Hoe is het met uw lieve oude kop?

‘It is nouw hafpastnijn end in a kwotter-av a nouw ij mast goo end dris,’ schreef prinses Wilhelmina (‘Poeki’) in 1889 in fonetisch Engels aan haar gouvernante, Miss Winter (‘Dear Sweet!’), die de kerstvakantie in haar vaderland doorbracht.

Die gouvernante was een slagersdochter uit Engeland. Elf jaar lang, van 1886 tot 1896, zorgde zij voor de opvoeding van Nederlands troonopvolgster: zij leerde haar Engels, hield toezicht op haar vele andere lessen en deelde haar leven. Toen de tienjarige prinses in 1890 koningin werd, bleef zij die rol vervullen, terwijl koningin Emma haar handen vol had aan het regentschap. Eind 1896 werd Wilhelmina officieel volwassen verklaard, en moest de inmiddels 39-jarige gouvernante vertrekken.

Daarna is het niet goed gegaan met Miss Winter; zij vond nooit meer een betrekking voor langere tijd. Haar benoeming tot gouvernante in het kroonprinselijke gezin van Roemenië eindigde in een debacle doordat prinses Marie, de moeder van haar pupil, haar verfoeide. Helaas zijn haar brieven aan Wilhelmina door deze laatste vernietigd; de brieven die de koningin haar schreef, moeten het voornaamste lichtpunt Miss Winters leven zijn geweest.

Die brieven, samen met enkele uit Wilhelmina’s omgeving, kwamen in 1967 uit Engeland in het Koninklijk Huisarchief terecht. Ze worden hier voor het eerst gepubliceerd, voorbeeldig geannoteerd en (op aanhef en afscheidszin na) vertaald. Jammer: soms wil je graag weten wat er in het oorspronkelijke Engels stond, bijvoorbeeld als Wilhelmina vraagt naar het welbevinden van ‘uw lieve oude kop’.

Woestijn

Een echt beeld van Elizabeth Saxton Winter krijg je uit deze brieven niet, behalve dat zij streng was, en een pechvogel die zich altijd bezeerde. Wilhelmina’s gevoelens voor My most dearest darling, Dear old Bones en later, toen de brieven sporadischer werden, My dear old Friend lijken vooral het gevolg van de emotionele woestijn waarin zij opgroeide. Er rustte een strikt taboe op vertrouwelijkheid tussen het koninklijk gezin en leden van de hofhouding. Emma noch Wilhelmina mocht hartsvriendinnen of intimi hebben. Zij hadden alleen elkaar, de familie ver weg in Duitsland – en Miss Winter. Zo vatte het eenzame kind als vanzelf sterke gevoelens op voor deze vertrouwelinge.

Iets dergelijks gebeurde nog eens in 1901, bij Wilhelmina’s huwelijk, zoals blijkt uit een fascinerende, wanhopige brief aan de ex-gouvernante, niet van Wilhelmina maar van Emma. Zij weet zich geen raad met de welhaast slaafse verliefdheid van haar dochter op die simpele Hendrik. Zij mag bijna niets meer zeggen; Wilhelmina meent zelfs dat zij haar prins tekort zou doen als zij haar moeder nog veel liefde zou gunnen. Ook dit lijkt achteraf een symptoom van de gevoelsarmoede die Wilhelmina’s jeugd tekende, en die op het eerste gezicht niet is af te lezen aan haar brieven. Maar ja, klagen was dan ook zéér not done.

Na dat huwelijk vallen soms jarenlange gaten in de correspondentie, waarbij duidelijk is dat er brieven verdwenen zijn. Dat geldt ook voor de tijd waarin Miss Winter, misschien uit geldnood, haar herinneringen publiceerde in het Amerikaanse Ladies’ Home Journal (1908-’09): een doodzonde voor wie aan het hof verkeerd had. Maar de vriendschap bleef, en de intens brave tekst werd zelfs vertaald (door Henriëtte Kuyper, dochter van ARP-voorman Abraham Kuyper) in een boekje getiteld Toen de koningin prinsesje was.

De gevoelsarme opvoeding had mogelijk ook andere gevolgen voor Wilhelmina’s karakter. ‘Ik heb altijd zo’n militair hart gehad en ik voel me zelf half als een soldaat op zijn post en plichtsgetrouw!’ schrijft zij, 17 jaar oud. Vervolgens zet zij uiteen dat zij in de Dreyfus-zaak (die Frankrijk verdeelt) echt niet, met Zola, de kant van de Joodse legerofficier kan kiezen die wegens spionage was veroordeeld door een militair tribunaal, ten onrechte zoals nu bleek. Zij wilde niet geloven dat legerofficieren meineed hadden gepleegd. Volledige openheid was in militaire inlichtingenzaken onmogelijk, en een spion moest ook worden bestraft als de letter van de wet niet gevolgd kon worden.

Poppenmoeder

Zo kennen wij Wilhelmina, met de krijgshaftigheid waarom zij in WOII geroemd zou worden. Maar passages als deze zijn zeldzaam. In andere brieven zien we de prinses als knutselend kind en fantasierijke poppenmoeder, als middelpunt op galabals, en lezen we over haar plezier in toneel. Het blijkt dat Paleis Het Loo een schouwburgzaal had, die in 1806 is geïnstalleerd door Lodewijk Napoleon, in 1914 verplaatst, en in 1980 afgebroken. Details die je uit Fasseurs vooral institutioneel gerichte Wilhelmina-biografie niet te weten komt, maken dit boek zeer de moeite waard. En daarbij wordt, zijdelings maar onmiskenbaar, ook iets duidelijk van het mechanisme van een koninklijke hofhouding, waar iedereen werkt en leeft onder een verpletterend regime van toewijding en discretie.

    • Ileen Montijn