Er was eens een CS...

Het eerste sprookjesboek van de gebroeders Grimm, Kinder- und Hausmärchen, verscheen 200 jaar geleden. En alsof de duivel ermee speelt: vlak voor Kerst dook in een Deens archief het eerste sprookje op dat Hans Christian Andersen schreef, als scholier nog, rond 1823. Het heet De vetkaars en is te vinden op de Kinderpagina van dit Cultureel Supplement. Het leek ons, mede vanwege het Grimm en Andersen nieuws, een goed idee om dit CS tussen Kerst en Oud en Nieuw een sprookjesthema te geven. De feestdagen zijn behalve de donkerste ook de sprookjesachtigste tijden van het jaar, waarin wonderen gevierd worden, zoals een wonderlijke geboorte, engelen en elven en zwevende arresleeën, boze geesten die verdreven moeten worden met knallend vuurwerk. Bij uitstek tijd dus voor wat sprookjesachtige magie, en verwijzingen naar thema’s uit sprookjes.

Het ligt voor de hand de bezuiniging op cultuur in sprookjestermen te beschrijven: het overheids-ezeltje-strekje stoot steeds minder geld uit voor cultuur, en kunstenaars voelen zich stiefmoederlijk bedeeld. Ook in ongesubsidieerde kunstkringen, zoals die van het cabaret, worden de kortingen gevoeld, blijkt uit ons meisje-met-de-zwavelstokjes-beeldverhaal. Maar we schrijven in dit sprookjes-CS niet alleen maar over kunstbezuinigingen. We schrijven ook in een sprookjesachtige context over kunstenaars en hun kunstwerken waarvan we de komende tijd kunnen genieten. Wij geloven in de magie van kunst. We wensen u als cultuurredactie van NRC Handelsblad alvast een voorspoedig Nieuwjaar.

    • Paul Steenhuis