Indiaas conglomeraatkrijgt nieuwe topman

Cyrus Mistry neemt morgen het roer over van topman Ratan Tata van het gelijknamige Indiase conglomeraat dat in 2007 Corus inlijfde.

Ratan Tata wordt morgen 75 en vertrekt dan als bestuursvoorzitter van de Indiase Tata Groep. Foto AFP

„Hij is onze weldoener. Het is meneer Tata die dit allemaal heeft mogelijk gemaakt”, Ravubha Vaghela maakt een brede zwaai met zijn arm. We staan op de oprit van zijn bloeiende handel in tractoren in het stadje Sanand, niet ver van Ahmedabad, de grootste stad van India’s westelijke deelstaat Gujarat. We zien splinternieuwe, crèmekleurige appartementenblokken en glimmende nieuwe auto’s.

Het was een persoonlijk project van Ratan Tata, topman van Tata Groep, dat Sanand welvaart bracht. Tata, verzot op auto’s, zag in zijn woonplaats Mumbai hoe Indiase gezinnen zich met zijn vieren tegelijk op een bromfiets wurmden, en besloot een goedkope auto te ontwikkelen om hen een veiliger alternatief te bieden. De Tata Nano, ’s werelds goedkoopste autootje (2.700 dollar) wordt nu gebouwd in een reusachtige fabriek bij Sanand.

Ratan Naval Tata, ruim twintig jaar de onbetwiste voorzitter van Tata Groep, met een jaaromzet van iets meer dan 75 miljard euro een van India’s grootste concerns, gaat morgen op zijn 75ste verjaardag met pensioen.

Vaghela was de eerste die vier jaar geleden akkerland verkocht aan de overheid, die het tegen compensatie opeiste voor de bouw van de Nano-fabriek. Vele boeren volgden, eerst schoorvoetend, al snel enthousiast.

Mede dankzij Vaghela’s bemiddeling kregen ze ruim vier keer meer voor hun land dan de marktwaarde en werd een sociaal protocol gesloten. De overheid en Tata bouwen een vakschool, een ziekenhuis en een gemeenschapscentrum. „Iedereen is tevreden”, zeg Vaghela.

Tata Groep is India’s grootste conglomeraat, bestaande uit ruim honderd bedrijven verspreid over tachtig landen en zes continenten. De activiteiten bestrijken een breed terrein: van staal en elektriciteit tot business outsourcing en hotels. De laatste jaren maakte Tata naam met grote overnames, onder meer van staalbedrijf Corus (2007) en Jaguar Land Rover (2008).

Het concern bleef tot nog toe buiten India’s veelvuldige omkoopschandalen en houdt er een sterke ethiek op na. In 2010 vertelde Rata Tata dat het hem niet lukte een luchtvaartmaatschappij op te zetten omdat hij weigerde 150 miljoen rupees (2,1 miljoen euro) te betalen aan een zekere minister, wiens naam hij verzweeg.

Tata Groep zegt te willen teruggeven aan de samenleving wat het verdient. Tweederde van de aandelen in het overkoepelende Tata Sons wordt beheerd door liefdadigheidsfondsen. Daarmee bekostigt het concern onder meer academies, onderzoeksinstituten en ziekenhuizen en steunt het organisaties die armoede bestrijden en het Indiase platteland tot ontwikkeling brengen. ‘Socialistisch kapitalisme’ noemt het concern dat.

Verwacht wordt dat opvolger Cyrus Mistry (44) op veel vlakken de lijn zal voortzetten van Ratan Tata, die voorlopig zijn mentor blijft.

Het conglomeraat is groot en ondoorzichtig. Tata Sons is vervlochten met 182 investeerders in de dochterbedrijven. Uit een onderzoek van het Britse weekblad The Economist bleek dat het concern zwaar leunt op Tata Consultancy Services (TCS), India’s grootste outsourcing- en IT-bedrijf, en (in mindere mate) op Tata Motors. De overige 69 procent van Tata’s kapitaal levert na belastingaftrek minder dan 10 procent rendement: de ondergrens van wat als gezond wordt beschouwd.

Zo moet Tata Communications (2,3 miljard euro verlies in 5 jaar) worstelen om zich staande te houden in India’s corrupte en van concurrenten vergeven mobielecommunicatiemarkt. En Tata Steel, met de moeizaam opererende Britse poot van Corus, wordt door analisten beschouwd als een regelrecht risico. Netto schuld: 7,1 miljard euro.

Een belangrijk verschil met Ratan Tata is dat Cyrus Mistry telg is van de op vier na rijkste familie van India, terwijl de familie Tata in de Fortune-lijstjes niet voorkomt. Hun bezit werd grotendeels besteed aan liefdadigheid, wat een ontspannen houding tegenover het behalen van winst in de hand werkte.

Mistry’s familie is echter de grootste externe aandeelhouder van Tata Sons en heeft dus direct belang bij winstmaximalisatie. Dat zou een minder kosmopolitisch en weldoenerig bedrijfsethos in de hand kunnen werken, waarbinnen voor verlieslijdende onderdelen als het vroegere Corus en misschien zelfs de beneden verwachting presterende Nano-fabriek geen plaats is.

Ravubha Vaghela, die zag hoe de komst van Tata zijn regio tot bloei bracht, blijft optimistisch. In het kielzog van de Nano-fabriek openden ook Ford en Citroën er assemblagehallen.

Zelf beheert Vaghela behalve zijn tractorbedrijf een fabriek in verpakkingsmaterialen, een bureau voor industriële projectontwikkeling en een boerenbedrijf. „Ik richt me op de winst van vandaag, niet op het verlies van later”, zegt Vaghela. Net als Ratan Tata.