Oud-generaal Norman Schwarzkopf overleden

Norman Schwarzkopf tijdens een persconferentie in 1990. De oud-generaal overleed op 78-jarige leeftijd.

De Amerikaanse generaal Norman Schwarzkopf, de opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten tijdens de Golfoorlog, is overleden. Dat heeft oud-president George H.W. Bush - die zelf wegens “een hardnekkinge griep” op de intensive care ligt - vannacht in een verklaring laten weten.

In de verklaring spreekt Bush van “het verlies van een ware Amerikaanse patriot en één van de grote militaire leiders van zijn generatie”. Minister van Defensie Leon Panetta roemt Schwarzkopf in een verklaring als “een briljante strategist en een inspirerende leider”.

Schwarzkopf werd in 1988 benoemd tot commander-in-chief van Central Command, een van de militaire zones waarin de Amerikaanse strijdkrachten de wereld hebben opgedeeld. Toen Saddam Hussein drie jaar later Koeweit binnenviel gaf hij leiding aan operatie Desert Storm, waar zo’n dertig landen bij betrokken waren. Onder leiding van de Verenigde Staten werden de troepen van Hussein uit Koeweit gejaagd. Na de oorlog werd hij als held onthaald. Hij overleed op 78-jarige leeftijd aan een longontsteking in Tampa, Florida.

Schwarzkopf kwam op 24 augustus 1934 ter wereld in Trenton, New Jersey. Zijn vader was H. Norman Schwarzkopf Jr., oprichter en chef van de New Jersey State Police.
Na studies in Iran, Zwitserland, Duitsland en Italië behaalde de jonge Schwarzkopf een ingenieursdiploma aan de Universiteit van Zuid-Californië. In 1966 meldde hij zich als vrijwilliger aan voor de oorlog in Vietnam. Hij kreeg diverse onderscheidingen, waaronder een Purple Heart, en was een van de weinige militairen die niet gedesillusioneerd raakten door de oorlog. Hij drong er op aan om in Vietnam te blijven en het Vietnamese leger opnieuw op te bouwen tot een modern leger van beroepsmilitairen.

In 1990 speelde Schwarkopf een belangrijke diplomatieke rol bij het verkrijgen van toestemming van de Saudische koning Fahd om Amerikaanse en andere buitenlandse militairen op Saudisch grondgebied te stationeren. De troepenopbouw duurde vijf maanden tot de aanval op Iraakse installaties begon. In februari 1991 volgde na wekenlange luchtaanvallen een omvangrijk en succesvol grondoffensief. Een jaar later ging Schwarzkopf met pensioen.

Toen George W. Bush in 2000 een succesvolle gooi naar het presidentschap deed voerde Schwarzkopf campagne voor hem. Over de invasie in Irak in 2003 was hij echter sceptisch. “Hoe ziet het Irak van na de oorlog eruit, met de Koerden en de soennieten en de sjiieten? Dat is een belangrijke vraag. Dat zou echt onderdeel moeten uitmaken van het algehele campagneplan”, zei hij begin 2003 tegen de Washington Post.

Aanvankelijk liet hij zich overtuigen door het bewijsmateriaal van toenmalig minister van buitenlandse zaken Colin Powell dat Irak over massavernietigingswapens beschikte. Toen dat later onjuist bleek, zei Schwarzkopf dat de beslissing om ten strijde te trekken moest afhangen van wat inspecteurs van de Verenigde Naties in Irak aantroffen.

    • Lex Boon