Alles is uitgeput. Wil U mij helpen?

Multatuli-brieven zijn er opgedoken. Prachtige vondst, vindt zijn biograaf. Een bedelbrief van hemzelf, een brief van zijn vrouw Tine en een van hun zoon Edu.

De bedelbrief van Eduard Douwes Dekker aan minister van Koloniën I.D. Fransen

‘Exellentie, ik heb een moeilijken brief aan U te schrijven. Ik zit in hoogen nood. Mijn lief gezin lijdt gebrek, en ik kan niet werken wijl ik sedert lang geen plek heb om rustig te zitten. […] Om iets anders te bereiken dan oogenblikkelijke hulp aan voedsel en brandstof, want daarom is ’t thuis te doen, zou ik wel f 1000 noodig hebben’

Met deze tot nu toe onbekende brief richtte Multatuli zich op 26 december 1863 vanuit het Haagse Hotel De Nederlanden tot de minister van Koloniën I.D. Fransen van de Putte. Drie jaar na de verschijning van zijn Max Havelaar klaagde de grootste schrijver die Nederland ooit gekend heeft dat zijn in Brussel verblijvende gezin geen geld meer had voor ‘braadvlees en kolen’. ‘Alles is uitgeput . En dat ware niets als ik drie maanden kon werken. […] Wil U mij helpen?’

De opzienbarende bedelbrief werd onlangs aangetroffen in het familiearchief Storm de Grave-van Reenen, dat in opdracht van de familie door de historicus Vincent Klooster wordt geïnventariseerd. De 43-jarige Eduard Douwes Dekker, die toen al een relatie had met zijn latere vrouw Mimi Hamminck Schepel, probeerde de minister te verleiden tot een schenking van 1000 gulden (omgerekend naar vandaag pakweg € 20.000) door zich voor te doen als brave huisvader.

Om te bewijzen hoe goed hij zijn best deed voor zijn ‘lief gezin’ voegde hij een brief van zijn vrouw Tine toe en een paar krabbels van hun negenjarige zoontje Edu en zes jaar oude dochtertje Nonni. ‘Maar nu, toch dezen moeilijken brief geschreven hebbende, ben ik zoo vrij U den laatsten brief van huis aan te bieden –, en ik vraag U of iemand die ondanks zooveel tegenspoed, zooveel ellende zich een interieur heeft weten te behouden als waarvan die brief getuigenis geeft, verdient gedrongen te zijn tot het vragen om hulp?’

Multatuli-biograaf Dik van der Meulen spreekt van een prachtige vondst. Maar meer nog dan over de smeekbede van ‘Dek’ aan de minister van Koloniën is hij verrast over de bijgevoegde brief van Multatuli’s echtgenote Tine, gedateerd Brussel, 21 december. Van Tine zijn bijna geen brieven aan haar echtgenoot overgeleverd en Van der Meulen verdenkt Multatuli ervan dat hij haar opdracht heeft gegeven tot dit schrijven om zijn verzoek aan de minister kracht bij te zetten.

Niettemin is Tines brief met de aanhef ‘Beste lieve Dek’ volgens Van der Meulen uit biografisch oogpunt hoogst interessant, alleen al wegens de zinsnede ‘Kus die lieve Mimi hartelijk van mij’ en de mededeling dat ze haar andere liefdesrivale, Multatuli’s nicht Sietske, weer eens zal schrijven.

Tines brief handelt voornamelijk over Edu en Nonni aan wie zij met veel plezier huisonderwijs geeft, al zou ze daar nog meer van genieten ‘als mijn Dek ’t goed had’. ‘Och ik heb zoo bitter met je te doen arme arme Dek.’

De tweede ‘bijlage’ bij Multatuli’s schrijven aan de minister is een in het Frans gesteld briefje van Edu aan zijn vader, gedateerd 21 december 1863 met als aanhef ‘Cher Dek’. Tine meldt daarover in haar brief tot tweemaal toe dat de jongen zijn epistel ‘geheel alleen’ heeft geschreven. ‘Er zijn fouten in maar ’t schikt vind ik.’

Of Multatuli dat ook vond, valt te betwijfelen. Het handschrift van zijn zoon beviel hem hoe dan ook niet. Jaren later, in 1880, meende hij in een facsimile van een anonieme dreigbrief die de kranten in verband met een Haagse moordzaak publiceerden, de hand van Edu te herkennen. Hij nam direct de trein naar Den Haag om zijn zoon aan te geven. Toen hij van de politie te horen kreeg dat een verdachte inmiddels bekend had, kon hij dat niet geloven. Pas nadat hij had vernomen dat Edu al wekenlang in Padua verbleef moest hij erkennen dat zijn zoon in deze zaak onschuldig was.

Edu schreef zijn vader een kwade brief over diens bizarre verdenking waarop Multatuli een kennis liet weten: ‘Hij schynt te meenen dat het niet-vermoorden van Marius Boogaardt ’n groote verdienste is, die hem schoon wascht van al z’n beroerdheid!’

Met dochter Nonni raakte Multatuli’s verhouding niet zo ernstig verstoord als met Edu. Misschien leek ze iets meer op haar vader. In 1863 schrijft Tine haar echtgenoot dat Nonni schaakt en damt als de beste. In zijn brief aan de minister van Koloniën stuurt Multatuli als proeve van haar kunnen een keurig tussen de lijntjes geschreven tekstje van haar hand mee, met de woorden: ‘une école de nonnie.’

Een reactie van Fransen van de Putte op Multatuli’s bedelbrief is vooralsnog niet aangetroffen, noch in het familiearchief, noch in de brievencatalogus van de Koninklijke Bibliotheek en andere wetenschappelijke instellingen.

    • Elsbeth Etty