Wijn proeven

De eerste keer dat ik een wijnproeverij bezocht was ik meegenomen door een bevriende restauranthouder die, zoals hij zei, wel eens wat Bordeaux wilde doorproeven. Dóórproeven, dat moet ik onthouden, dacht ik.

Bij het begin gaf hij mij instructies hoe ik me diende te gedragen. Ik was een gretige leerling dus het slurpend over de tong laten gaan, het walsen in het glas, een stukje brood nemen om de mond te neutraliseren en het spuwen had ik snel onder de knie, maar de begeleidende tekst van de wijnhandelaar was voor mij dikwijls een raadsel.

„Dit is meer een wijn om te drinken”, zei hij bij het inschenken van weer een nieuw glas.

„Wat moet je er anders mee doen,” vroeg ik mijn vriend.

Die legde me snel uit dat er wijnen waren om meteen te drinken en wijnen die lang moesten blijven liggen om op dronk te komen.

Ik besloot onmiddellijk dat ik, gezien mijn gevorderde leeftijd, geen wijnen meer zou aanschaffen die tien of meer jaar moesten blijven liggen.

Bij een andere gelegenheid, waarbij witte wijn geproefd werd, zag ik iets verbazingwekkends. Een duidelijk ervaren proever boog het hoofd en legde een luisterend oor boven het glas. Ik dacht dat hij misschien wilde horen of de wijn kurk had, maar het bleek iets anders, want hij zei vergenoegd: „Deze is nog een klein beetje petillant.” De man hoorde belletjes.

Sinds die tijd moet ik de neiging onderdrukken om tijdens een proeverij niet alleen aan het glas te ruiken, maar ook heel nadrukkelijk naar de wijn te luisteren, om te laten zien wat een dekselse kenner ik ben.