Rajoy: kritiek op mij 'randverschijnsel'

Na een jaar crisisbeleid zit de Spaanse premier Rajoy stevig in het zadel. „Rajoy neemt de crisis serieus, maar er is nog veel werk te verzetten.”

Mariano Rajoy staat er ontspannen bij, op de jaarlijkse kerstborrel met de nationale en buitenlandse pers. In informele en besloten sfeer – wel hapjes en drankjes, geen camera’s of microfoons – durft de verlegen Spaanse premier wel terug te blikken op zijn eerste twaalf maanden aan de macht. Was dit hem zwaarder gevallen dan hij vooraf verwachtte, vroeg deze krant hem.

Rajoy wrijft door zijn baard en zegt: „We wisten dat het zwaar zou worden. Maar dan nog is het zoals met ziek zijn. De dokter kan wel tegen je zeggen: ‘Neem dit medicijn, over een week zult u zich beter voelen.’ Maar tot dat aanslaat, blijf je je beroerd voelen, maandag, dinsdag, woensdag...”

Rajoys medicijn voor Spanje heeft vooralsnog de economische pijn verhevigd. De structurele hervormingen moeten nog aanslaan, terwijl alle bezuinigingen de recessie verdiepen. De armoede, het aantal gedwongen huisuitzettingen en de werkloosheid liepen in 2012 verder op.

Toch zit Rajoy steeds steviger in het zadel sinds hij in november 2011 de verkiezingen won. Dat was dezelfde maand dat Italië een leiderschapswisseling zag: premier Berlusconi maakte onder druk van de markten en Europa plaats voor technocraat Mario Monti. Maar terwijl Italië door het aflopen van Monti’s interim-bewind nu een uitermate onzekere politieke tijd tegemoet gaat, is de politiek in Spanje doodsaai.

Rajoy, die op 21 december 2011 aantrad als premier, kan bogen op een comfortabele parlementaire meerderheid. Die behaalde hij weliswaar met een campagne waarin hij vaag bleef over zijn crisisaanpak. Maar die meerderheid stelt hem nu in staat pijnlijke ingrepen moeiteloos door het parlement te jagen, ook al breekt hij daarbij de ene verkiezingsbelofte na de andere.

Daarnaast zijn de centrum-linkse socialisten het tijdperk-Zapatero nog lang niet te boven. De PSOE verloor bij elke regionale verkiezing afgelopen jaar fors. Het linkerdeel van het electoraat versplintert steeds verder. De PP, die op rechts wel de eenheid weet te bewaren, profiteert hier onder de huidige kieswet sterk van.

Rajoy krijgt verder hulp uit Europa. Dat de paniek op de financiële markten over Spanje sinds deze zomer luwde, „is vooral te danken aan besluiten om de eurozone te verstevigen”, zegt Michele Boldrin. Hij is directeur van Fedea, een gezaghebbende economische denktank die vaak op één lijn zit met Brussel over economische hervormingen. „Rajoy neemt de crisis zeker serieuzer dan zijn voorganger. Maar er is nog veel werk te verzetten.”

Rajoy blijft twijfelen over een beroep op steun van de Europese Centrale Bank (ECB) en het euronoodfonds. Dit zou weliswaar de rente van Spanje omlaag kunnen brengen, maar gaat ook gepaard met meer buitenlandse bemoeienis. Boldrin: „Rajoy moet zijn trots opzijzetten. De hervormingen die de ECB zou opleggen, moet Spanje toch doorvoeren. Terwijl het effect van een lagere rente de bezuinigingsoperatie minder pijnlijk zou maken.”

De premier doet de bijna dagelijkse protesten tegen zijn beleid af als randverschijnsel. Eind september omsingelden indignados (‘verontwaardigden’) het parlement. Zij vinden dat de Spaanse democratie gegijzeld wordt door het verlammende tweepartijenstelsel, de markten en de financiële sector, en het oppermachtige Duitsland. Hun protest liep uit op ongeregeldheden, waartegen de politie keihard optrad. Rajoy prees vervolgens „de stille meerderheid die niet betoogt”.

Manuel Castells, een internationaal gelauwerde socioloog, vindt dat een inschattingsfout. „Democratische legitimiteit verwerf je niet alleen via verkiezingen”, zei hij onlangs bij de presentatie van zijn nieuwe boek, dat handelt over bewegingen zoals de indignados en Occupy. „In enquêtes onderschrijft driekwart van de Spanjaarden de kritiek van de indignados. Dat zij niet allemaal betogen, betekent niet dat de politiek hen eindeloos kan negeren.”

Zeker daar de werkloosheidscijfers nog jaren dramatisch hoog dreigen te blijven, aldus Castells. „Zoals de socialisten er nu aan toe zijn, kan rechts nog wel twintig jaar aan de macht blijven. Maar als de keuze al die tijd slechts Rajoy of Rajoy is, hoe houdt het land dat vol? Ik hoop niet dat het tot geweld komt. Maar als de politieke klasse zich in zijn kastelen blijft opsluiten, is het potentieel voor protest enorm.”