt Schaeffers spelen met vuur. „Heb je ze al, verkoop ze dan zolang de koersen hoog staan. Dat duurt nog wel even, want rente en inflatie zie ik in 2013 niet noemenswaardig stijgen. Of verruil ze tenminste voor obligaties met korte looptijden – dan loop je minder risico bij een rentestijging.”

    • Joost Ramaer