Brieven

Welke onderzoeker heeft het lef alles zelf te doen?

Paul Schnabel schrijft dat promoveren niet meer is wat het is geweest (NRC Handelsblad, 22 december). Hij vertelt dat alle promoties óf zo op elkaar lijken óf zo gedetailleerd zijn dat ze zelfs voor een column niet meer geschikt zijn. En hij schrijft dat promoties waarbij levenslange ervaring en opgedane kennis neergeschreven wordt in een promotiethesis nauwelijks meer voorkomen.

Deze situatie herken ik maar al te goed. Ik ben een promotiestudent van 53 jaar en werk, naast een bijna volledige baan, aan twee promotieonderzoeken. Ik heb meer dan 35 jaar ervaring in de zorg en doe nu wetenschapsfilosofisch onderzoek naar de complexiteit van de zorg.

De universiteit krijgt bij mijn promotie zestig- tot negentigduizend euro van de overheid. Hiervoor levert zij mij een beperkt aantal begeleidingsuren en een heleboel overhead, waar ik geen gebruik van kan maken, en bekostigt zij een groot deel van mijn promotieceremonie. Mijn uren, literatuur en onderzoeksreizen betaal ik allemaal zelf. Ik heb overwogen om mij aan te sluiten bij een onderzoeksschool à tienduizend euro, maar heb daar toch van afgezien. Voorportaal van de eenheidsworst.

Welke onderzoeker heeft het lef om dwars door conventies heen eigen onderzoek op te zetten, eigen ideeën te ontwikkelen op basis van jaren ervaring en is in staat zelf een kritisch netwerk van collega-wetenschappers om zich heen te verzamelen om het onderzoek te toetsen en alle kosten zelf te betalen?

E.H. Smit

Utrecht

What the app – of hoe kweek je zelfstandigheid

De eerste keer dat ik het artikel ‘What the app’ las, uit de bijlage Mens&, zat ik te gniffelen (NRC Handelsblad, 24 december). Leuk satirisch stukje. Een zogenaamd gezin uit Haarlem, waarbij de vader na een oproep via een apparaat van zijn twaalfjarige dochter onmiddellijk naar school snelt om de vergeten broodtrommel na te brengen. Heerlijk! Een puber die het even niet meer ziet zitten in de supermarkt en zich via zo’n zelfde apparaat direct in verbinding stelt met zijn moeder. Lachen!

Bij tweede lezing besefte ik dat dit serieus was. Opgelucht denk ik aan mijn zoon van tien, die, toen de melk bij de supermarkt op was, zelf bedacht dan maar een pak geitenmelk mee te nemen. Waar we lekker van hebben zitten gruwelen met z’n vieren. En aan mijn zoon van dertien, die besloot de vijf kilometer naar huis te lopen toen z’n band lek was. Ik denk dat wij ons zorgen moeten gaan maken over de kinderen in dit artikel, als zij representatief zijn voor hun leeftijdgenootjes.

De moeder uit Haarlem maakt het pijnlijk duidelijk: „De hele dag heb je een lijntje met je kind.”

Catharina van den Berg

Heiloo

‘Pesten? Mijn Kind Doet Zoiets Niet!’

Astrid Boom stelt een pestprotocol voor (Opinie & Debat, 22 december). Het ziet er prachtig uit, maar het zal niet werken. Zo gauw een mentor van een gepeste leerling een pester aanspreekt, komen diens ouders in actie: „Mijn Kind Doet Zoiets Niet!” Wanneer de school de ouders van de pester uitnodigt voor een gesprek, met als uiterste sanctie de pester van school te verwijderen, draaien de ouders van de pestkop de rollen om. Als de school zo blijft zeuren, nemen ze hun kind wel van school.

Dit is een schrikbeeld voor elke schoolleiding. Iedere leerling telt voor de instandhouding van de school.

Acht van de tien ouders mogen dan wel roepen dat de school strenger moet optreden – dit geldt toch vooral voor de kinderen van andere ouders.

H.J.IJzer

Apeldoorn

    • H.J. Ijzer
    • E.H. Smit
    • Catharina van den Berg