Illegaal knallen is zijn hobby, en zijn handel

Vanaf morgen mag vuurwerk legaal worden verkocht. Intussen verkopen jongens het al maanden illegaal vanuit hun schuur of achtertuin.

Hij woont nog bij zijn ouders in een rijtjeshuis in de Bollenstreek. Hij is eerstejaars hbo-student en draagt een net overhemd – die middag moet hij een project presenteren. Hij is nooit met de politie in aanraking geweest. Maar deze afspraak mag alleen plaatsvinden als hij anoniem in de krant komt: hij is handelaar in illegaal knalvuurwerk.

Hij opent de schuur naast zijn ouderlijk huis: fietsen, een werkbank, tuingereedschap. Tegen de achterwand verbergt een oude deken een tiental kartonnen dozen met vuurwerk. Zijn ouders weten ervan, al kennen ze niet de inhoud van de hulzen Cobra 6 en Big Boy. De eerste heeft de kracht van een handgranaat, de tweede is een nieuwe, nog verwoestender variant. De student vertelt dat vuurwerk altijd zijn hobby is geweest. „En sinds een paar jaar mijn bijbaantje.” Het is een stuk lucratiever dan werken in de horeca.

Verscherpte controle van de politie, op straat en op internet, bemoeilijkt zijn handel. Hij is waakzaam tot en met de overdracht, vaak op een parkeerplaats of bedrijventerrein. „Ik verken van tevoren de plek, kijk of ze me niet staan op te wachten. Een kennis is al een keer opgepakt.”

Als dat hem zou overkomen, zou het een mooi vervolg op zijn studie onzeker maken. Want het Openbaar Ministerie eist sinds november vorig jaar hogere straffen voor het maken en tot ontploffing brengen van vuurwerkbommen. Betrokkenheid is niet meer een overtreding, maar een misdrijf: illegaal vuurwerk kan een strafblad en zelfs een celstraf opleveren van maanden of jaren.

De gevaren van de opslag van vuurwerk zijn niet verwaarloosbaar. Een man in Opheusden blies bij experimenten met vuurwerk een gat in zijn dak, waarna omliggende woningen werden ontruimd. Maar de handelaar uit de Bollenstreek is niet bang dat zijn vuurwerk per ongeluk tot ontploffing komt. „Het ligt droog en ik houd de schuur dicht.”

Handelaren vinden hem eenvoudig via Twitter, of een internetforum. De kopers, „vooral jonge jongens”, rekenen contant met hem af. Wat ze met het vuurwerk doen, is niet zijn zaak. „Ze zullen er vast wat mee knutselen. Je kunt er leuke dingen mee doen.”

Want voor de liefhebber is vuurwerk alleen niet voldoende. Op internet barst het van de ontploffende wasmachines, magnetrons en kliko’s. De een spat uit elkaar met een lawinepijl, de ander met twee liter benzine en twee vuurwerkbommen van het type Cobra 6.

De filmpjes zijn te vinden op een online waarschuwingskaart, het nieuwste middel van de Task Force Opsporing Vuurwerk Bommenmakers. Dat is vorig jaar opgezet door de politie met steun van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Inlichtingen- en Opsporingsdienst (IOD) en Meld Misdaad Anoniem.

De waarschuwingskaart telt 134 filmpjes. De door de politie achterhaalde locaties van de bommenmakers zijn aangegeven met gele explosie-icoontjes. De politie hoopt dat de makers zo beseffen dat ze strafbaar zijn en opgepakt kunnen worden. Makers kunnen hun video’s zelf van de kaart verwijderen.

Illegaal vuurwerk is al jaren meer dan een hobby van scholieren in de grensstreek. De verdachten komen tegenwoordig ook uit plaatsen als Venhuizen, Baarn en Hoogvliet. De politie nam dit jaar al ruim 55.000 kilo in beslag en hoopt net als vorig jaar zeker twintig bommenmakers te kunnen vervolgen.

Cees Meijer van VeiligheidNL, een private stichting die samenwerkt met onder andere zorgverleners, bedrijven, overheid en politie, schat dat „enkele honderden” Nederlandse jongens van tussen de 16 en 24 jaar „zeer geïnteresseerd zijn hun kunsten te vertonen” met „steeds zwaarder en gevaarlijker” vuurwerk. Ze hebben daar tussen de 500 en 3.000 euro per jaar voor over – en mogelijk letsel, stelt Meijer.

Waar het aantal vuurwerkslachtoffers de laatste jaren is gedaald, neemt de ernst van de verwondingen volgens VeiligheidNL juist toe. Vorig jaar meldden zich rond Oud en Nieuw naar schatting 670 slachtoffers op de spoedeisende hulp, in 14 procent leidde dat tot opname. Vijf jaar geleden werden nog 1.100 slachtoffers geteld, van wie 5 procent moest worden opgenomen.

Het meeste vuurwerk wordt gemaakt in Italië of Oost-Europese landen van buiten de EU – speciaal voor de Nederlandse markt zegt Meijer. „De fabricage is voor criminelen die snel rijk willen worden. Ze hebben hier een netwerk van tussenpersonen en versturen vuurwerk via postorders. De politie kan niet zomaar elk pakketje openen, ook al zetten ze honden in. De opsporing is voorlopig allemaal in de marge.”

Meijer stelt dat de opsporing van illegaal vuurwerk eigenlijk al moet beginnen op 1 januari. „Dan ontstaan de eerste ideeën van hoe het volgend jaar nog krachtiger en harder kan. Zo rond de zomer komt alles keurig gelabeld als zwaar vuurwerk voor gebruik door professionele pyrotechnici naar Nederland. Maar in plaats van bij kermissen en theatershows belandt het na de herfstvakantie bij de consument.”

Waar in de drie dagen rond Oud en Nieuw voor zo’n 65 miljoen euro legaal vuurwerk wordt verkocht, is niet bekend hoeveel geld in de illegale handel omgaat. De politie neemt elk jaar minder in beslag en niet alleen omdat de wetgeving in België is verscherpt. Met de komst van de sociale media is de handel schimmiger geworden.

Twee tieners ondervonden deze maand dat de aanschaf via tussenpersonen niet zonder risico is. Ze werden op het afleverpunt van hun 2.000 euro beroofd. Het maakt handelaars als de student uit de Bollenstreek extra alert. „Ik probeer zo goed mogelijk na te gaan wie bij me wil kopen. Het moet wel leuk blijven.”

    • Michiel Dekker