De succestrainer heeft even geen haast meer

Feyenoord-trainer Ronald Koeman behaalde sportieve successen in 2012. In een groepsgesprek met journalisten spreekt hij ook over de ziekte van zijn vrouw.

Koeman in gelegenheids-Oranje: „Bondscoachschap blijft fantastische baan.” Foto Jacqueline de Haas/HH

Ronald Koeman (49) bracht de Kerst samen met zijn vrouw Bartina door in Dubai. „Als je verzekerd wil zijn van zon, niet te lang wil vliegen, geen last van tijdsverschil wil hebben, van goede hotels en restaurants houdt, zo nu en dan aan het strand wil liggen of op de golfbaan een balletje wil slaan en je een beetje geld hebt, is Dubai een ideale bestemming”, legt Koeman grijnzend uit.

Het leven lacht Koeman na een donkere periode weer toe. Zijn vrouw won de strijd tegen borstkanker en hij nam na mislukte avonturen bij Valencia en AZ sportieve revanche met Feyenoord. De trainer van de Rotterdamse volksclub eindigde vorig seizoen als tweede en sloot de eerste helft van deze voetbaljaargang af met een verdienstelijke vierde plek. „Toen ik hier anderhalf jaar geleden kwam vonden ze een plaats in het linkerrijtje al prima. Maar dat vond ik niets. Ik wilde de lat hoger leggen. En dat is gelukt. Ik hoef hier voorlopig niet weg.”

Koeman voelt zich op zijn plaats in Rotterdam-Zuid. Hij heeft zijn contract onlangs met een jaar verlengd. Zowel privé als in sportief opzicht staat alles weer op de rails. Hij kijkt in de Rotterdamse Kuip terug op anderhalf jaar Feyenoord, geeft zijn visie op het Nederlandse voetbal, bespreekt zijn relatie met Louis van Gaal en blikt vooruit naar 2013. Het jaar waarin hij op 21 maart vijftig jaar wordt en zijn biografie uitkomt. „Als de mensen vragen: ‘Heb je alles in de hand?’ Dan antwoord ik tegenwoordig: ‘Bijna alles’. De tijd ligt achter me dat ik er wakker van lag dat bij een training niet alles klopte.”

Hij geeft toe dat de ziekte van zijn vrouw hem heeft leren relativeren. Koeman staat als mens en als trainer anders in het leven. „Als voetballer en als coach denk je vaak dat het alleen maar gaat om de wedstrijd van zondagmiddag. Daar moet alles voor wijken. Maar door dingen die je meemaakt, ga je beseffen dat er meer is. Ik heb getwijfeld of ik wel verder wilde als trainer. Het is een zeer druk bestaan. Je bent er veel meer mee bezig dan een speler. Als het plezier ontbreekt en je moet vechten tegen de bierkaai, wordt het moeilijk. Misschien was het wel goed dat ik na mijn ontslag bij AZ een tijdje afstand heb genomen.”

Toen Feyenoord hem in de zomer van 2011 benaderde als opvolger van de ontslagen Mario Been, hoefde hij niet lang na te denken. Koeman gaat in zijn gedachten terug naar het moment dat technisch directeur Martin van Geel belde. „Bartina had net haar laatste chemokuur achter de rug. We stonden op het punt drie weken op vakantie naar Portugal te gaan. ‘Als je weer wilt beginnen, dan moet je het doen’, zei ze. De gezondheid van mijn vrouw had de prioriteit. Ze moest nog een heel traject door. Maar we konden in Bussum blijven wonen. Ik was er zo uit met Feyenoord. Het leek wel alsof het zo moest zijn. Alsof het voorbestemd was.”

Koeman zag in Feyenoord een uitgelezen mogelijkheid zijn imago als coach op te poetsen. „In het verleden volgde ik Guus Hiddink op bij PSV en Louis van Gaal bij AZ. Die waren beiden voor mij als kampioen vertrokken. Bij Feyenoord lag dat totaal anders. Hier kon het eigenlijk niet minder”, zegt Koeman, die in het verleden een ‘prestatietrainer’ heette te zijn. Bij Feyenoord moest hij vooral als opbouwwerker aan de slag.

De oud-voetballer haalt zijn schouders op als hem wordt gevraagd of hij een ander type trainer is geworden. „Ach, we leven in een land waar we graag stempeltjes op mensen drukken. Ik denk dat iedere trainer spelers opleidt. Zeker in Nederland. Kijk maar eens naar de elftalfoto’s van clubs in de eredivisie. Het lijken allemaal jeugdelftallen. Door de moeilijke financiële situatie moest ik wel jongens uit de jeugd laten doorstromen. Dan bouw je dus automatisch aan een elftal. Neemt niet weg dat je daarnaast altijd voor resultaat gaat. Het is de goede manier voor Feyenoord gebleken.”

Tijdens zijn eerste maanden als trainer van Feyenoord keek Koeman de kat uit de boom. Spelers durfden niet altijd rechtstreeks bij hem aan te kloppen. „Dat heb ik in het begin even zo gehouden. Een beetje afstand tussen de trainer en de spelersgroep kan nooit kwaad. Maar als je langer met elkaar werkt, bouw je al snel een hechte relatie op. Nu is de drempel niet meer zo hoog. Dat hoor je ook van de spelers. Ik ben misschien zelf wat opener als trainer geworden dan tien jaar geleden.”

Koeman geeft toe dat hij geleerd heeft van het verleden. Dat hij nu dingen anders zou oplossen. „Laat ik een voorbeeld geven. Als trainer van Ajax heb ik ooit de aanvoerdersband afgepakt van Rafael van der Vaart en liet ik hem linksbuiten spelen. Dat zou ik nu niet zo hebben gedaan. En de wijze waarop ik vernieuwing bij Valencia doorvoerde en afscheid nam van een aantal oudere spelers, zou ik nu anders gecommuniceerd hebben. De verpakking van de boodschap was niet goed. Maar al doende leer je. Het trainerschap is een ervaringsvak.”

Koeman behoort tot ‘de generatie 1988’. Van het Nederlands elftal dat destijds het EK in West-Duitsland won, koesterde hij net als vele anderen de ambitie om hoofdtrainer te worden. Het was de tijd dat Johan Cruijff als self made coach furore maakte bij Ajax en Barcelona. Oud-topvoetballers zouden volgens de voormalige nummer 14 niet eerst talloze cursussen hoeven volgen voordat ze als coach aan de slag konden gaan. „Misschien zijn sommigen inderdaad wel te snel op het hoogste niveau begonnen”, stelt Koeman.

Daar waar Koeman als coach van Vitesse in 2000 koos voor de weg van geleidelijkheid, begonnen generatiegenoten als Frank Rijkaard en Marco van Basten vrijwel meteen als bondscoach van Oranje. „Als je direct op zo’n niveau begint, dan kan je snel klappen oplopen. Ik heb het daar weleens met Van Basten over gehad. Die vroeg zich na zijn vertrek bij Ajax af of hij niet een amateurclub moest gaan trainen. Het verbaasde mij dan ook totaal niet dat Van Basten voor Heerenveen gekozen heeft. Hij stond er open voor een stap terug te doen.”

De voormalige wereldtopper Koeman moest aan het begin van zijn loopbaan ook wennen aan het niveau van zijn selectie bij Vitesse. Dan verwachtte hij dingen die zijn spelers niet konden uitvoeren. „Of ze zagen het gewoon niet”, legt hij uit. „Daar moet je als jonge trainer mee om leren gaan en dat heeft tijd nodig. En je gaat inzien dat je als trainer een rol als opvoeder hebt. Je moet dingen aangeven. En dan maar hopen dat ze het oppakken. Ik mis weleens de absolute winnaarsmentaliteit. Die is volgens mij minder geworden.”

Samen met zijn technische staf heeft Koeman er vanaf het begin op gehamerd dat spelers het beste uit zichzelf moeten halen. „Wat doe je om je mindere punten te verbeteren? Hoeveel heb je er echt voor over? Als speler van FC Barcelona stak ik drie keer in de week met een zak met ballen op mijn rug de weg over naar het trainingsveld in het mini-stadion. Dan oefende ik op vrije trappen. Het was echt geen toeval dat ik hem in de Europa-Cupfinale [in 1992 op Wembley met Barcelona tegen Sampdoria] raak schoot. Daar trainde ik voor. De één pakt dat makkelijker op dan de ander. Maar ik zie bij Feyenoord wel een hongerige groep.”

Koeman schroomt niet jonge spelers een kans te geven. Zo verraste hij tijdens de laatste Feyenoord-Ajax (2-2) vriend en vijand door de pas achttienjarige Jean-Paul Boëtius te laten debuteren. „Ik sta weleens te kijken bij de A-jeugd. Boëtius was er lang uitgeweest met een blessure, maar hij viel me meteen op. Zijn basisniveau is heel hoog. En ook tijdens een training met het eerste had hij die onbevangenheid en durf over zich. Ik riep hem in de aanloop naar het duel met Ajax bij me en liet hem een lijst met namen zien, onder wie Wesley Sneijder, Nigel de Jong, John Heitinga en Maarten Stekelenburg: spelers die ik heb laten debuteren. ‘Daar kom jij bij te staan’, zei ik. Dat hij het vervolgens liet zien met een goal en goed spel is dan extra mooi.”

Feyenoord is onder Koeman hofleverancier van Oranje. De verbroken relatie met bondscoach Louis van Gaal is deels hersteld. Vrienden worden ze nooit meer. „We hebben professioneel contact”, stelt Koeman. „Neemt niet weg dat hij het goed doet als bondscoach. Zijn manier van werken bij Oranje is verfrissend. Hij geeft jonge spelers een kans. Dat is ook goed voor Feyenoord. In internationals als Jordy Clasie, Bruno Martins Indi en Stefan de Vrij zit nog vel rek. Die kunnen de top halen.”

Koeman heeft als trainer zijn eigen ambities. Maar aan een gerichte planning doet hij niet meer. Al blijft hij dromen van Barcelona en het Nederlands elftal. „Ik ben daar minder mee bezig dan in het begin van mijn loopbaan. Misschien wel omdat beide banen al eens zijn langsgekomen. Ik ben in 2003 benaderd om hoofdtrainer van Barcelona te worden, maar toen wilde Ajax me niet laten gaan. Rijkaard werd het en veroverde later de Champions League. En ik hoorde links en rechts dat ik afgelopen zomer dé kandidaat was om Bert van Marwijk op te volgen bij Oranje. Ik heb gelijk gezegd: nu niet. Vond ik niet straight ten opzichte van Feyenoord. Het bondscoachschap blijft een fantastische baan. Maar ik heb geen haast meer.”

    • Koen Greven