Duits? Dat lezen we hier niet meer

Duitsland is weer leuk, vinden Nederlanders. Maar de taal beheersen ze niet meer. En dus heeft boekhandel Die weiße Rose het moeilijk.

Franz Ittlinger (links), eigenaar van Duitse boekhandel Die weiße Rose aan de Rozengracht in Amsterdam. Foto Ilvy Njiokiktjien

Buiten is het koud, storm en regen, binnen is het niet veel beter. De kachel in Die weiße Rose, de Duitse boekwinkel van Franz Ittlinger aan de Rozengracht in Amsterdam, staat laag. Maandag administratiedag. Wel is er een groot glas thee, Duitse kruidenthee, om de handen aan te warmen. Die ruikt naar speculaas. „Geen speculaas”, zegt Ittlinger. „Lebkuchen. Kent u Lebkuchen?”

Er is een melancholiek stemmende reden om bij hem op bezoek te gaan: het afgelopen jaar zijn er weer een paar van zijn beste klanten gestorven. Weer zoveel duizend euro omzet minder, want nieuwe klanten komen er niet zo veel meer bij. Hoeveel Nederlanders lezen er nog Duits?

Die weiße Rose is de enige Duitse boekhandel buiten Duitsland die Duitse boeken verkoopt tegen Duitse prijzen. Alle klassiekers staan er in de kast, de verzamelde werken van de grote Duitse schrijvers, historici, filosofen, al het moderne werk dat er op dit moment toe doet – 16.000 titels. Maar hoe lang nog? Ittlinger hoopt dat hij het vijfentwintigjarige bestaan van zijn winkel nog zal meemaken. Dat is in 2014.

Vroeger, zegt Ittlinger – tien, twintig jaar geleden – had hij klanten die hun school-Duits wilden ophalen en begonnen met Das Parfum van Patrick Süskind. Hij had klanten die Duits hadden gestudeerd en hun goedkope gele Reclam-pockets kwamen inruilen voor een mooi ingebonden Mann of Brecht of Grass.

Die mensen zijn er niet meer, zegt Ittlinger. Nederlanders leren nauwelijks nog Duits op school, want sinds de Mammoetwet (1968) is het in de bovenbouw niet meer verplicht. Ze gaan ook nauwelijks nog Duits studeren. Eind jaren zeventig waren er bijna vijfhonderd eerstejaars in Nederland. Nu zijn het er minder dan honderd, aan vijf universiteiten, waarvan één de studie heeft laten opgaan in een brede bachelor.

Ittlinger is van 1949. Hij kwam naar Nederland om zijn dienstplicht te ontlopen en hij woont sinds 1971 in Amsterdam. Voordat hij met de boekwinkel begon, werkte hij in een drukkerij. Wonderlijk: in de jaren zeventig vond hij het gemakkelijker om Duitser in Nederland te zijn dan in de jaren tachtig en negentig. „Het begon met het voetballen”, zegt hij. „Het raakte weer in de mode om anti-Duits te zijn. Je kon Youp van ’t Hek niet horen of het was: gaskamer.” Een voetballer die op het veld demonstratief zijn billen afveegde met het shirt van een Duitser was in Nederland een held.

In 1993 publiceerde Instituut Clingendael een studie naar wat Nederlandse jongeren van Duitsers vonden. Heerszuchtig. Dominant. Maar: in 2010 bleek uit een Belevingsonderzoek van het Duitsland Instituut Amsterdam dat scholieren een ‘positief Duitslandbeeld’ hebben – alleen vinden ze het vak Duits nog steeds niet leuk. Ze kiezen het bijna nooit.

Er zijn nog wel Nederlanders, zegt Ittlinger, die in Goethe en Schiller en Schopenhauer geïnteresseerd zijn. Maar voor de moderne Duitse literatuur of andere Duitse cultuur is er weinig belangstelling. „Zet de autoradio aan als je door Duitsland rijdt en je hoort ook Franse en Italiaanse popmuziek. En Duitse natuurlijk. In Nederland nooit.” Van de onvertaalde buitenlandse literatuur die in Nederland wordt gelezen is ongeveer 95 procent Engelstalig. De overige 5 procent is verdeeld over de andere Europese talen. En Duits maakt daar maar een klein deel van uit.

Heeft Die weiße Rose het niet óók moeilijk omdat alle boekhandels het moeilijk hebben?

„Misschien”, zegt Ittlinger. „In Nederland is een boek sowieso een luxeproduct. En het is geen populair cadeau. In Duitsland is één op de drie kerstcadeaus een boek. Met een boek kun je je onderscheiden. Het is een element van Bildung. De ontlezing is er in Duitsland ook, maar toch minder dan in Nederland.”

Maar Franz Ittlinger wil niet alleen maar mopperen. Er zijn boeken die het goed doen. Der Vorleser (1995) van Bernhard Schlink bijvoorbeeld, zeker na de verfilming. Als een boek het in de Nederlandse vertaling goed doet, dan zijn er altijd weer mensen die het in de originele taal willen lezen. Het werk van Hans Keilson wordt in Nederland ook veel gelezen. Van In de ban van de tegenstander werden, in de Nederlandse vertaling, veertigduizend exemplaren verkocht. Keilson is de Duits-Nederlandse schrijver en psychiater die in 1936 naar Nederland vluchtte en een paar jaar geleden opnieuw werd ontdekt.

En Nederlanders gaan weer graag naar Duitsland met vakantie. Het Duits Verkeersbureau ziet het aantal overnachtingen in Duitsland jaar na jaar met een paar procent stijgen. Berlijn is überhip. Frans Timmermans, minister van Buitenlandse Zaken (PvdA) en polyglot, heeft al een paar keer in het openbaar gezegd dat Nederlanders weer Duits moeten leren. Nederland exporteert jaarlijks voor 90 miljard euro naar Duitsland, meer dan naar Amerika, Frankrijk en Engeland samen. Volgens Timmermans is het zakelijk heel suf dat Nederlandse ondernemers in Duitsland op Engels moeten terugvallen.

De Universiteit Utrecht had in 2004 vier aanmeldingen voor Duits, maar in 2011 waren het er veertien en nu zijn er drieëntwintig eerstejaars. „We pamperen ze niet”, zegt Ewout van der Knaap. „We zitten er wel bovenop en dat leidt tot een hoog studierendement.” Het maakt de studie in elk geval in Utrecht weer populairder.

Van der Knaap is hoofddocent Duitse letterkunde en hij is voorzitter van de Vereniging van Germanisten aan Nederlandse Universiteiten (vijftig leden). Hij is van 1965 en toen hij ging studeren, in de jaren tachtig, reageerden mensen nog erg verbaasd. „Mijn eigen oma kon het gewoon niet geloven. Duits? Haar kleinzoon? Opa zat voor de Arbeitseinsatz in Berlijn. Den Haag was gebombardeerd. Maar goed. Ze zat wel op de eerste rij bij mijn promotie.”

Zijn proefschrift ging over de Duitse dichter Ernst Meister en de wijze waarop die het werk van de dichters Friedrich Hölderlin en Paul Celan las en interpreteerde.

Zie Van der Knaap heen en weer lopen tussen zijn boekenkast en zijn bureau, in zijn donkergrijze pak, stropdas in zijn jaszak. Hij moet zo naar het afscheid van de Duitse ambassadeur, maar hij kan niet ophouden met vertellen hoe fantastisch hij dít boek vindt en dít boek en dít boek. Na een gesprek met hem wil je meteen naar de boekwinkel rennen.

Een van de mooiste boeken van de afgelopen tijd vindt hij Die Herrlichkeit des Lebens van Michael Kumpfmüller. Het is een roman over de liefde tussen de al doodzieke Franz Kafka en de vijftien jaar jongere Dora Diamant, in het laatste jaar van Kafka’s leven. Groot succes in Duitsland. „Prachtig onderwerp, prachtig geschreven”, zegt Van der Knaap. „Een geschenk voor de lezer.”

Kumpfmüller schreef ook Hampels Fluchten, in het Nederlands vertaald en uitgegeven door Ambo als Lotgevallen van een beddenverkoper. Goed ontvangen, negenduizend exemplaren verkocht. Kumpfmüllers Duitse uitgever vond dat het Kafkaboek ook in het Nederlands moest verschijnen. De schrijver werd uitgenodigd voor een lezing in het Goethe-Institut, Nederlandse uitgevers gingen mee op een rondvaart door de Amsterdamse grachten, glaasje sekt erbij, en Ewout van der Knaap hield namens de Kafka-Kring – hij zit in het bestuur ervan – een wervend verhaal. Toch meldt Ambo dat het boek „niet op de planning staat”.

    • Jannetje Koelewijn