Slechts vage klachten in rechtersmanifest

Het is onduidelijk waar de rechters hun klachten over de werkdruk op hebben gebaseerd, vindt Dato Steenhuis.

Illustratie Angel Boligan

Wie een poging doet om de klachten van de appelrechters over hun werkdruk – zoals die zijn verwoord in een intern manifest – op waarde te schatten, heeft het niet gemakkelijk. Nergens zijn absolute gegevens te vinden over het aantal zaken dat is binnengekomen, van welk type die zaken zijn, hoe ze zijn behandeld, meervoudig of enkelvoudig en wat voor straffen er zijn opgelegd.

De enig beschikbare absolute gegevens betreffen het totaal aantal afgehandelde zaken. Dat is volgens Criminaliteit en Rechtshandhaving, een publicatie waaraan ook de Raad voor de rechtspraak meewerkt, sinds 2005 aanvankelijk gedaald en sinds 2008 weer toegenomen, maar bevindt zich nog steeds ongeveer 3 procent onder het niveau van 2005. Op de toename van alleen het aantal zaken kunnen de klachten dus niet zijn gebaseerd.

Over de zwaarte van de zaken zijn in het geheel geen gegevens bekend, behalve die welke zijn gebaseerd op ondoorzichtige weegfactoren die de Raad voor de rechtspraak hanteert. Evenmin wordt duidelijk hoe het appèlpercentage zich ontwikkelt. Als dat gelijk zou zijn gebleven, zal de instroom van zaken bij de gerechtshoven vanzelf dalen, omdat het aantal schuldigverklaringen in de eerste lijn sinds 2005 met ruim een kwart is afgenomen. Van welk type zaken er relatief veel of juist weinig hoger beroep wordt ingesteld, om zo enig zicht te krijgen op de ontwikkeling van de zwaarte van zaken, valt in de jaarverslagen van de Raad voor de rechtspraak niets te vinden.

Alle cijfers die men daar aantreft, zijn of ‘producten’, zoals die in overleg met het ministerie zijn gedefinieerd en waarop de financiering van de rechtspraak is gebaseerd; of het zijn percentages van instroom ten opzichte van uitstroom en dergelijke. Zo gedetailleerd als de prestaties van de eerste lijn worden geboekstaafd in Criminaliteit en Rechtshandhaving, zo lacuneus is de verslaglegging over de rechtspraak in hoger beroep. Als ik tussen de regels door lees, klagen de samenstellers van de genoemde publicatie daar ook over.

Door dit gebrek aan transparantie bij de verslaglegging maakt de Raad het die appèlrechters dus mogelijk om met algemene en vooralsnog ongefundeerde klachten over hun werkdruk te komen. De krantenlezer die van deze klachten kennisneemt, weet niet eens of het gaat over het hele terrein van de appèlrechtspraak, of over één of meer van de sectoren straf-, civiel en bestuur.

Ik maak me sterk dat de opstellers van het manifest evenmin beschikken over harde, betrouwbare gegevens. Een verdachte of procespartij die met dergelijke vage klachten zou komen, had, na geruime tijd, nul op rekest gekregen.

Dato Steenhuis is oud-procureur-generaal van het gerechtshof Leeuwarden. Zie het weblog ivorentoga.nl