Van ‘topbol’ tot ‘massieve kanonskogel’. Het AD heeft weer oliebollen getest

Het productieproces van oliebollen bij bakkerij Olink in Maarssen. De bakker won de twintigste editie van de AD Nationale Oliebollentest met een 10. Foto ANP / Michael Kooren

Van een “oliebol waar je van blijft eten” tot “massieve kanonskogels waarmee je iemand de hersens kunt inslaan”. Vandaag heeft het AD voor de 20ste keer de jaarlijkse oliebollentest gepubliceerd - een bijlage van 16 pagina’s bij de krant. Eén keer werd er een tien uitgedeeld, zes keer een nul.

Bij vijf van die nullen spreekt de krant van een ‘economisch delict‘. Wegens de schadelijke stoffen zou het volgens het AD strafbaar moeten zijn om zulke oliebollen te verkopen. Maar in de onderste regionen zijn de verschillen klein. Neem bijvoorbeeld de beoordeling van de Hollandse Gebakkraam Venekamp in Hoogezand-Sappemeer, met plaats 126 van de 131 zijn de bollen niet strafbaar, maar wel onverkoopbaar.

“Massieve kanonskogel waarmee je iemand de hersens kunt inslaan. Te vies voor woorden. Braakneigingen. Ranzige olie. Gemeente, bescherm je inwoners en trek de vergunning onmiddelijk in.”

Die kwalificatie verschilt niet veel van het oordeel over de allerslechtste oliebollenbakker die het AD aantrof. Uit het juryrapport over De Hollandsche Gebakkraam H.J. Bakker in Haarlem:

“Grauw van binnen, niet gaar en niet te eten. Olie waarin wordt gebakken is zwaar verontreinigd. Een kraam waar een weldenkend mens met een grote boog omheen loopt. Wegwezen hier!”

Het is allemaal een beetje treurig gesteld in oliebollenland. Vanaf plaats 81 valt al de eerste onvoldoende (“slappe korst omhult moddervette bol”) en daarna wordt het er stapje voor stapje alleen maar slechter op. Het is vooral knap hoe creatief het AD blijft bij de oneindige stroom aan negatieve kwalificaties. De overige gebakkramen in de onderste regionen van de langlijst staan volgens het AD in Castricum (“vet en onsmakelijk kreng”), Oost-Souburg (“Politieman voor kraam koopt bollen, maar kan beter een bekeuring geven”), Groningen (“arme klanten”) en Leeuwarden (“etterende gezwelletjes vol vies vet die bij het eten openbarsten”).

‘Test geschiedt in stilte en met opperste concentratie’

De oliebollentest van het AD wordt gedaan door twaalf panelleden van het Centrum voor Smaakonderzoek en een bakkerijtechnoloog. Tien dagen lang worden er verschillende monsters geproefd en de resultaten worden volgens het AD “geanalyseerd met behulp van een wetenschappelijk rekenmodel”. Dit alles geschiedt “altijd in stilte en met opperste concentratie”.

Naast de baksel die de jury kwalifeert als ‘laxeeermiddel vermomd als oliebol’ of ‘een vetspons met een nep rumsmaakje’ zijn er ook genoeg oliebollen waar de smaakpolitie van het AD wél blij van wordt. De superlatieven voor de oliebollen van Bakkerij Olink in Maarssen schieten volgens het AD te kort. Het is de enige bakker die een tien als eindcijfer krijgt. Oliebollenkoning Richard Visser uit Rotterdam, achtvoudig kampioen, krijgt dit jaar een 9,5 (“Krokante korst omhult een rijke, klassieke oliebol met frisse smaak”) en ook Dennis Smit uit Ouderkerk aan de Amstel is volgens het AD één van de kraambakkers die “het is zijn vingers heeft zitten”.

De gehele top 5 volgens het AD:

  1. Bakkerij Olink, Maarssen (10)
  2. Richard Visser’s Gebakkraam, Rotterdam (9,5)
  3. Hollandse Gebakkraam Dennis Smit, Ouderkerk aan de Amstel (9)
  4. Echte Bakker Vliegendehond, Wolvega (9)
  5. Gebackerij van Dongen, Made (9)

De hele ranglijst zet het AD vanavond online.

Bakker Willie Olink met zijn prijswinnende oliebollen. Foto ANP / Michael KoorenBakker Willie Olink met zijn prijswinnende oliebollen. Foto ANP / Michael Kooren

    • Lex Boon