Goed jaar met minpuntjes

Een aantal grote Nederlandse musea trekt voor het eerst in jaren minder publiek. Toch was 2012 over de gehele linie een topjaar.

Amsterdam. Voor talloze musea was 2012 een recordjaar, maar de top lijkt nu echt bereikt. De stijgende lijn van bezoekersaantallen in 2011 is dit jaar bij enkele belangrijke musea afgebogen in een neerwaartse lijn. Museum Boijmans Van Beuningen, het Rijksmuseum, Het Rembrandthuis, Foam, het Groninger Museum, het Centraal Museum en het Tropenmuseum – allemaal trokken ze het afgelopen jaar minder publiek.

Dit blijkt uit de bezoekerscijfers die de Nederlandse Museumvereniging heeft bekendgemaakt. De vereniging publiceert jaarlijks een top 55 van best bezochte musea die een Museumkaart accepteren en lid zijn van de vereniging. In totaal zijn dat 393 musea.

Uit de cijfers blijkt ook dat die 393 musea dit jaar in totaal meer bezoekers trokken dan in 2011. Vorig jaar 18 miljoen, dit jaar 19,5 miljoen. Deze stijging van 8 procent is voornamelijk op conto te schrijven van de heropening van vier musea: Het Stedelijk, EYE en het Scheepvaartmuseum in Amsterdam en het Drents Museum in Assen. Tijdens de werkzaamheden aan hun gebouwen waren ze gesloten.

Andere musea in de plus hebben hun stijging meestal te danken aan een grote publiekstentoonstelling. Zoals de Rafael-tentoonstelling in het Teylers Museum in Haarlem en de tentoonstelling van Alexander Calder in het Haags Gemeentemuseum.

De directeur van de grootste stijging, Hendrik Driessen van De Pont in Tilburg, is verbaasd over de ruime verdubbeling van het bezoekersaantal. Zeker van de Ai Weiwei-tentoonstelling had hij niet verwacht dat er zo veel mensen op af zouden komen. Hij noemt het een „mooi cadeautje voor onze twintigste verjaardag”. Maar hij spoedt zich te waarschuwen voor te hoge verwachtingen voor het komende jaar. De geplande tentoonstellingen zijn minder aansprekend voor een groot publiek, zegt hij. „Voordeel van de populaire exposities is dat er mensen naar De Pont kwamen die het betreurden nooit eerder te zijn gegaan. Ik geloof heel erg in bezoekers die terugkeren.”

Het Cobramuseum is eveneens „overvallen” door het succes, dat vooral is te danken aan de Paul Klee-tentoonstelling. „We hadden die graag langer dan 2,5 maand gehad, maar helaas moesten de bruiklenen weer terug.” Het Spoorwegmuseum in Utrecht kan een stijging van 10 procent laten zien, met een bezoekersaantal van 355.000. Voornaamste oorzaak is de nieuwe attractie De Vuurproef, waarbij acteur Rutger Hauer de bezoeker meeneemt in „het verhaal van bijna twee eeuwen treingeschiedenis”, met opgenomen beeld, decors en speciale effecten.

De musea die een daling meemaakten, zoeken een verklaring vaak in een verbouwing. Zoals Museum Speelklok, die de bezoekersaantallen met 20 procent zag dalen tot 88.000. Het Rembrandthuis verbindt het afnemende aantal bezoekers met het openbreken van de straat voor de deur.

Boijmans Van Beuningen zegt dat de daling van acht procent niet als verrassing komt. Omdat de tentoonstelling van Van Eyck nog doorloopt, hoopt het museum volgens jaar betere cijfers te kunnen overleggen. NRC