Het wérkte gewoon niet, die zorg

Vroeger was hij directeur van een grote zorgkoepel, maar toen zijn vrouw ziek werd, zag hij hoe die zorg faalde. Zijn nieuwe model vindt overal navolging.

Nederland, Aarle-Rixtel, 13-12-2012 Hulpvrager en hulpaanbieder worden gekoppeld via een cooperatie in de gemeente Laarbeek. Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

De chemokuren verzwakten haar. Daarom had ze hulp nodig bij het douchen, wassen en aankleden. Via een regionale zorgkolos kwam er hulp aan huis. In een paar maanden werd ze door dertig verschillende mensen gedoucht. Soms om half negen, soms om half elf; in elk geval tussen acht en twaalf. Voor elke douche stond een kwartier.

„Het was verschrikkelijk”, zegt haar man, Don van Sambeek (66), aan zijn eetkamertafel in Beek en Donk, vlak bij Helmond. „Al die vreemden bij ons in huis, die zulke intieme handelingen verrichtten.”

Het was 2005. Van Sambeek was net met de vut. Jarenlang was hij directeur geweest van de koepel waaronder alle 180 verzorgingstehuizen en 45 verpleeghuizen van Noord-Brabant vielen. Hij had vele fusies begeleid. En nu ondervond hij aan den lijve dat de grootschaligheid in de zorg was doorgeslagen. Het ging niet meer om de cliënt. Dat moest anders.

Tijdens zijn opleiding maatschappelijk werk had Van Sambeek geleerd de kracht van individuen aan te boren. De kracht van zorgvragers: zodat zij weer regie kregen over hun eigen verzorging en konden beslissen wie wanneer wat kwam doen. En de kracht van de zorgverleners: zodat zij niet meer als slaaf van urenschema’s de regio door sjeesden, maar weer de baas werden van hun eigen werkzaamheden. Hij richtte een zorgcoöperatie op en noemde haar: Tot uw Dienst.

Het werkt eenvoudig. Tot uw Dienst bemiddelt tussen mensen die zorg nodig hebben en zelfstandige verzorgenden. Zij maken vervolgens samen afspraken zodat zorg persoonlijker wordt en beter afgestemd op de wensen van de cliënt dan wanneer een grote zorginstelling het zou regelen.

Nee, hij heeft geen spijt van de fusies die hij heeft begeleid. Die waren nodig. In de jaren zestig en zeventig waren heel veel bejaardentehuizen gebouwd om de woningnood op te lossen. Ze hadden enkel een woonfunctie. Mensen gingen er vitaal in. Echt zieke mensen werden opgevangen in verpleegtehuizen; daar lagen ze met z’n zessen op een kamer.

Maar de mensen in de bejaardentehuizen werden ouder, kregen klachten. Het was van belang dat artsen en verzorgenden uit verpleegtehuizen hun kennis gingen delen met bejaardentehuizen, dat er meer samenwerking kwam.

„Alleen de schaalgrootte schoot door”, zegt Van Sambeek. „Toen de thuiszorg zich ook nog bij deze grote zorginstellingen aansloot, zette ik al mijn vraagtekens. Ik zag onder druk van de bezuinigingen en marktwerking instellingen steeds centraler komen te staan ten koste van de belangen van cliënten. Er werd gedacht dat fusies leidden tot goedkopere zorg, maar dat is niet zo. Er kwamen grotere gebouwen, meer staffuncties, meer bureaucratie. Je kunt het de instellingen niet kwalijk nemen. Ze handelden onder druk van verzekeraars en van Den Haag. Maar nu draait het zorgdirecteuren vooral nog om geld, macht, concurrentie.”

Inmiddels wil de regering wonen en zorg strikt scheiden. Er zijn wooncomplexen voor ouderen. Maar als ouderen hulp nodig hebben, moeten zij die apart inkopen. Mensen worden gestimuleerd zo lang mogelijk zelfstandig te wonen, omdat zorg in een tehuis duur is. Je krijgt alleen een indicatie voor zorg in een verpleegtehuis als je ernstig ziek bent, of dement. Die verpleegtehuizen zijn inmiddels omgebouwd tot plekken waar iedereen een eigen kamer heeft.

Van Sambeek: „De zorg in verpleegtehuizen moeten wij niet doen. Die is intern en zeer gespecialiseerd. Dat moeten zorginstellingen zelf regelen. Alle overige zorg aan huis kan Tot uw Dienst bieden.” Nu wordt die overige zorg vaak nog als vanzelfsprekend bij de zorgkolossen aangevraagd. Maar daarin gaat als het aan Van Sambeek ligt, verandering komen. „In Brabant zijn nu al zes zorgcoöperaties, daar komen er de komende maand acht bij. En ik weet nog van vijftien plekken waar mensen bezig zijn een coöperatie op te zetten. Ik was laatst in Friesland, Overijssel en Limburg om over de coöperatie te vertellen.”

Zijn vrouw krabbelde in 2005 na de chemokuren weer wat op. Ze ging weer schilderen, boetseren. In 2009 werd ze terminaal. Tot uw Dienst stelde een team van vier verzorgenden samen. Ze hoefde niet meer af te wachten welk meisje nu weer hoe laat op kwam dagen. „Ze kwamen elke dag op tijden dat het ons uitkwam. Zij overlegden onderling wie wanneer kon. Met dat team en met begeleiding van de huisarts kon mijn vrouw in alle rust thuis sterven.”

Hij knikt naar haar foto, centraal op een tafeltje in de kamer. En naar haar teken- en schilderspullen uitgestald op haar werktafel verderop.

    • Esther Wittenberg