Soldaten VS: steeds betere bloedvaten

Eén op de twaalf Amerikaanse militairen die sneuvelden in de oorlog in Irak had aderverkalking. Dat bleek bij autopsie van ruim 3.800 overledenen. Ze waren gemiddeld bijna 26 jaar oud. Dit betekent dat Amerikaanse soldaten het afgelopen decennium gezondere bloedvaten hadden dan hun lotgenoten van zestig en veertig jaar geleden. Legerartsen vonden veel meer aderverkalking tijdens lijkopeningen van gesneuvelden uit de Korea- en Vietnamoorlogen. Van de soldaten die in Korea vochten, had 77 procent aderverkalking. Bij de Vietnam-militairen was dat 45 procent.

Het bloedvatonderzoek onder de soldaten die in de jaren vijftig in Korea sneuvelden was indertijd een eye-opener. Hart- en vaatziekten en kanker werden toen belangrijke doodsoorzaken, doordat de sterfte aan infectieziekten in de decennia daarvoor snel was afgenomen. Voor het eerst zagen artsen dat aderverkalking al bij jonge mensen aanwezig kan zijn, meestal nog zonder klachten te veroorzaken.

Aderverkalking begint als vet en cholesterol neerslaan aan de binnenkant van de slagaderen. Dit wordt bevorderd door te veel eten. Op die vettige neerslag ontstaat een ontstekingsreactie, gestimuleerd door roken, die langzaam maar zeker ‘verkalkt’. Bij ernstige aderverkalking slibt een slagader dicht. Het geeft pijn bij inspanning, of hart- of herseninfarcten.

Van de gesneuvelden in Irak had 2,3 procent ernstige aderverkalking, wat betekent dat minstens één slagader rond het hart al voor meer dan de helft van de diameter was dichtgeslibd. Bij 6,2 procent vonden de autopsie-artsen matige (minder dan de helft van een bloedvat zat dicht) of alleen lichte aderverkalking, met alleen vette aanslag.