Hollande schrapt 'Grand Projet' van Sarkozy in Parijs

Nicolas Sarkozy wilde een ‘Huis der Geschiedenis’ aan Frankrijk nalaten. Nu blaast de regering van zijn opvolger dit ‘grand projet’ af. Te ‘gedateerd’.

Franse presidenten laten grote culturele projecten na. Georges Pompidou kreeg zijn centre voor moderne kunst, Valéry Giscard d’Estaing stond aan de wieg van het Musée d’Orsay, François Mitterrand liet aan de Seine een immense bibliotheek bouwen en Jacques Chirac schonk Parijs een museum voor niet-westerse kunst, het Musée du quai Branly.

Maar Nicolas Sarkozy?

Zijn ‘Huis van de geschiedenis van Frankrijk’, waarvan de in mei afgezwaaide president al tijdens zijn verkiezingscampagne in 2007 de eerste contouren schetste, gaat definitief niet door. Op Tweede Kerstdag kondigde de nieuwe Franse regering in het staatsblad aan dat de organisatie die het omstreden museum in voorbereiding had, per aanstaande maandag is opgeheven.

Het had een museum moeten worden dat met een ‘tijdsgalerie’ aan de hand van objecten uit bestaande collecties van historische musea in Frankrijk in de woorden van Sarkozy zou laten zien „waar Fransen vandaan komen, wat onze identiteit is”. Een museum ook dat, net als het evengoed gesneefde Nationaal Historisch Museum in Nederland, de nationale identiteit in tijden van culturele verwarring moest proberen te „versterken”, aldus Sarkozy.

Er kwam een wetenschappelijk comité, op 1 januari van dit jaar werd een directeur benoemd en in Parijs werd een onderkomen geïdentificeerd. De stadspaleizen Soubise en Rohan, middenin de Marais in het derde arrondissement van de hoofdstad en nu nog deel van de Nationale Archieven van Frankrijk, zouden plek gaan bieden aan wisselende exposities over de Franse geschiedenis. In 2016 had het museum de deuren moeten openen.

Maar wetenschappers hadden van meet af aan grote bezwaren. Een groep historici onder aanvoering van mediëvist Jacques Le Goff noemde het museum in Le Monde twee jaar terug „gevaarlijk” omdat het zich in enge zin tot de geschiedenis van Frankrijk beperkte en daarmee perfect aansloot op het „neo-nationale discours” van Sarkozy’s regering. De beroemde historicus Pierre Nora, lid van de Académie Française, vreesde het „twijfelachtige ideologische karakter” van het museum en de terugkeer van een door de politiek opgedrongen eenduidige geschiedschrijving, een canon.

De personeelsleden van de Nationale Archieven zagen de komst van het nieuwe museum in hun overvolle gebouw bovendien niet zitten. Onder aanvoering van de vakbond hielden zij de panden in de Marais vijf maanden lang bezet om tegen het besluit van hogerhand te protesteren. ‘Red de archieven!’, meldde een spandoek aan de sjieke gevel. Het instituut vreesde zijn neutraliteit.

Nu gaat de geldkraan dicht. Minister van Cultuur, Aurélie Filippetti, die voor het eerst in jaren fors op kunst moet bezuinigen, noemde het grote project van Sarkozy in augustus in een radio-interview „prijzig” en „ideologisch ietwat discutabel”. Ze zette een moratorium op verdere uitgaven en plaatste de net aangetreden directeur op non-actief. Het museum zou totaal 80 miljoen euro gaan kosten, waarvan 7 miljoen al was uitgegeven. Filippetti leek de kritiek van de historici te onderschrijven: ze noemde het „gedateerd” om de geschiedenis aan de hand van één verhaal te vertellen.

Net als van het Nederlandse Nationaal Historisch Museum rest van het Franse Huis van de geschiedenis nu nog slechts een website. En die is al enige maanden niet bijgewerkt.

    • Peter Vermaas