Beroemde experts doen slechte voorspellingen

Als tegenwicht in deze discussie over de toekomst heeft de redactie ons gevraagd uit te leggen waarom alle pogingen om een blik in de toekomst te werpen zinloos en nutteloos zijn. De intellectuele uitdaging spreekt ons aan, maar we hebben helaas een teleurstelling in petto.

Sommige pogingen om in de toekomst te kijken vinden wij inderdaad zinloos en nutteloos, maar andere niet. Bij nadere beschouwing van het onderscheid tussen beide kunnen wij allemaal – op zijn minst een beetje – onze vooruitziende blik verbeteren.

Voor sommigen is dit misschien een verrassing. Een van ons, Dan Gardner, schreef Future Babble, een aanklacht tegen de goeroes die beweren vele jaren van tevoren de loop der gebeurtenissen te voorzien. De ander, Philip Tetlock, is de onderzoeker die in de jaren tachtig en negentig uitvoerig de juistheid van voorspellingen door deskundigen beoordeelde en tot de slotsom kwam dat de gemiddelde deskundige ongeveer even goed toekomstige ontwikkelingen voorzag als de gemiddelde chimpansee die met pijltjes gooide. Dat is niet zo best.

De vergelijkbare nauwkeurigheid van deskundigen en chimpansees is inmiddels een geliefd weetje onder mensen die elke discussie over de toekomst ‘gebabbel’ vinden, maar wat deze bespotters zelden vermelden, is dat dit weetje de aandacht afleidt van een veel onthullender conclusie uit datzelfde experiment.

Eigenlijk waren er twee statistisch te onderscheiden groepen deskundigen. De ene was zo slecht dat die dik verloren zou hebben van chimpansees die met pijltjes gooiden, maar de andere deskundigen deden het beter dan iemand die er maar naar raadde. Niet veel beter, overigens – ze waren nog steeds mijlenver verwijderd van de perfectie van een orakel. Ze verloren zelfs van heel eenvoudige algoritmen, maar ze getuigden toch van waarachtig voorspellend inzicht.

Het belangrijkste verschil tussen de twee groepen was de denktrant.

De rampzaligen lieten zich veelal meeslepen door één enkel idee, verzuimden zo veel mogelijk informatie uit zo veel mogelijk bronnen te verzamelen en voerden hun analyse door totdat ze heel zeker waren van hun gelijk. Deskundigen met werkelijk inzicht gebruikten uiteenlopende ideeën vooruiteenlopende problemen, vergaarden elke willekeurige informatie, aanvaardden complexiteit en zeiden veel minder vaak dat iets ‘zeker’ of ‘onmogelijk’ was. Ze zeiden veel vaker ‘misschien’, ‘dat weet ik niet zeker’ en ‘Ben je gek? Dat is totaal onvoorspelbaar!’

Vandaar de centrale paradox: degenen die minder vertrouwen hadden in hun vermogen om in de toekomst te kijken, waren daar beter toe in staat.

Helaas willen mensen over het algemeen geen ‘misschien’ horen. Ze willen een eenvoudig, duidelijk en meeslepend verhaal dat hun vertelt hoe de toekomst zich zal ontvouwen.

Dat is precies het soort verhaal van de deskundigen wier toekomstvoorspelling er het verst naast zat. Het verontrustende is dat uit het experiment een omgekeerd verband bleek tussen roem en nauwkeurigheid – hoe beroemder de deskundige, hoe onnauwkeuriger zijn of haar voorspellingen.

Als deze inzichten juist zijn, zou hieruit moeten volgen dat we onze vooruitziende blik kunnen verbeteren door deze superieure denktrant aan te leren en te cultiveren. In nieuw onderzoek wordt deze gedachte wetenschappelijk getoetst. Het is weliswaar nog te vroeg om definitieve uitspraken te doen, maar we kunnen wel zeggen dat de voorlopige uitkomsten zeer bemoedigend zijn.

Laat dit gegeven ons evenwel niet naar het hoofd stijgen. Het menselijk verlangen om in de toekomst te kijken, zal ons vermogen daartoe altijd verre overtreffen. Wie dit in gedachten houdt en nederig blijft, kan af en toe misschien een bescheiden glimpje opvangen van dat wat komen gaat.

Philip Tetlock is schrijver en hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Pennsylvania. Dan Gardner is journalist en schrijver van het boek Future Babble.