Schoon water en toch te vies

Het Nederlandse water is schoon, maar nog niet schoon genoeg. Belangrijkste vervuiler is de intensieve landbouw. Gebieden zullen slimmer moeten worden ingericht.

Culemborg/Beusichem Er zijn voorlopig nog geen maatregelen nodig.Maar het Waterschap Rivierenland zet extra mensen in om de dijken te bewaken. Zij surveilleren en kijken vooral naar het kwelwater aan de andere kant van de dijk. Deze foto is gemaakt in de uiterwaarden langs de Lek. Foto William Hoogteyling

Redacteur Natuur & Milieu

Amsterdam. De meeste Nederlandse wateren zijn schoon genoeg om er drinkwater van te maken, om er gewassen mee te telen, vee mee te drenken en om erin te zwemmen, maar nog lang niet schoon genoeg voor de natuur. Veel speciale plant- en diersoorten overleven niet in de Nederlandse wateren. Dat schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Slechts 5 procent van de Nederlandse wateren voldoet aan de ecologische normen die Nederland heeft opgesteld voor de zogenoemde Kaderrichtlijn Water. Met de oorspronkelijke plannen uit 2009 zou over vijftien jaar 40 procent van de Nederlandse wateren niet langer een onvoldoende halen op de ecologische meetlat. Maar het is zeer twijfelachtig of Nederland zelfs dit gematigde resultaat zal halen. Dat komt vooral doordat dit kabinet de bezuiniging handhaaft van eenderde op het budget om de rijkswateren schoner te krijgen, en ook de bezuinigingen op het natuurbeleid gedeeltelijk handhaaft.

Volgens de onderzoekers Frank van Gaalen en Willem Ligtvoet van het planbureau is het niet zo raar dat de kwaliteit van de Nederlandse wateren ver verwijderd is van hun „natuurlijke toestand”. Van Gaalen: „We hebben een uitzonderlijk intensief gebruikt land. Nederland heeft ambitieuze ecologische doelen voor het water, maar water wordt ook gebruikt voor landbouw, scheepvaart en recreatie. Die combinatie van functies beperkt de mogelijkheid om de ecologische normen te halen.” Nederland kent het hoogste aantal niet-natuurlijke wateren binnen de Europese Unie, aldus de onderzoekers. Ligtvoet: „Het is wel te begrijpen dat we veel doelstellingen niet halen. Nederland zou de normen mogen verlagen. Maar dat moeten we dan wel duidelijk onderbouwen in Brussel.”

Het planbureau signaleert dat de intensieve landbouw een terugkeer naar natuurlijk water onmogelijk maakt, bijvoorbeeld doordat meststoffen in het water terechtkomen, natuurlijke oevers zijn rechtgetrokken en doordat in de landbouwgebieden het waterpeil niet natuurlijk wordt beheerd. De onderzoekers pleiten echter niet voor een beperking van de landbouw. Ligtvoet: „Daar gaan wij niet over. Die afweging moet de politiek maken. Je kunt zeggen dat de landbouw nadelen heeft, maar de Nederlandse landbouw is ook de meest productieve ter wereld.”

Meer heil ziet het planbureau in het slimmer inrichten van gebieden waar landbouw en natuur samen zijn. Je zou in sommige gebieden de landbouw prioriteit kunnen geven, en in andere gebieden juist de natuur. In de echte natuurgebieden zou het water vervolgens schoner kunnen worden en natuurlijker kunnen stromen. Nu nog stroomt min of meer vuil of te weinig water door natuurgebieden heen. „Daar is meer haalbaar”, zegt Van Gaalen.

De kwaliteit van het water is de afgelopen decennia een stuk beter geworden. Het beleid heeft dus gewerkt. Wel blijven er risico’s doordat in het water nog altijd resten van bestrijdingsmiddelen en van medicijnen terechtkomen, en ook komen steeds vaker fijne deeltjes plastic via het riool in het water terecht. Deze zogenoemde microplastics worden gebruikt in onder meer verzorgingsproducten. De gevolgen van deze nieuwe vervuiling voor bijvoorbeeld het drinkwater kunnen worden bestreden door extra waterzuivering.

Maar dat is eigenlijk niet volgens de geest van de Kaderrichtlijn Water: die wil dat de bronnen voor drinkwater schoner worden en dat je daardoor minder hoeft te zuiveren. Een extra zuivering is doorgaans veel minder duur dan de vervuiling aan de bron te bestrijden.