‘Kan ik Karadzic krijgen, dan doe ik het meteen’

Twan Huys haalt alles uit de kast voor Nieuwsuur en zijn College Tour. „Ik hou ervan als redacteuren op een onorthodoxe manier gasten binnenhalen.”

„College Tour is geen cakevormpje dat we steeds op dezelfde manier vullen.” Foto Bram Budel

Twan Huys praat liever niet over zichzelf. Hij maakt verhalen. Er zelf onderdeel van zijn, is iets anders. Maar het afgelopen jaar dook zijn naam zo vaak op in de media dat de journalist steeds meer een gezicht krijgt. Voor zover Huys dat toelaat, tenminste. „Je mag me interviewen over mijn werk, maar ik praat niet over mijn privéleven”, zei hij aan de telefoon bij het maken van de interviewafspraak.

Het is een beetje vals spelen – het notitieblok is al opgeborgen en de jas al half aan – maar het eind van het gesprek gaat toch over hemzelf. Over zijn ongemak toen hij dit najaar in het televisieprogramma Dat is andere taal! dialect met zijn ouders sprak („Mijn dialect is niet voor jullie bedoeld, daarvoor is het veel te intiem”) en over televisiecarrière maken met Limburgse wortels. Huys: „De kans dat je met mijn achtergrond bereikt wat ik nu doe, is heel klein.” Een Limburgse tongval op televisie is een zeldzaamheid. Maar de Limburgers die doorbraken, zijn wel succesvol, zegt hij. Neem Felix Meurders en de onlangs overleden Jeroen Willems. Je moet het écht graag willen en écht heel hard werken en écht goed zijn. Huys: „Het is toch leuk om een van de weinigen te zijn?”

Het was een „ontzettend spannend jaar” voor Twan Huys. De verkiezingen in Nederland, de verkiezingen in Amerika. En College Tour, dat afgelopen jaar voor het eerst in zijn vijfjarig bestaan meer dan de gebruikelijke vijf tot acht afleveringen mocht maken. Door de toegenomen belangstelling voor het programma jaagt Huys samen met zijn redactie nu achter zestien gasten per jaar aan. Want dat produceren van gasten doet hij nog altijd graag zelf. Zo houdt hij invloed op het proces, en hij kan er „zijn creativiteit mee tot bloei laten komen”.

Bovendien heeft hij nog een mooi netwerk uit zijn tijd als correspondent in Amerika en worden gasten soms liever gebeld door de interviewer dan door een redacteur. Het gebeurt dat gasten aarzelen, maar dat Huys ze over de streep kan trekken. Zoals dit jaar strafrechtadvocaat Wim Anker, die eigenlijk alleen in de media komt als het de cliënt en de zaak dient. Huys: „Ik doe graag moeite om een bijzondere gast binnen te halen. Het is een heel kinderachtig genoegen om als eerste iemand in je programma te hebben die iedereen wil hebben.” Er zijn er niet veel die ‘nee’ zeggen. Komt omdat het bij College Tour geen cynische omgeving is, verklaart Huys. „Mensen komen graag bij ons.”

Omdat het makkelijker is dan een scherp vraaggesprek met een kritische journalist?

„Nee, studenten stellen vragen die ik nooit had kunnen verzinnen. Zoals de student die zijn hand op zijn hart legde en aan Louis van Gaal vroeg: ‘Ik ben een Ajax-fan. We hebben u nodig, komt u terug?’ Van Gaal liet een dramatische stilte vallen en zei toen: ‘Absoluut nooit meer’. Dat vond ik een heel mooi antwoord op een vraag die ik nooit op zo’n gepassioneerde, authentieke manier had kunnen stellen.”

Wat is voor u de uitdaging van dit programma, behalve de jacht op de gasten?

„ Ik moet de gasten prikkelen tot antwoorden. Ik moet improviseren en word steeds afgeleid van mijn eigen lijn. Maar ik ben ervan overtuigd geraakt dat studenten goede vragen kunnen stellen. Neem de uitzending met Willem Holleeder in oktober – die stond ongetwijfeld op je onderwerpenlijstje voor dit gesprek. Er werd van tevoren geschreven dat studenten geen kritische vragen kunnen stellen. Maar ik heb nog nooit een zaal meegemaakt die zo kritisch was.”

Hoe kijkt u erop terug?

„Het was een spannend programma om te maken omdat het al werd aangevallen vóór het op tv kwam.”

Die ophef kan u toch niet verbaasd hebben?

„Ik had wel kritiek verwacht, maar niet dat De Telegraaf er drie dagen achter elkaar mee zou openen. En wat ik niet begrijp – los van het feit dat het hypocriet is wanneer een journalist kritiek uit als hij zélf tevergeefs moeite heeft gedaan om Holleeder te interviewen (John van den Heuvel van De Telegraaf, red.) – is dat je je verzet tegen deze gast. Het principe van de journalistiek is dat je nieuwsgierig bent naar alles.”

De kritiek was niet alleen gericht op de keuze van de gast, maar ook op het podium dat hem geboden werd. College Tour is door u opgericht met het doel studenten een meester te laten interviewen, een grootheid in zijn vak.

„Het is míjn programma. Ik bepaal zelf de bandbreedte. Natuurlijk voldoet Holleeder niet aan dat meesterverhaal. Maar Nobelprijswinnaars zijn niet de enigen van wie je kunt leren, dat kan ook van Holleeder. Dat hij tegen zijn kinderen heeft gezegd dat ze nooit als hun vader moeten worden, vond ik een heel mooie uitspraak. Ik heb zelf kinderen. Het is nogal wat om zoiets te zeggen.”

Heeft u de formule aangepast omdat u graag wilde scoren met een interview met Holleeder?

„De formule is niet veranderd. Ik zal me er nooit op vastleggen dat een gast geliefd moet zijn. Ik ga mezelf niet begrenzen. College Tour is geen cakevormpje dat we steeds op dezelfde manier vullen. Als ik Karadzic kan krijgen, zou ik dat onmiddellijk doen. We nodigden Holleeder uit vanwege oprechte nieuwsgierigheid. Ik heb vaker gasten gehad die uit de bocht zijn gevlogen, zoals Nick Leeson en Rijkman Groenink.”

U was drie jaar bezig om Rijkman Groenink in College Tour te krijgen. Wat zegt dat over u?

„Dat ik er veel lol in heb. Als je gepassioneerd bent, krijg je dingen voor elkaar. Ik heb van mijn correspondentschap in New York geleerd dat als je volhoudt, je toegang krijgt tot iedereen. Er zijn veel wegen die naar Rome leiden. Ik zeg vaak tegen onze redacteuren: zoek die mensen op. Ga naar ze toe. Ik hou ervan als redacteuren op een onorthodoxe manier gasten binnenhalen. De duizend tulpen die naar Oprah Winfrey zijn gestuurd, hebben nog niet gewerkt. Maar het bezoek van twee redacteuren aan Louis van Gaal, langs de lijn in München, wel.”

Volgens Carel Kuyl, oud- hoofdredacteur van Nieuwsuur, gaat u tot het uiterste en verwacht u dat ook van collega’s. U vergeet soms te relativeren en verliest daardoor het overzicht.

„Oneens. Heel hard werken is de enige manier om tot zo’n gastenlijst te komen. Dat is een passie die grenst aan obsessie.”

Bent u geobsedeerd door uw werk?

„Soms wel. Ik heb drie jaar onderzoek gedaan naar de val van Srebrenica en kreeg uiteindelijk feiten boven tafel over wie welke fouten heeft gemaakt. Dat lukt alleen als je er 300 procent induikt. Maar ik beschouw mezelf niet als iemand die alles opzij zet om een doel te bereiken.”

In februari verscheen het boekje Presenteren, waarin u uzelf een 7 geeft voor uw presentatiewerk. Daarmee gaf u uzelf het laagste cijfer van iedereen.

„Als je jezelf een hoog cijfer geeft, kun je jezelf nooit verbeteren. Natúúrlijk is het nooit een 10, of een 9, of zelfs maar een 8. Maar ik had geen antwoord op die vraag moeten geven. Ik vind het niet interessant om mezelf te recenseren.”

Deze zomer was u in de media vanwege uw interview met Geert Wilders in Nieuwsuur. Deze krant schreef dat Wilders het nooit lastiger had. De Volkskrant schreef dat u zo verbeten vragen op Wilders afvuurde dat de kijker sympathie voor Wilders kreeg.

„Als ik onder druk sta, beperk ik mij tot de kern. En de timing was goed. We hadden het geluk dat de afspraak met Wilders al stond en dat toevallig die dag twee mensen wegliepen uit zijn fractie. Eenmaal in onze uitzending kon hij niet meer vluchten.”

Wat gaat er tijdens zo’n gesprek door u heen?

„Adrenaline. Het zijn de spannendste momenten van het vak. De kans dat je het niet goed doet, is groot. Bijvoorbeeld als je maar één vraag blijft stellen. Dan ervaart de kijker dat als doorzeuren. Op televisie mag je geen drammer worden, laat staan geëmotioneerd raken.”

Volgens collega Mirjam Bartelsman heeft u iets onberispelijks.

„Het ergste is dat ik iemand iets voorhoud dat niet klopt. Dat ik mijn onderzoek niet goed heb gedaan.”

Wat wilt u nog bereiken?

„Ik ben beïnvloed door Amerikaanse anchors als Ted Koppel en Peter Jennings. Om anchor te zijn, moet je het vertrouwen hebben van een groot publiek. Dat is niet iets vanzelfsprekends, dat moet je opbouwen. Ik ga hier niet bescheiden over doen. Ik ben een goede anchor. En ik ben er nog lang niet op uitgekeken.

„Ik ben volkomen gelukkig met mijn werk voor College Tour en Nieuwsuur. Het correspondentschap in New York was geweldig, maar als ik nu voor Nieuwsuur in Amerika de verkiezingen mag verslaan, komt dat daar echt bij in de buurt. Af en toe mis ik het om verslaggever te zijn in oorlogsgebieden. Maar mijn rol van spelverdeler vind ik ook waanzinnig spannend. De bottom line is: ik wil het verhaal zo goed mogelijk vertellen. Dat balt zich nu samen in de positie van anchor. Dat past me.”

Geen nieuwe plannen voor het komende jaar?

„Nou, ik was vorig jaar uitgenodigd door het St. Ignatiusgymnasium in Amsterdam. Ze hadden Ramsey Nasr uitgenodigd, de dichter des vaderlands. Ik vroeg me af wat die scholieren van hem wisten. Maar ze hadden waanzinnige vragen, het werd een van de leukste College Tours die ik heb gemaakt. Sinds die tijd denk ik: we moeten een College Tour-reeks voor die groep maken. Waarom ons beperken tot studenten van het hbo en de universiteit?”

    • Anne Dohmen