Opeenstapeling crises is juist een zegen

Er zijn boeken waarvan je hoopt dat ze op het nachtkastje liggen van beleidsmakers. In het oog van de orkaan van Jan Rotmans is zo’n boek.

Rotmans (1961) is hoogleraar transitiekunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en een maatschappelijk gedreven wetenschapper. Na de financieel-economische crisis van 2008 bevindt de samenleving zich volgens Rotmans in een systeemcrisis, die diep is geworteld in alles wat we produceren en consumeren. „We krijgen een ecologische crisis op het gebied van voedsel, water en klimaat én een grondstoffencrisis.” Deze stapeling van crises is een zegen, vindt Rotmans. „Crises zijn de ideale voedingsbodem voor transities.”

De afgelopen tien jaar is een nieuw wetenschapsgebied ontstaan: transitiekunde. Een transitie is een omkering in het denken, handelen en organiseren, die vaak een lange tijd vergt – één tot twee generaties. In het boek laat Rotmans zien hoe transities tot stand komen en hoe ze kunnen worden gestuurd. Er worden uiteenlopende transitieprocessen beschreven; van de zorg tot de bouw, van energie tot voedsel, van Friesland tot Zeeland.

De energiesector is het meest tastbare en zichtbare voorbeeld van de kantelende samenleving. De energiewereld is van oudsher centraal en van bovenaf georganiseerd, waarbij fossiele energie (kolen, energie en gas) in grote centrales wordt opgewekt en centraal wordt geleverd aan klanten.

Technisch en economisch is het nu mogelijk om energie schoon op te wekken op lokale schaal. Dat betekent niets minder dan een aardverschuiving binnen de energiewereld. De afgelopen jaren ontstonden honderden lokale energie-initiatieven en -coöperaties, opgericht door burgers, bedrijven, lokale partijen en instellingen. Rotmans voorspelt dat de olievlek van duurzame energie-initiatieven zich de komende jaren verder zal uitbreiden. Deze sluipende revolutie zal binnenkort niet meer geruisloos zijn. „Het zal leiden tot chaos en spanningen met gevestigde belangen. Bedrijven als Shell, Nuon en Essent hebben jarenlang de transitie naar duurzame energie getraineerd en nu gaan hun klanten ineens doe-het-zelven of stappen ze over op een lokaal energiebedrijf.”

Rotmans voorspelt een heftige strijd tussen de snel opkomende niche van de duurzame, decentrale energie en het langzaam afbrokkelende fossiele energieregime. Die chaos en spanningen zijn volgens hem nodig voor de transitie. „Het zal er namelijk toe leiden dat de overheid de regie op zich moet gaan nemen en voor een gelijk speelveld tussen beide kampen gaat zorgen.” Uiteindelijk moet de overheid de transitie faciliteren.

Dat vraagt om een nieuwe vorm van leiderschap. Belemmeringen wegnemen, partijen bij elkaar brengen en innovatieve financiële arrangementen ontwikkelen. „Want met wat zonnepanelen op woonhuizen ben je er niet. De industrie, het vervoer en de landbouw verbruiken uiteindelijk de meeste energie, en om die sectoren te verduurzamen is de regie van de overheid nodig.” Zo’n energietransitie kan in Nederland alleen succesvol zijn als de rijksoverheid zelf voorgaat in zo’n proces. „Maar wie steekt het transitielont aan binnen de rijksoverheid?”

Met zijn boek onderneemt Rotmans een poging. Hij pleit voor een fundamentele verandering van het beleid, omdat we aan de vooravond staan van tien jaar crises. Rotmans koppelt daarbij een pessimistisch wereldbeeld aan een optimistisch mensbeeld.

Wordt zijn theorie praktijk, dan zal dit leiden tot een revolutie in de polder. Het poldermodel dient, volgens hem, vooral de gevestigde belangen – waardoor alles bij het oude blijft. Een wezenlijk onderdeel van de transitie is een machtswisseling. Nieuwe netwerken, niet hiërarchisch, maar plat en flexibel. Een machtswisseling van overheid naar burgers.

Het boek is prikkelend, visionair – het schetst de Nederlandse samenleving in 2050 – maar wat ontbreekt is de internationale context. Het boek concentreert zich op de Nederlandse samenleving. De door hem gesignaleerde orkaan kan toch niet alleen Nederland treffen?