Rembrandt, echt of niet

Echt of niet echt, dat is de kwestie. Alhoewel... In het souterrain van Magna Plaza, een shopping centre middenin Amsterdam, zijn 325 „hoogwaardige reproducties” tentoongesteld van schilderijen van Rembrandt van Rijn (1606 of 1607-1669). Ze worden ronkend aangeprezen als de „ultimate experience” van Rembrandt, want het zijn typisch 21ste-eeuwse kopieën, vervaardigd met de digitale technieken die de moderne kijker associeert met levensechte ervaringen. De suggestie is dat deze doeken zoveel mogelijk samenvallen met de doeken die destijds uit het atelier kwamen. Levensecht dus.

Maar echt zijn ze echt niet. En niemand weet nog werkelijk in welke toestand de doeken de werkplaats van hun schilder verlieten. De zeventiende eeuw is voorbij. Zo voorbij dat zelfs de nazaten van ooggetuigen niet meer geraadpleegd kunnen worden.

Intussen worden de kopieën in het Magna Plaza onder toezicht van Ernst van de Wetering, kunsthistoricus en wereldwijd erkend Rembrandt-expert, gepresenteerd onder de titel Rembrandt, all his paintings. Hij wees er weer zes toe aan Rembrandt. Bekende werken uit gezaghebbende musea in New York, Berlijn en Parijs. Die barstten niet in gejuich, ze zijn onzeker over de toeschrijvingen. Wat hen betreft blijven de doeken „uit de tijd van Rembrandt”. Van de Wetering gaat niet in discussie. „Ik heb gewoon gelijk”, zegt hij.

Van de Wetering bestudeert de schilder sinds 1968 als oudste lid van in het Rembrandt Research Project. Maar heeft hij „gewoon gelijk”? Is Venus en Cupido (ca. 1657) werkelijk voortgekomen uit de penselen van Rembrandt? Was hij het die dat onhandige engelenhandje schilderde dat boven de borst van ‘Venus’ zweeft terwijl je zou denken dat het op haar huid rust, die zo volmaakt zacht geschilderd is? Van de Weterings ‘bewijzen’ zijn indirect. Hij verwijt de conservatoren dat ze vasthouden aan hun eigen indruk van waar Rembrandt voor staat. Hij doet zelf niet anders. „Rembrandt was en bleef een zoeker”, verklaarde hij in 2006 in deze krant. Ook nu laakt hij iedereen die niet, zoals hij, erkent „hoe Rembrandt zelf voortdurend de schilderkunst onderzocht en ermee experimenteerde”.

Het is vreemd dat Van de Wetering zijn oordeel oplegt. Een wetenschapper weet dat elke wetenschappelijke conclusie open dient te staan voor falsificatie.

Rembrandt of niet, wie hetLouvre bezoekt ziet met Venus en Cupido geen kopie maar een echt schilderij uit de zeventiende eeuw. Een mooi schilderij. Alhoewel... Mooi of niet mooi, dát is de kwestie. Een ingewikkelde kwestie, want mooi is een subjectief begrip. Maar met schilderijen van het niveau van Rembrandt dringt het zich vanzelf op. Sterker, daarom willen we ze zien. In het echt.