Liefdesverklaringen stranden niet in een la

Tirade 446. Van Oorschot, 112 blz. € 12,50 ***

Vacatures! Vier stuks! Het tijdschrift Tirade heeft ze, nu de vier zittende redactieleden hun vertrek hebben aangekondigd. Merijn de Boer, Ester Naomi Perquin, Jeroen van Kan en Menno Hartman houden het voor gezien, nu de door Perquin omschreven ‘jongehonderigheid’ na een paar jaar wellicht wat begint te tanen. En die enthousiaste bevlogenheid verdient het tijdschrift, zo heet het.

De afgelopen jaren verschenen er een paar mooie nummers van het blad. Zo werd J.J. Voskuil na diens dood in 2008 voorbeeldig gememoreerd, zo werden een paar Nederlandse schrijvers aan het werk gezet met een paar gevulde reiskoffers die de redactie op Schiphol ophaalde.

Wat krijgt de aankomend redacteur terug voor zijn inzet? Discussie, drank, en misschien wel het mooiste: ‘een binnensluipende uitgever die een stukje Tsjechov voor komt dragen’. Dat is nog eens wat anders dan een laptop van de zaak.

Voor hun laatste Tirade vroegen de redacteuren enkele auteurs om brieven op te sturen ‘die in de la waren blijven liggen’. Het levert weliswaar niet het meest pregnante proza op (wat doet het anders in een la?), maar onderhoudend is het bij tijd en wijle wel.

Zo is daar Geerten Meijsing, die in 2009 zijn Siciliaanse huurbaas middels een fraaie bedelbrief kenbaar maakte dat hij ‘de huurpenningen niet meer kan opbrengen’. Meijsing was echter niet voornemens het betreffende pand vanwege zo’n klein detail te verlaten. ‘Het zal moeilijk zijn voor de Forze dell’Ordine hier binnen te dringen, omdat u zelf een porta blindata heeft laten installeren, die je alleen met een handgranaat open krijgt als hij op slot zit.’ Zoiets schrijven is op Sicilië vragen om problemen, dus het is maar goed dat de brief nooit verstuurd is. Wat verder opvalt is dat alle brieven protestbrieven zijn. Onverstuurde liefdesverklaringen zitten er nietbij. Liefdesbrieven blijven bij een schrijver blijkbaar niet in de la liggen.

Hartman en Van Kan grijpen de mogelijkheid aan om te essayeren over de literaire kritiek. De eerste is van mening dat de criticus een avonturier moet zijn die verrast wil worden door de schrijver, en niet zijn eigen ideeën of opvattingen in een tekst moet willen terugvinden. Rob Schouten, die Joost Conijns avonturenboek Piloot van goed en kwaad neerzette als ‘leeghoofdig’ omdat er geen metafysische of ethische aspecten in te vinden waren, deed het dus helemaal verkeerd, zo meent Hartman.

Van Kan bespreekt in zijn stuk het tamelijk recente fenomeen ‘fictiemoeheid’, dat hij aantrof bij Bas Heijne, Tim Parks en David Shields. Wil ik nog wel romans lezen? vroegen de drie zich in hun boeken af. Van Kan: ‘Ze gedragen zich een beetje als de mensen die na het herbronnen in de Andes, het slenteren langs de Ganges en het snorkelen langs diverse atols geborneerd door hun reisfolders bladeren en eigenlijk nergens zin meer in hebben.’ Dit gaat boze brieven opleveren.

    • Sebastiaan Kort