Rutte II moet 'vrienden' zoeken bij oppositie om te kunnen overleven

Wel eens op een schoolreünie geweest? Dan is het gevoel vast bekend. Die trap die was toch langer? En het plafond, dat was toch hoger? Bij terugkeer blijkt alles kleiner dan in de herinnering.

Die ervaring had ik ook toen ik onlangs na een jarenlang verblijf in het buitenland (België) weer in de Tweede Kamer kwam. Een oude bekende uit het Europees Parlement, die de overstap eerder maakte, begreep het gevoel. „Ach”, zei ze, „het is hier net een provinciehuis.”

Twee paradoxen voor 2013. Een belangrijke vraag is of partijen in Den Haag komend voorjaar weer zullen moeten onderhandelen over nieuwe bezuinigingen. Maar daarvoor bepalende beslissingen zullen niet in Den Haag worden genomen. Hoe hard zullen de Europese begrotingsafspraken blijken te zijn? Hoe ontwikkelt de economie zich in omringende landen? Daarover wordt besloten in Brussel, Berlijn, en verder weg.

Toch is de Nederlandse politiek best belangrijk. Héél belangrijk zelfs, als je kijkt naar de invloed op het dagelijks leven van mensen. Wat moet je als patiënt straks zelf betalen voor medicijnen? Wat blijft er over van de WW? Wat kunnen scholen nog extra doen voor kinderen die te langzaam leren, of juist te snel? Er is veel waarover Den Haag beslist. In België lachten we als we weer een symbolisch bedrag van een paar euro moesten betalen voor de naschoolse opvang van de kinderen. Hier is de crèche bijna verworden tot een luxe.

In het regeerakkoord van Rutte II zijn over zorg, sociale zekerheid en onderwijs afspraken gemaakt op hoofdlijnen. Het komend jaar worden veel van die afspraken uitgewerkt en dan zal het er af en toe om spannen. Want, en zo kom ik op de tweede paradox: Rutte II heeft in de Tweede Kamer een comfortabele meerderheid van VVD en PvdA, maar het is eigenlijk een minderheidskabinet. In de Eerste Kamer hebben VVD en PvdA namelijk géén meerderheid. Rutte II zal zich daarom in 2013 moeten inspannen om al in de Tweede Kamer steun te krijgen van oppositiepartijen. Daar zitten immers de partijleiders.

Wat daarbij niet helpt: de relaties tussen de hoofdrolspelers in Den Haag zijn het afgelopen jaar nogal op de proef gesteld door de vele onderhandelingen en wisselingen van rol. Het was vorige week te zien in het laatste Kamerdebat met premier Rutte, dat ging over de vraag of hij als formateur genoeg kritische vragen had gesteld tijdens de gesprekken met de kandidaat-bewindslieden Weekers en Verdaas. Alexander Pechtold maakte het de premier knap lastig. Waarop Rutte uitriep: ,,Ik merk dat de heer Pechtold ernaar snakt om ook een keer bij zo’n gesprek te zijn.” Au, dacht iedereen, want de leider van D66 was vast graag als minister het nieuwe jaar ingegaan.

Natuurlijk, het gaat in de politiek om idealen. Om partijbelangen. Maar over de partijgrenzen gaat het ook om de vraag wie elkaar aardig vindt en wat gunt. Net als vroeger op het schoolplein. En je weet nooit wanneer een ruzie uit de hand loopt.

Jeroen van der Kris is chef politiek& bestuur.De chefs van de deelredacties schrijven komende weken over belangrijke gebeurtenissen op het gebied van sport, kunst, binnenland, politiek, buitenland en economie.

    • Jeroen van der Kris