Waarom zal centraal akkoord niet helpen?

Eerst het citaat en meteen maar de vraag: van wie is het.„De dalende reële inkomens en de bezuinigingen die men nodig acht om het financieringstekort te beperken hebben een deprimerende invloed op de economie.”

Een politieke opposant? Of een ondernemer die afhankelijk is van consumentenbestedingen? Of een vakbondsonderhandelaar bij een reorganisatie, in de bouw bijvoorbeeld.

Nee. Wil Albeda, ex-minister van Sociale Zaken (1977-1981; CDA) over crisis, werkgelegenheid en verzorgingsstaat. Hij schreef het 28 jaar geleden.

Een van de onopvallende overeenkomsten tussen de economische depressie toen en de malaise nu is het gevoel van het verloren paradijs. Het verlies van hoge economische groei die vanzelf en vanzelfsprekend de verzorgingstaat betaalt. Albeda wist in 1984 dat de groeicijfers van de jaren zestig passé waren, zoals zijn opvolgers nu weten dat de hoge (maar ten opzichte van de zestiger jaren lage) groeicijfers van de jaren negentig niet terugkomen.

Lagere groei is onvermijdelijk vanwege de Grote Vergrijzing van de na-oorlogse kindergeneratie. Minder (potentiële) arbeidskrachten is minder groei. Daarom zal de pijn erger worden. Juist crisis en vergrijzing maken de verzorgingsstaat groter. In 2011 gaf Nederland volgens het CBS 186 miljard euro uit aan sociale bescherming. Indrukwekkend. Sociale bescherming is Europees jargon voor publieke én particuliere uitgaven voor sociale zekerheid, zorg, AOW en pensioenen. Wij zijn derde, uitgedrukt in euro’s per hoofd van de bevolking, achter Luxemburg en Denemarken.

De deprimerende invloed die Albeda 28 jaar geleden waarnam moet een waarschuwing zijn aan kabinet, werkgevers, vakbonden en de financiële wereld die nu het fameuze Akkoord van Wassenaar uit 1982 proberen te imiteren. Werkgevers en vakbonden maakten toen afspraken voor loonmatiging en arbeidsduurverkorting. Die oplossingen kraakten probleem nummer één: de gestegen prijs van arbeid. Loonmatiging is sindsdien het credo. Het kabinet Lubbers I (192-1986) deed vervolgens hetzelfde met de sociale uitkeringen en verlaagde een jaar later de hoogte daarvan.

Een herhaling van ‘Wassenaar’ zit er niet in, ook al praat voormalig topambtenaar (Financiën) en bankdirecteur Kees van Dijkhuizen nu met iedereen die ertoe doet over een plan voor kredietherstel voor bedrijven, huizenkopers en de bouw. Verschil nummer één met 1982: niet lonen zijn het probleem, maar schulden en vermogens – huizenprijzen, pensioen, hypotheken en de misplaatste vermogensrendementsheffing. Het is niet de reële economie, maar de financiële economie.

Verschil nummer twee: de oplossingen toen vergden wel uitgebreid ‘gepolder’, maar waren vervolgens simpel uit te voeren, want gebaseerd op collectieve regelingen. Nu draait alles om het accepteren van financieel verlies en keuzes in persoonlijke financiële planning. Dat laat zich niet centraal opleggen. De beslissers zitten deze keer niet in een achterkamertje in Wassenaar of in Den Haag, maar aan miljoenen keukentafels.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.

    • Menno Tamminga