Kunnen de 'robuuste basisteams' alle klussen straks echt klaren?

Op 1 januari gaat de nieuwe politiewet in: geen regiokorpsen meer, maar één politieorganisatie met één chef. Iedereen is er voor. Maar worden de hoge verwachtingen waargemaakt? Nu al zijn er zorgen over de capaciteit, ruim 60.000 politiemensen zijn bezorgd over hun werkplek en over ICT.

DEN HAAG - Illustratie beschikbaar gesteld door de politie. Eind januari wordt bekend hoe het nieuwe operationele politieuniform eruit komt te zien. Tot die tijd kunnen 50.000 politiemensen hun keuze bepalen voor, onder meer, het type hoofddeksel, polo of shirt en een geel vlak of gele strepen op het uniform. ANP COMM/POLITIE. Foto voor eenmalig redactioneel gebruik.

Al maanden krijgen politieagenten die inloggen op hun werkcomputer een melding in beeld. Nog X dagen tot dag 1 van de nationale politie. Vandaag staat er: nog vijf dagen te gaan. Op 1 januari gaat de nieuwe Politiewet in. Die regelt dat de huidige 25 regiokorpsen en het landelijk korps opgaan in één centraal aangestuurde politieorganisatie, met één landelijke korpschef. De landelijke organisatie wordt verdeeld over tien regio’s, plus weer een landelijke eenheid.

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) presenteerde de nationale politie als dé oplossing voor allerlei problemen waar politie en burgers nu mee te maken hebben. Een slachtoffer van woninginbraak dat lang moet wachten op bericht na aangifte? Met de nationale politie moeten burgers binnen twee weken iets horen. Grote kinderpornozaak? Opstelten belooft capaciteit om kinderporno op te sporen en makers of verspreiders aan te pakken. Meer aandacht voor high tech criminaliteit. Mensenhandel moet aangepakt, net als financieel-economische criminaliteit.

En de lokale veiligheid dan, van de ‘gewone’ burger? Ook die blijft gewaarborgd, beloofde Opstelten. Burgemeesters houden in elk geval één wijkagent per 5.000 inwoners. Zij houden ook het lokaal gezag, dus het zijn de burgemeesters die de lokale prioriteiten bepalen.

Aanstaand korpschef Gerard Bouman temperde de hoge verwachtingen van Opstelten wel iets. In deze krant zei hij afgelopen weekend dat de nationale politie op 1 januari net zo goed is als de verdeelde politiekorpsen dat op 31 december zijn. Maar Bouman is er „tot op het bot van overtuigd dat we over twee jaar de grootste slag hebben gemaakt”. Op 1 januari 2015 moet de nationale politie in werking zijn, is de personele reorganisatie klaar en moeten informatievoorziening en ICT zijn verbeterd. Bouman: „Als dit apparaat echt één korps is geworden dat eenduidig kan worden aangestuurd, dan zal het rendement blijken.”

Dát zo’n nationale politie er moest komen, daarover waren alle betrokken partijen het eens. Er valt veel verbetering te halen op bijvoorbeeld ICT-gebied, bij inkoop van spullen of met personeelsbeleid. Goed dat zulke zaken gelijk worden getrokken, is de heersende opinie – niet voor niets stemden Eerste en Tweede Kamer unaniem in met de nieuwe Politiewet.

Alleen leven nu bijna even breed gedeelde zorgen over hoe de plannen zullen uitpakken. Ofwel: kunnen Opstelten en Bouman de hoge verwachtingen waarmaken? Drie problemen springen eruit: de capaciteit, de onzekerheid over functies en de ICT.

Robuuste basisteams

Een van de belangrijkste problemen is de capaciteit. Althans, het gebrek daaraan, voorspellen zowel vakbonden als centrale ondernemingsraad van de politie. De politie organiseert zich straks via robuuste basisteams. De grootte varieert van 60 tot 200 man. Maar „de taakstelling en de inrichting van de robuuste teams lijken niet te stroken met de formatie”, schrijft de ondernemingsraad in haar reactie op het inrichtingsplan van Opstelten.

Alle partijen erkennen dat er altijd te weinig politie zal zijn om álle criminaliteit te kunnen voorkomen of opsporen. Maar de politie heeft nu al problemen met bijvoorbeeld arbeidstijden: keer op keer blijkt uit onderzoeken dat politieagenten vaak te lange dagen maken.

Het lijstje prioriteiten voor de nationale politie is te ambitieus, zegt de Nederlandse Politiebond. „Ook al sloop je alle bureaucratie weg en maak je de aansturing nog zo scherp, met een uitdijend takenpakket duurt het niet lang of er is weer meer werk te doen dan het beschikbare aantal medewerkers aankan.”

De ondernemingsraad vreest onder andere dat „door de huidige onevenwichtige leeftijdsopbouw van het personeel de invulling van 24-uursdiensten, zoals noodhulp, onder druk komt te staan”. Oudere politiemensen hoeven minder of geen nachtdiensten meer te draaien, bijvoorbeeld. Dat is nu al een probleem, maar ook in de nieuwe plannen van Opstelten komt het woord ‘leeftijdsopbouw’ niet voor. Dus ontstaat een gat, of jongere collega’s moeten die diensten opvullen. „De vraag is of de robuuste teams kunnen voldoen aan het uitgangspunt van garanderen van de stabiliteit.”

De basisteams zijn verantwoordelijk voor bijna alles wat bij regulier politiewerk komt kijken: van noodhulp tot opsporing, van inzet van de mobiele eenheid tot horecatoezicht, van aanwezigheid bij evenementen tot de aanpak van huiselijk geweld of hangjongeren. Plus nog de landelijke prioriteiten.

De grootste vakbond, de ACP, concludeert dat met de huidige berekeningen „de basis van het politiewerk niet is uit te voeren”. Wat de vakbonden zeggen en doen is in deze sector van groter belang dan gemiddeld: 80 procent van de politiemensen is lid van één van de vakbonden. De oplossing? Keuzes maken, schrijft de ACP: „In wat de politie wel en vooral niet aankan.”

Onzekerheid over baan

Dan is er de onzekerheid onder het personeel. Van de hele politieorganisatie (62.560 mensen in 2011) weten er 61 precies waar ze aan toe zijn in 2013. Dat zijn Gerard Bouman en de andere drie leden van de landelijke korpsleiding, plus de teamchefs van de nieuwe regio’s. De rest weet formeel zijn of haar plek nog niet.

Volgens Opstelten is 1,5 uur reistijd per dag acceptabel. Daar denken de agenten anders over: „Nu nog 5 minuten op de fiets en straks met een auto op en neer rijden. Kost mij extra tijd, aanschaf auto, benzinekosten en veel werkvreugde”, zegt een agent in een onderzoek van de SP .

De grootste onzekerheid zit niet bij het ‘blauw op straat’ – het zijn de werknemers met ondersteunende functies voor wie het meeste verandert. Zaken als inkoop, communicatie, personeelsbeleid en financiële administratie lopen straks allemaal, via het politiedienstencentrum. En dat vestigt zich ‘maar’ op drie plekken: Zwolle, Eindhoven en Rotterdam.

Op ondersteuning valt ook het meest te besparen – volgens KPMG en Deloitte kan een nationale politie met 2.650 voltijdbanen minder toe. Communicatie zou met 84 fte minder toe kunnen, personeelsbeleid met 1.035 en informatievoorziening met 1.069. Maar wat betekent minder lokale ondersteuning voor de ‘blauwe’ mensen? Uit het SP-onderzoek: „Het feit dat aan het bureau geen of nauwelijks ondersteuning wordt georganiseerd noopt agenten het werk binnen het bureau zelf te doen.”

ICT is „majeur zorgpunt”

Volgend „majeur zorgpunt”, aldus de ondernemingsraad: ICT. Netwerken, servers en systemen van de diverse korpsen draaien naast elkaar, en sluiten niet of niet goed op elkaar aan. In 2014 moet er één basisvoorziening zijn voor handhaving en opsporing, waarvoor ook gegevensuitwisseling verbetert. Maar op advies van deskundigen heeft Opstelten dat plan al moeten aanpassen wegens „zwaarwegende risico’s” bij de uitvoering.

Het programma was te ambitieus, te complex en er was te weinig samenhang tussen het ICT-project en de ontwikkeling van de nationale politie. Ondanks de bijstelling vindt de onafhankelijke review board het project nog „risicovol”. Daarmee loopt ook de geplande bezuiniging op de nationale politie van 230 miljoen vanaf 2015 gevaar.