Column

Vuurwerkmanie

Ze werden versleten voor halvegaren, de GroenLinksers die elk jaar weer protesteren tegen de vuurwerkhysterie op oudejaarsavond. Fractievoorzitter Arno Bonte van GroenLinks Rotterdam en Haags gemeenteraadslid David Rietveld schreven al in 2008 een opiniestuk in NRC Handelsblad, waarin zij wezen op de drie grootste bezwaren tegen het vuurwerk: luchtvervuiling, geluidsoverlast en slachtoffers.

Bonte en Rietveld bepleitten een volledig verbod op het afsteken van consumentenvuurwerk. Dat moest worden overgelaten aan professionals die een vuurwerkshow verzorgen, zoals in Australië gebeurt.

„Je kan de buren voortaan op straat een goed nieuw jaar wensen”, schreven de GroenLinksers, „zonder naar binnen gejaagd te worden door gevaarlijke knallen of kruitdamp. En je hoeft je geen zorgen te maken of je in het nieuwe jaar een vinger of een oog moet missen. Oud en Nieuw zal er alleen maar leuker op worden.”

Verstandige woorden, zou je denken, maar Bonte en Rietveld praatten alleen maar voor oren die al stokdoof leken geworden van al dat vuurwerk. Alsof het een soort linkse hobby was, dat gezeur over vuurwerk. Maar de GroenLinksers gingen door, zelfs met een meldpunt voor vuurwerkoverlast, dat weliswaar minder publiciteit kreeg dan dat meldpunt voor die akelige Polen, maar waarop inmiddels toch zo’n 23.000 meldingen binnenkwamen. Veel meldingen gingen over vuurwerkbommen die midden in de nacht worden afgestoken.

Onlangs zag ik in het NOS Journaal een filmpje over illegaal vuurwerk. Het bleek vaak de kracht van een handgranaat te hebben, deeltjes ervan drongen door een autoportier heen. In nrc.next las ik dat er pijlen, bangers en mortieren worden gebruikt met een lading van tussen de 5 en 300 gram flitspoeder, waar in Nederland maximaal 2,5 gram zwart buskruit is toegestaan. „Voor extra effect voegen de makers ingrediënten als benzine, haarlak en deodorant toe.”

Doe je meisje of (schoon)moeder er ook maar bij, zou ik de jongens (het zullen wel vooral jongens zijn) willen toevoegen: als het maar fikt.

Vorig jaar waren er 670 slachtoffers van vuurwerk op de spoedeisende hulp, dit jaar zullen het er weer meer zijn. Hoeveel kosten ons die slachtoffers? Dat cijfer heb ik nergens kunnen vinden. Wel de prijs van al dat vuurwerk: 65 miljoen, alleen al voor het legale vuurwerk.

Toch bestaat voor een verbod onvoldoende maatschappelijk draagvlak, bleek uit een onderzoek. Misschien moeten die GroenLinksers hun voorstellen van wat meer zwart buskruit voorzien. Ik denk aan een plan om op nieuwjaarsdag alle door vuurwerk afgerukte en vermorzelde armen, benen, ogen, oren en neuzen op één centrale plek te verzamelen en vervolgens in een luisterrijke vuurwerkshow ten hemel te zenden.

Misschien wordt dat draagvlak er ietsje breder van. Maar het zal nog wel een poosje duren. De Nederlandse vuurwerkmanie doet me in de verte denken aan de halsstarrigheid waarmee veel Amerikanen hun vuurwapens blijven vereren. Ze laten er zich dezer dagen zelfs triomfantelijk mee onder de kerstboom fotograferen.

Voor wie schrijf ik dit? Om eerlijk te zijn: niet voor mezelf, zelfs niet voor u, maar voor niemand minder dan mijn kat, die straks na de eerste keiharde knal weer sidderend onder het bed zal schieten om er een etmaal later onder vandaan te komen met de stille verbijstering van iemand die de Apocalyps heeft overleefd.

Een gezonde jaarwisseling alvast!