De nieuwe bank in 2025

Het is zo verleidelijk om een wereldeconomie te schetsen voor 2025 waarin de financiële sector geen probleem meer is maar een bedrijfstak die louter een bijdrage levert aan de economische groei. Een groei die nodig is om een toenemend aantal mensen een beter bestaan te bezorgen.

De contouren van zo’n systeem kunnen relatief gemakkelijk worden geschetst door de fouten te onderkennen waardoor vier jaar geleden de kredietcrisis uitbrak. Draai dat allemaal om en er tekent zich een stabiel, transparant en deugdzaam stelsel af.

Fors hogere eisen voor het eigen vermogen van banken, veel hoger dan nu, hebben dan veroorzaakt dat de hoeveelheid krediet sterk is afgenomen, vergeleken bij de dagelijkse hoeveelheid goederen en diensten. Om te voorkomen dat er allerlei omwegen ontstaan, zal de definitie van ‘bank’ sterk zijn uitgebreid, waardoor alle schaduwbanken van nu – beleggingsfondsen en andere vehikels die zich nu aan het zicht en de controle onttrekken – er eveneens onder vallen.

Financiële derivaten zullen er nog steeds zijn, want opties, termijncontracten en ruilcontracten (swaps) zijn in beginsel zeer nuttig. Maar ze zullen zonder uitzondering worden verhandeld op openbare beurzen, waar prijsvorming en afwikkeling transparant en gestandaardiseerd zijn.

Banken, dus ook de schaduwbanken, zullen voor een harde keuze zijn geplaatst: óf handelen voor eigen rekening en risico óf spaargeld aantrekken en uitlenen dat het publiek heeft ingelegd. Een erecode voor goed gedrag, voor de zekerheid geflankeerd door strenge controle en regelgeving, zal het misbruik van voorinformatie aan banden hebben gelegd.

En, om te voorkomen dat het toch nog fout gaat: banken en soortgelijke financiële instellingen zijn gehouden aan een maximale omvang. Overschrijden ze die, dan volgt een splitsing in twee nieuwe instituten. Dat laatste zal niet alleen veiliger zijn, maar ook rendabeler. De sector is er dan inmiddels achtergekomen dat er een ideale omvang bestaat voor een bank, waarboven extra managementlagen en ondoorzichtigheid alleen maar tegenwerken.

Er is een kans dat dit er allemaal van is gekomen, over een jaar of dertien. Maar de hordes zijn hoog. Dat ligt voornamelijk aan de banksector zelf, die weet hoe ze zich moet verzetten tegen veranderingen. Daar heeft ze vooral zichzelf mee, want dergelijk verzet leidt enkel tot een overmaat aan halve maatregelen, terwijl de sector én de maatschappij veel meer gebaat zijn bij een handvol échte maatregelen, die weliswaar pijn doen, maar wel duidelijkheid bieden.

Een andere horde is het internationale speelveld. Van de Europeanen en de Amerikanen (en de Britten) valt al nauwelijks te verwachten dat zij tot een coherent, gezamenlijk systeem kunnen komen. En dus is er voor de sector volop kans op regelarbitrage, waardoor de regelgeving zelf weer wordt afgezwakt om een uittocht van financiële instellingen en kapitaal te vermijden. China en in mindere mate India en Brazilië hebben intussen weinig prikkels om zich aan een wereldwijd regime te binden.

En dan is er nog de pijn die wordt veroorzaakt door het structureel terugbrengen van de hoeveelheid krediet. De bovenmatige economische groei en de stijging van de prijzen van activa (huizen, beleggingen), die veroorzaakt waren door de kredietexplosie, zijn in de jaren na de kredietcrisis verkeerd in hun tegendeel. Het toch handhaven van de hoeveelheid krediet is dan verleidelijk, het afzwakken van de nieuwe regels met als doel de financiële sector nieuwe ruimte te geven om toch veel te blijven uitlenen, ligt voor de hand.

Vooral in dat laatste is de sleutel te vinden voor de financiële sector in 2025. Het kan allemaal worden zoals in aanvang hierboven is geschetst: een betrouwbare, stabiele financiële sector die bescheidener dan nu de economie rendabel voorziet van kapitaal. Maar de prijs zal hoog zijn. Er is namelijk nóg een financiële crisis voor nodig om dit allemaal af te dwingen. Wanneer? Over vijf jaar of over tien jaar.

Wie de huidige halve regelgeving ziet, de terugkeer van business as usual in de sector zelf en de verslaving van de samenleving en het bedrijfsleven aan bovenmatig krediet, kan niet anders concluderen: de afgelopen crisis was niet hevig genoeg om een werkelijke ommekeer in het denken teweeg te brengen. In 2025 hebben we de Tweede Kredietcrisis achter de rug.