Hopelijk was dit de laatste Kerst met plofkip op tafel

Het afgelopen jaar klonk er regelmatig een vrolijk deuntje in de ether. „Kip! het meest mishandelde stukje vlees...” De briljante tune werd gemaakt in opdracht van de stichting Wakker Dier. Het trok niet alleen aandacht voor het dierenleed van de zogenoemde plofkip. De campagne nagelde ook onbekommerd plofkipverwerkende bedrijven aan de schandpaal. De campagne was zo overtuigend dat machtige bedrijven als McDonald’s en Johma vaststelden dat de schade aan hun reputatie zich dreigde te vertalen naar hun verkoopcijfers. Ze maakten bekend over te stappen op het vlees van de iets duurdere ‘Beter-Levenkip’.

En nu, zo heeft Wakker Dier aangekondigd, is supermarktketen Albert Heijn aan de beurt, als megaverkoper van supergoedkoop kippenvlees. AH geeft vooralsnog geen krimp. De supermarktketen zegt „de wensen en behoeften van onze klanten” te laten overwegen. Maar die klanten vragen niet om plofkip. Ze verlangen een scherpe prijs. Wat niet vreemd is. En AH zet in op volle winkelwagens bij de kassa’s. Wat ook niet vreemd is.

AH heeft invloed op de consument. Het bedrijf bracht het Nederlandse gezin aan de balsamicoazijn. Het propageerde met succes de duurdere, biologisch geteelde groenten. En in 2011 kondigde het aan alleen nog biologisch varkensvlees te zullen verkopen. Het zou niet vreemd zijn als AH nu zijn klanten bijbracht dat kippenvlees iets meer kost dan gedacht, en dat dit de laatste Kerstmis is geweest met schappen met plofkip. Wakker Dier bewees dit jaar dat het daar op volle kracht bij kan helpen. Met negatieve reclame als AH volhardt in de plofkip. Met positieve propaganda als het grootwinkelbedrijf daar vanaf ziet.

Met een flauwe woordspeling: AH zal uiteindelijk eieren voor zijn geld kiezen. Er zit niks anders op. En dat is goed. Want de realiteit is dat de plofkippen geen dieren meer zijn maar kuikenbouten op poten, veroordeeld tot een miserabel leventje.

De schrijver J.M. Coetzee wekte in 2001 weerstand door in zijn essaybundel The Lives of Animals de megastallen te vergelijken met concentratiekampen. Inmiddels zijn steeds meer mensen het met hem eens – met dat voortschrijdende inzicht zal ook AH rekening moeten houden. De vleesindustrie en de grootwinkelbedrijven zeggen telkens weer dat ze niet zonder kunnen. Hetzelfde werd in de vorige eeuw beweerd over kinderarbeid. Het bleek onjuist.

Mensen zijn vleeseters, dieren worden gefokt om te worden opgegeten. Daar moet sentimenteel noch dramatisch over worden gedaan. Het betekent echter een verantwoordelijkheid voor de mens. Dat kippen op een bord belanden, betekent niet dat ze eerst mishandeld mogen worden.