Brieven

Wilhelmina

In de recensie van Cees Fasseurs boek over koningin Wilhelmina, Een dame van ijzer, (Boeken, 23.11.2012) schreef Niek van Sas over de vlucht van de koningin naar Londen in mei 1940: ‘Al snel bleek het niet alleen een begrijpelijke, maar zelfs een zeer gelukkige beslissing.’ Dit standpunt is geheel in overeenstemming met het oordeel van de parlementaire enquêtecommissie, die na de oorlog het regeringsbeleid in de jaren 1940 tot 1945 onderzocht.

Niettemin bestrijdt dr G.M.J. Beyersbergen van Henegouwen (Boeken, 07.12.2012) dat en voert aan ‘dat de gehele Nederlandse regering in strijd met de grondwet, en niet alleen de koningin die haar boegbeeld was, het land had verlaten en zich daarmee had opgeheven.’ Zijn brief eindigt met de stelling: ‘Dat hier een civiel bestuur werd geïnstalleerd is te wijten aan het gedrag van de vooroorlogse wetgever, de Nederlandse regering, die door haar vlucht het land in de steek liet, zich grondwettelijk ophief en het Nederlandse volk inclusief de gerechtelijke instanties en het politie apparaat, overleverde aan een nazi-regering.’

Deze voorstelling van zaken is volkomen onjuist. Weliswaar bevatte het toenmalige artikel 21 van de Grondwet een verbod tot verplaatsing van de regeringszetel naar het buitenland, maar al in 1922 had de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Ruijs de Beerenbrouck in de Eerste Kamer het standpunt ingenomen dat het niet nodig was om in dit artikel een uitzondering op te nemen voor het geval van een vijandelijke bezetting, omdat men bij zo’n bezetting aan veel bepalingen van de grondwet niet de hand zou kunnen houden. Dit standpunt is toen door niemand tegengesproken.

Anders dan de briefschrijver meent heft een regering, ook als zij in strijd met de grondwet haar zetel verplaatst naar een ander land, zichzelf niet grondwettelijk op. Onze regering te Londen heeft tal van besluiten genomen, aan de grondwettigheid waarvan nooit is getwijfeld.

Dr G.M.J. Beyersbergen van Henegouwen meent dat, doordat de koningin en de regering de zetel van de regering naar Londen verplaatsten, Hitler in Nederland een civiel bestuur kon installeren. Dat causale verband is echter niet aantoonbaar. Het is niet bekend waarom Hitler besloot om in Nederland een burgerlijk bestuur in te stellen, net zo goed als niet bekend is of hij dat zou hebben nagelaten indien koningin en regering in Nederland zouden zijn gebleven. Vast staat wél dat hij in Noorwegen een Duitse rijkscommissaris heeft aangesteld zes weken voordat de Noorse koning en regering uitweken naar Engeland.

mr E. Korthals Altes, Wassenaar

Wilhelmina 2

U plaatste een ingezonden brief van dr G.M.J. Beyersbergen van Henegouwen (Boeken, 07.12.2012) met kritiek op het vertrek van koningin Wilhelmina, samen met de regering, naar Londen. Maar wat er met ons koninkrijk en met de vrije wereld zou zijn gebeurd indien zij niet waren uitgeweken, blijft daarin onbesproken.

Met het defaitisme van minister-president De Geer en zijn onvaderlands gedrag, na zijn gedwongen aftreden, zou de schade onherstelbaar zijn geweest indien zijn Kabinet in handen van nazi-Duitsland was gevallen. Het optreden van de Franse Vichy-regering, in opdracht van Berlijn, is een voorbeeld van wat mis ging. Niet alleen verhardde deze regering de anti-Joodse wetten, maar verleende aan Japan de vrije toegang tot Frans Indochina voor de gehele Japanse krijgsmacht. De Britse vloot en het bolwerk Singapore werden langs die weg uitgeschakeld. Japan, dat dringend behoefte had aan olie, voor een verdere expansie op het Aziatisch continent, onderhandelde met onze regering in ballingschap, over de vreedzame levering, maar kreeg nul op het rekest. Onze regering in Londen handelde in navolging van de VS die een olieboycot had ingesteld. Dat was een tijd waarin ten minste 95 procent van de Amerikaanse bevolking zich keerde tegen elke deelname aan de oorlog in Europa, dus in de periode vóór Pearl Harbor. Japan werd door de VS voor de keus gesteld te stoppen met de oorlog in China of anders een oorlog te riskeren tegen de nog vrije wereld. Hoe zou de geschiedenis er uit hebben gezien als onze regering in Nederland had gezeteld en in opdracht van Berlijn en Japan de vrije toegang had verleend tot onze oliebronnen?

Gelukkig hoeven we er niet over na te denken. Koningin Wilhelmina verdient een dergelijk oordeel, als verwoord in de brief, zeker niet.

Drs. G.S.D. (Bob) Zaalberg

    • Mr E. Korthals Altes
    • Drs. G.S.D. Zaalberg