Economie struikelblok voor nieuwe Arabische regimes

Twee jaar na het begin van de ‘Arabische Lente’ regeert in de meeste Arabische landen nog het oude regime. Waar het wel is gelukt om de oude leiders weg te krijgen, heeft de democratie de burgers geen economische verbetering gebracht. Integendeel. Zo staat de Egyptenaren het water aan de lippen.

Op Eerste Kerstdag pleegde de 17-jarige Tunesiër Wissem Hani zelfmoord door zich vast te klampen aan een elektriciteitspyloon. Volgens mediaberichten ging Hani tot zijn wanhoopsdaad over uit protest tegen de uitzichtloosheid van zijn bestaan en dat van jongens van zijn leeftijd.

Het incident had plaats in Sidi Bouzid, waar fruitverkoper Mohammed Bouazizi in 2010 de ‘Arabische Lente’ ontketende door zichzelf in brand te steken uit protest tegen zijn levensomstandigheden. President Moncef Marzouki was met stenen bekogeld tijdens een herdenkingsplechtigheid op de tweede verjaardag van de revolutie in hetzelfde Sidi Bouzid.

Een betere illustratie van het ‘mislukken’ van de Arabische Lente is moeilijk denkbaar. Maar een ander cliché is evengoed op zijn plaats: It’s the economy, stupid.

Toen de Tunesische jongeren twee jaar geleden in opstand kwamen, was dat onder de leus ‘Waardigheid, vrijheid en brood’. De vrijheid om de president de stad uit te jagen hebben ze nu. Qua waardigheid en brood is er weinig veranderd. De werkloosheid in Tunesië bedraagt 17 procent: een algemeen cijfer dat de situatie voor jongeren in steden als Sidi Bouzid nog verdoezelt.

Dat democratie geen wondermiddel is voor de economie hadden de Tunesische jongeren al snel door. Weken na de val van sterke man Ben Ali maakten ze gebruik van hun vrijheid om naar Europa uit te wijken.

De Arabische Lente had de pech dat ze plaats had middenin de ergste economische crisis sinds de jaren dertig. Zeker in Tunesië, dat erg afhankelijk is van de Europese markt, heeft dat een rem gezet op pogingen om de werkloosheid aan te pakken.

Wat ook meespeelt is dat de regimes in Noord-Afrika decennialang een zware overheidssector in stand hielden. Wie een diploma had, kon gegarandeerd op een of ander ministerie aan de slag. Het was een manier om de bevolking koest te houden.

Dat systeem stond al voor de economische crisis en de Arabische opstanden op springen. Landen als Tunesië, Marokko en Egypte stonden onder druk van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank om te privatiseren en af te stappen van het systeem van subsidies van eerste levensbehoeften dat de reële economie vertekende.

Omdat die privatisering gebeurde onder corrupte regimes zorgde die niet voor de verlangde competitiviteit maar wel voor de verdere verrijking van de heersende klasse: de familie van Ben Ali in Tunesië, het netwerk van bevriende zakenlui en hoge officieren in het Egypte van president Hosni Mubarak.

Met andere woorden: de economie was al een tikkende bom toen de Arabische opstanden begonnen. Sommige waarnemers zeggen dat het de echte reden was voor de opstanden. Het falen van de Arabische Lente is dan ook in de eerste plaats het falen van de nieuwe regimes, veelal gedomineerd door de fundamentalistische Moslimbroederschap, om een antwoord te vinden op die uitdaging.

Zeker in Egypte is het economische vraagstuk de afgelopen twee jaar helemaal ondergesneeuwd door het ideologische vraagstuk. Voor de revolutionairen kwam het voortzetten van de revolutie, eerst tegen het leger en nu tegen de Moslimbroederschap, op de eerste plaats. Voor de Moslimbroederschap had het verankeren van de nieuwe politieke macht, en haar politiek-religieuze project, prioriteit.

Dat was nooit zo duidelijk als op 10 december, toen president Mohammed Morsi de belastingen verhoogde op een heleboel basisproducten en -diensten. Dat was nodig om een lening van 3,6 miljard euro van het IMF los te krijgen.

Maar luttele uren later trok Morsi de maatregelen weer in, onder druk van de Moslimbroederschap. Die vreesde voor een negatief effect op het referendum over de omstreden nieuwe grondwet. De volgende dag werd het akkoord over de IMF-lening opgeschort.

Nu de grondwet is goedgekeurd, zal Morsi vroeg of laat de prijsverhogingen tevoorschijn moeten halen. Ook het afbouwen van het systeem van subsidiëring van gas, elektriciteit en andere producten maakt deel uit van het eisenpakket van IMF en Wereldbank.

Het water staat Egypte aan de lippen, zeggen de experts. De internationale reserve raakt uitgeput, en het Egyptische pond staat onder druk.

Vorige week werd een verbod ingesteld op het uitvoeren van bedragen hoger dan tienduizend dollar: een duidelijk signaal dat Egypte bang is voor kapitaalvlucht. Standard and Poor’s heeft de rating van Egypte deze week verlaagd van B naar B- en waarschuwt voor een verdere verlaging als de politieke onrust aanhoudt.

De vraag is nu of Morsi de economie zal afstemmen op de politiek of omgekeerd. Binnen nu en twee maanden moeten nieuwe parlementsverkiezingen worden gehouden. Velen denken dat de Moslimbroederschap dan door de kiezer zal worden afgestraft. Onpopulaire besparingsmaatregelen zijn in die context een cadeau voor de oppositie.

De afgelopen dagen verspreidde ikhwanweb, het onlinenetwerk van de Broederschap, artikelen waarin experts zeggen dat het helemaal niet zo slecht gaat met de Egyptische economie, en dat de onheilsberichten daarover het werk zijn van de oppositie. Het afwentelen van de problemen op een oppositie die met de steun van ‘het buitenland’ het land in de afgrond wil storten heeft tot nu toe goed gewerkt voor de Moslimbroederschap.

Maar de wittebroodsweken lopen ten einde, en de kiezer is slimmer geworden. Mogelijk wordt 2013 het jaar waarin de Moslimbroederschap, zowel in Egypte als in Tunesië, onder ogen moet zien dat religie alleen niet volstaat om de gunst van de kiezer te behouden.