Eén korps, één blauwe baas

Eerst hadden we de gemeentepolitie. Dat werden 25 regionale korpsen. En die gaan nu op in één korps, dat wordt verspreid over 10 regio’s. Dat is efficiënter, is het idee.

Politiek redacteur

Amsterdam. „De meest gecompliceerde reorganisatie van een Nederlandse rijksdienst ever”, zo noemt aanstaand korpschef Gerard Bouman de omvorming van de regionale korpsen tot één nationaal politiekorps.

Waar in de volksmond altijd al wel sprake was van ‘de’ Nederlandse politie, bestond die nooit feitelijk. Vanaf 1 januari is dat wel het geval. De nieuwe politiewet regelt dat de huidige 25 regionale korpsen en het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) dan formeel samengaan tot één korps.

Het is de grootste verandering van het politiebestel sinds decennia. In 1993 vond de laatste grote verandering plaats, toen de gemeentepolitie opging in die regionale korpsen. Die zelfstandige korpsen werkten als eilandjes langs elkaar: ieder hield er zijn eigen personeelsbeleid, eigen werkwijzen en eigen computersystemen op na. Ze kochten hun eigen auto’s en richtten zich op hun eigen specialismen om criminaliteit te bestrijden. Aan die eilandjes moet met deze reorganisatie een einde komen.

De belangrijkste verandering is dat de korpsbeheerders – dat waren de burgemeesters – verdwijnen. De minister van Veiligheid en Justitie is straks de enige overgebleven korpsbeheerder en bepaalt de landelijke opsporingsprioriteiten, verdeelt de agenten over de regio’s en is verantwoordelijk voor ICT, huisvesting, personeel en de financiën.

De burgemeesters houden wel het lokale gezag, en blijven dus verantwoordelijk voor handhaving van de openbare orde. Maar over de inzet van agenten moet die burgemeester het eens zien te worden met de andere gemeenten uit zijn regio. Lukt dat niet, dan is het de regioburgemeester die bepaalt. Die regioburgemeester is een tussenlaag tussen de burgemeesters en de minister. Mocht de regio er niet uitkomen, dan hakt de minister de knoop door.

In plaats van 26 korpschefs is er straks één politiebaas, Gerard Bouman dus, plus zijn tien regiochefs. De regiochefs moeten een schakel vormen tussen de landelijke korpschef, de regioburgemeester én de hoofdofficier van het Openbaar Ministerie. De lokale ‘driehoek’ van nu in het groot.

Tegelijk met de nieuwe indeling van de tien politieregio’s is ook de indeling van de ‘gerechtelijke kaart’ veranderd, dat is de indeling van de rechtbanken en gerechtshoven in Nederland. De geografische indeling van de rechtbanken en gerechtshoven is gelijkgetrokken aan de regio-indeling van de politie.

In plaats van de huidige 19 rechtbanken blijven er elf hoofdlocaties van rechtbanken over: in elke regio één. Uitzondering vormt de regio Oost-Nederland. Daar komen op verzoek van de Eerste Kamer twee rechtbanken in plaats van één, omdat de regio te groot zou zijn.

De schaalvergroting moet bij de rechtbanken zorgen voor efficiëntere rechtspraak. Specialisatie zou met grotere rechtbanken beter mogelijk zijn. Dat moet de kwaliteit van de rechtspraak verbeteren. Wel gaan als gevolg van de reorganisatie ook locaties dicht waar rechtszittingen worden gehouden: de komende jaren sluiten 24 zittingsplaatsen, maakte Opstelten twee weken geleden bekend. Burgers moeten verder reizen om hun recht te halen. Bijvoorbeeld de locatie in Hilversum sluit per 1 januari aanstaande, Sneek en Winschoten gaan „zo snel mogelijk” dicht, net als bijvoorbeeld Groenlo, Gorinchem en Boxmeer.

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft een planning die tot en met 2017 loopt om de nationale politie helemaal goed te laten werken. De komende twee jaar zijn ingeruimd voor de feitelijke reorganisatie. Het personeel krijgt nieuwe plekken, het politiedienstencentrum moet vorm krijgen en de informatievoorziening en ICT moeten op orde. Vanaf 1 januari 2015 heeft de politie dan nog drie jaar om alles te „optimaliseren en harmoniseren”.

    • Annemarie Kas