Voetbal verdrijft de indianen van Rio

Brazilië is in 2014 gastheer van het WK voetbal. De indianen van Rio zijn daar niet zo blij mee. Hun huizen moeten wijken voor de finale.

Opperhoofd Carlos Tukano verheft zijn stem om boven het geluid van de drilboren uit te komen. Zijn indianendorp ligt pal naast het Maracanã, locatie voor de finale van het WK voetbal in 2014 in Rio de Janeiro. De Braziliaanse voetbaltempel ondergaat een ingrijpende renovatie met het oog op het toekomstige voetbaltoernooi. „Het Maracanã wil van ons dorp een toegangsweg maken, maar deze plek is speciaal voor indianen. Wij willen hier niet weg”, zegt Tukano.

Het zogeheten ‘Maracanã-dorp’ is dezer dagen een verzamelplaats van activisten en boze indianen. Ze willen de sloop van het dorp, nodig voor de uitbreiding van het Maracanã, voorkomen. Een indiaan met rode verfstrepen op zijn gezicht en kleurrijke inheemse sieraden om zijn nek loopt voorbij. „De bulldozers kunnen nu elk moment komen”, zegt Tukano.

Rio de Janeiro is op allerlei fronten in de weer om de stad klaar te stomen voor toekomstige sportevenementen als het WK in 2014 en de Olympische Spelen in 2016. De talrijke verbouwingen hebben verstrekkende gevolgen, zoals de gedwongen verhuizing van het indianendorp.

Het verzet van de indianen heeft inmiddels tot verhitte debatten geleid. En daardoor is de aandacht ook weer toegenomen voor andere, soortgelijke situaties. Meer dan 10 sloppenwijken zijn bijvoorbeeld al gesloopt, om plaats te maken voor onder meer nieuwe wegen en speciale busverbindingen. Daarbij hebben naar schatting 20.000 mensen hun huizen verloren.

Het dorpje van opperhoofd Tukano (ongeveer 40 inwoners) ligt verscholen achter een witte muur met schilderingen. Het bestaat uit een tiental primitieve huisjes van klei en zinken daken. De nederzetting is ontstaan in 2006, toen een groep er een illegale grondbezetting begon. Zo zijn vrijwel alle sloppenwijken in de stad ontstaan.

Sindsdien biedt het dorpje onderdak aan onder meer indianen van verschillende stammen die hun land zijn kwijt geraakt aan grote landbouwbedrijven in andere delen van Brazilië. Maar zegt dorpsopperhoofd Tukano: „Dit was ook het woongebied van het volk van de Maracanã, een indianenstam die vlak bij de Maracanã-rivier woonde die door dit deel van de stad loopt.”

Het optreden van de gemeente bij de verplichte verhuizingen van woonbuurten heeft eerder al tot kritiek geleid van de Verenigde Naties. Er zou te weinig rekening worden gehouden met de wensen van de bewoners die moeten verhuizen. Volgens het Observatorium van Metropolen, een onderzoeksinstituut verbonden aan de Federale Universiteit van Rio de Janeiro, worden mensen vaak amper voorgelicht over de verplichte verhuizing en krijgen ze geen redelijk alternatief aangeboden.

Sommige mensen horen een dag van te voren dat ze weg moeten, vertelt Demian Castro, die de gedwongen verhuizingen volgt namens het observatorium. Soms krijgen ze een huis aangeboden, maar dat ligt dan 40 kilometer van hun oude huis vandaan. „Mensen werken vaak dicht bij huis en ineens moeten ze ergens gaan wonen waar niets is, geen scholen, geen ziekenzorg, geen werk. De indianen hebben nog niets aangeboden gekregen. Het gaat er nogal willekeurig aan toe”, zegt Castro.

Op hetzelfde terrein van het indianendorp staat het vervallen koloniale pand van het voormalige museum van de Indiaan. De gemeente wil ook dat gaan afbreken. „Het pand is 147 jaar oud, heeft historische waarde, het moet juist gerenoveerd worden”, zegt Tukano.

De indianenchef draagt een kaki broek, een wit T-shirt en stevige wandelschoenen. Zijn gitzwarte haar reikt tot zijn schouders. Voor hem hebben het dorp en het oude museum een grote symbolische betekenis. In 1953 werd in het oude pand door de bekende Braziliaanse antropoloog Darcy Ribeiro het eerste museum van de Indiaan van Latijns-Amerika geopend. Voor het eerst was er een instituut dat de problematiek, de geschiedenis en de cultuur van de indianen in Brazilië serieus nam, zegt Tukano.

Door het gaas van de omheining die het dorpje en het voetbalstadion Maracanã scheiden, zijn mannen in overals en helmen zichtbaar. Vrachtwagens met bouwmateriaal rijden af en aan. Carlos Neto, een bewoner van een nabijgelegen sloppenwijk, voelt zich solidair met de indianen. Hij zegt: „Alles moet wijken voor het WK en de Spelen. Er wordt geen rekening gehouden met de bewoners van de wijken die plat moeten. Je hebt totaal geen rechten.”

Zelf heeft Neto in sloppenwijk ‘comunidade do Metrô Mangueira’ gewoond. Deze buurt, op loopafstand van het voetbalstadion, is al deels gesloopt. Zo’n 350 families van de 700 zijn vertrokken, onder meer naar de afgelegen noordzone van de stad. Het puin van de neergehaalde huizen laat de gemeente vooralsnog liggen om zo nieuwe ‘illegale bezetting’ te voorkomen. Neto woont er niet meer. De puinhoop was hem te veel geworden. Hij zegt: „Mensen leven daar al jaren, wonen en werken er, en dan ineens moeten ze verplicht verhuizen? Omdat er zo nodig een parkeerplaats moet komen?”

Volgens de gemeente Rio de Janeiro is een aantal verhuizingen van buurten rond het Maracanã een gevolg van de eisen van de internationale voetbalbond FIFA ten aanzien van het stadion. Maar mensenrechtenorganisaties en bewoners weigeren dat te accepteren. Alsof de stad zijn soevereiniteit is verloren aan de FIFA en de voetbalbond het laatste woord heeft over verhuizingen van complete buurten. Neto zegt: „De gemeente houdt gewoon een schoonmaak, zogenaamd in het kader van het WK of de Spelen. Maar uiteindelijk zie je gewoon dat de arme burger geen rechten heeft.”

Laatste bijdrage van correspondent Philip de Wit in Brazilië.

    • Philip de Wit