China: terugkeer van Mao

In 2025 heeft niemand het meer over China. Alle aandacht is gericht op Afrika: het enorme continent met een groeiende, jeugdige bevolking, lage lonen, een groot ontwikkelingspotentieel en een schat aan natuurlijke hulpbronnen. China is weer de in zichzelf gekeerde, slapende reus geworden die het eeuwenlang was.

Dat komt door de Maoïstische Massabeweging Eigen Volk Eerst, een factie binnen de Chinese Communistische Partij die in 2015 met grote steun van de bevolking alle macht naar zich toe wist te trekken. Het was een revolutie waarbij geen schot viel, maar die leidde tot de meest fundamentele omwenteling sinds de dood van Mao, eind jaren zeventig. Aan de economische hervormingen naar westers model kwam abrupt een einde.

Het nieuwe partijleiderschap dat in 2012 aan de macht was gekomen, bleek intern zeer verdeeld. De zeven oude mannen aan de top van het Politbureau durfden niet te kiezen, of ze konden het niet. Ze kozen niet voor een nieuwe, ingrijpende liberalisering van de economie.

Zo’n hervorming, waar internationale partijen als de Wereldbank steeds steviger op aandrongen, had ertoe kunnen leiden dat ook gewone Chinezen weer zouden voelen dat ze een eerlijke kans hadden om rijk te worden. Dat gevoel hadden ze in het begin van de 21ste eeuw geleidelijk verloren.

Het Chinese leiderschap liet het moment voorbijgaan waarop China nog een moderne rechtsstaat had kunnen worden. De leiders konden en wilden de geprivilegieerde klasse van superrijken niet tegen zich in het harnas jagen. Die kleine groep bestond uit mensen met sterke banden met de Partij. Ze waren door en door corrupt.

Veel Chinezen voelden dat hun leven zich afspeelde tegen een schitterend, westers filmdecor, maar het bleef een decor; ze zagen een land waar de corruptie zo welig tierde dat het deed denken aan de ontaarde nationalisten die Mao na een bloedige burgeroorlog had verdreven uit het land. Mensen die de verschrikkingen van de Culturele Revolutie niet hadden meegemaakt, begonnen Mao weer te idealiseren; ze zagen een nieuw maoïsme als de sleutel om China te ontdoen van corruptie.

Niet het liberalisme of een meerpartijensysteem trok hen aan, maar een krachtige leider die China kon teruggeven aan de gewone Chinezen. Zo’n leider stond op binnen het Centraal Comité. China kwam onder de invloed van een charismatische, ‘rode’ communist, die zichzelf bovennatuurlijke vermogens toedichtte, een magische maoïst die zoveel steun onder de bevolking wist te verwerven dat de top van de Partij besloot om hem dan maar liever te benoemen als nieuwe secretaris van de Partij en als president toen hij dreigde met een nieuwe revolutie.

Het eerste wat hij deed, was alle Chinese en buitenlandse bedrijven nationaliseren. De westerse bemoeienis met China omschreef hij als ouderwets kolonialisme onder een neoliberale dekmantel. Staatsbedrijven kregen weer de verantwoordelijkheid om hun werknemers te verzorgen van de wieg tot het graf. Niemand was meer straatarm en niemand meer stinkend rijk. De corruptie leek aanvankelijk verdwenen.

China verloor door deze maatregelen langzaam maar zeker z’n welvaart. Het werd weer een geïsoleerd land waar westerlingen niet welkom waren. Dit zou niet eeuwig duren. Er broeide iets, maar dat zou pas weer tot een omwenteling leiden als ook deze Grote Leider was gevallen.

Garrie van Pinxteren is sinoloog en senior onderzoeker aan Instituut Clingendael.