Een wonderbaarlijke viervoudige vinding

Het nonnenkontje is met raadselen omgeven. Volgens de literatuur staat de pet-de-nonne in Nederland bekend als nonnenvot of nonnenkont. Nu kent men in Limburg en België wel nonnenvot, maar daarvan is de receptuur anders.

De vertaling van pet-de-nonne is nonnenscheet. De naam refereert aan het razendsnelle zwellen van een bolletje soezenbeslag in hete frituurolie. Ooit heeft men geprobeerd de meer decente naam soupir-de-nonne ingang te doen vinden, dat betekent nonnenzucht. Tevergeefs, uit overwegingen van zedigheid is een nonnenzucht mogelijk nog erger dan een nonnenscheet.

De nonnenscheet is een dankbaar object van culinaire mythevorming. Het zou per ongeluk zijn ontstaan door toedoen van een jonge novice die een bolletje soezenbeslag, bedoeld voor bereiding in de oven, in het hete frituurvet liet vallen. En zie, daar kwam een bleke bol bovendrijven die wonderwel leek op het achterste van een non. Een onwaarschijnlijk verhaal, maar daar hebben katholieke instituties enige bedrevenheid mee. Niet alleen het klooster van Baume-les-Dames maar ook ten minste drie kloosters elders laten zich erop voorstaan dat het voorval in hun keuken plaatsvond.

In zijn simpelste vorm is de pet-de-nonne een oliebolletje van huis-tuin-en-keukensoezenbeslag. De Parijse pâtissier Gaston Lenôtre bakt een verfijnde versie, op smaak gebracht met sinaasappelrasp en een vleugje oranjebloesemwater. Voorwaar een geurig scheetje.

Breng 1,25 dl water met twee eetlepels suiker, een snuf zout en 75 gram boter aan de kook. Roer er met een houten lepel 100 gram bloem door. Blijf twee tot drie minuten doorroeren tot het deeg als een bal van de bodem van de pan loslaat.

Haal de pan van het vuur en klop er met een handmixer of garde één voor één vier losgeklopte kleine eieren door. Voeg het volgende ei pas toe als het vorige ei helemaal door het deeg is opgenomen. Stop met het toevoegen van ei als het deeg uit elkaar dreigt te vallen. Het moet een stevig, glad deeg worden. Roer er 0,2 dl oranjebloesemwater en de rasp van het oranje deel van de sinaasappelschil door. Verhit de frituurolie tot 180 graden. Maak met behulp van twee in de hete olie gedoopte lepels balletjes van ter grootte van een walnoot. Frituur de balletjes in kleine hoeveelheden goudbruin. De balletjes draaien zich vanzelf om als ze aan een kant kleur hebben gekregen. Soms is wat hulp nodig, gebruik daarvoor een schuimspaan. Laat de oliebolletjes op keukenpapier even uitlekken. Bestrooi ze met poedersuiker. Serveer ze meteen, voor de luchtigheid is vervlogen.