Rechterlijke macht is zwaarlijvig gemaakt

De Raad voor de rechtspraak is als een vetschort om de rechterlijke organisatie gegroeid. Het is een beslissingenmachine, genesteld in het politieke centrum van Den Haag, vindt Menno Zandbergen.

Zwaarlijvigheid is niet een probleem dat is voorbehouden aan dikke mensen. Het is ook een welvaartsziekte waaraan veel organisaties lijden. De complicaties die erdoor optreden, zijn geregeld in het nieuws. Of het nu gaat om het VU Medisch Centrum of Amarantis, de kranten staan vol over vervreemding, logheid, ontevredenheid en conflicten met bestuurders.

Ook de rechterlijke macht gaat tegenwoordig gebukt onder organisatorische obesitas. Zoals dat hoort bij deze ziekte, verkeert de patiënt in een toestand van ontkenning.

Van de negentien rechtbanken die ons land tot voor kort rijk was, is de helft opgeslokt door de andere helft. Alle zittende rechtbankpresidenten zijn ontslagen en vervangen door collega’s die het belang inzien van strategische heroriëntatie en andere spannende uitdagingen. Nog onlangs ging dit gezelschap met company tie en al op de foto met de minister. Dit is een vreemd beeld voor een organisatie die allergisch hoort te zijn voor politieke inmenging, maar het geeft de verhoudingen goed weer.

Deze benoemingencarrousel is geregisseerd door een vrij nieuw ambtelijk orgaan in Den Haag, dat de afgelopen jaren als een vetschort om de organisatie is gegroeid: de Raad voor de rechtspraak. Rechters hebben niets te zeggen over de samenstelling van deze raad. Hetzelfde geldt voor de selectie van hun nieuwe leiders. Natuurlijk waren er wel adviescommissies en ondernemingsraden die hun plasje over de voordrachten mochten doen, maar de keuze was in de meeste gevallen beperkt tot ‘ja, graag’ en ‘nee, graag’.

Tien jaar, zo lang bestaat die raad ongeveer. Ooit bedoeld als buffer tussen politiek en rechterlijke macht, inmiddels uitgegroeid tot de zonnegod van rechtsprekend Nederland.

In een terugblik op de afgelopen maanden heeft de raad zich tevreden over de bestuurlijke buik gewreven. Hij schrijft dat de stoelendans naar genoegen is verlopen, en kan niet begrijpen dat er ophef over is ontstaan. Dat is veelzeggend, omdat complete rechtbanken te hoop zijn gelopen tegen de gevolgde procedure.

De bom is gebarsten door een manifest dat een zevental rechters uit het noorden van het land heeft opgesteld, en waarin hard wordt aangeschopt tegen de organisatie en haar leiding. In managementtermen is het een conflict tussen bottom-up en top down. Diep in hun hart vinden de initiatiefnemers dat rechtspraak voor Haagse bestuurders ongrijpbaar zou moeten zijn als palingen in een bak snot. Ze zeggen het natuurlijk wat magistratelijker, maar daar komt het wel op neer: de raad fungeert als de board van een groot bedrijf – een beslissingenmachine die wordt aangestuurd door een bestuur dat zich heeft genesteld in het politieke centrum, en dat is benoemd op voordracht van de Haagse politiek. De initiatiefnemers vertrouwen dat niet; ze voelen zich opgejaagd en bedreigd.

Rechters die de barricades op springen, ik denk dat ze zeldzamer zijn dan mollen op het strand. Als je een manifest voor hun neus houdt, zullen ze er voorzichtig aan snuffelen en het vervolgens uitgebreid voorzien van commentaar. Ze zullen zeggen dat ze het met onderdeel één, eerste alinea in overwegende mate eens zijn, maar dat ze het slot onvoldoende gesubstantieerd vinden. Een aantal zal zelfs struikelen over punten en komma’s. Dat zit rechters in de genen. Zoek er maar eens eentje op, op een borrel, en vraag om een kant-en-klare mening over iets actueels, willekeurig wat. De meesten zullen reageren alsof je na de preview vraagt of de film de moeite waard was. De kunst van de twijfel, dat kenmerkt de goede rechter.

Maar manifesten, die slik je door of je spuugt ze uit. Het was nogal een sprong in het duister om alle 2.500 magistraten van dit land een tekst te sturen met de oproep om aan te sluiten in een virtuele protestmars. Alleen ja-klikkers waren welkom in de groep.

Deze keer werd het wel een succes. Wekenlang stroomden de reacties binnen. Nu heeft een kwart van alle rechters van dit land ingestemd met het manifest. Er waren welgeteld vier tegenstemmen. Tien jaar frustratie werden samengebundeld op een A4’tje over vetzucht, opgejaagdheid en armoede. Zoals wel vaker bij ongezonde invloeden waaide deze ontwikkeling, vermomd als zegen, over uit Amerika op een moment dat ze daar alweer op dieet zijn.

Ook volgens de hoogste rechter van dit land, de president van de Hoge Raad, moeten de zorgen over de toekomst van de rechtspraak serieus worden genomen. Op de dag dat de Maya’s het einde der tijden hadden aangekondigd, verwees hij in een rede naar het manifest met de woorden „De wereld vergaat en wij vieren feest.” Chief Justice Kathleen Blatz van de Minnesota Supreme Court zei het ooit zo: Sometimes I feel as though I work for Mc Justice – we’re not good for you, but we sure are fast. Ook zij ontkent niet dat moderne rechters efficiënt moeten zijn en tempo moeten maken. Snel is natuurlijk goed, maar goed is altijd beter.

Ik hoop dat we hier het tij nog kunnen keren. De eerste stap is gezet. Om met Gerard van het Reve te spreken: het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven. In zijn boek De avonden strekt de hoofdpersoon zich daarna uit om in een diepe slaap te vallen. Dat is weer niet de bedoeling.

Menno Zandbergen is senior raadsheer van het gerechtshof Leeuwarden