Eindig ik weer in de sloppen

Vanavond presenteert Stef Biemans weer Metropolis: filmpjes uit de hele wereld, mét thema. Bijvoorbeeld over kettingrokende kinderen in Indonesië.

Redacteur Media

Voor het tv-programma De achtste dag mocht Stef Biemans ooit als stagiair verslag doen van een oorlog tussen twee wildplakkers. „Ik wilde ze tegen elkaar uitspelen, net zoals mijn held Frans Bromet zou doen. Dus was mijn eerste vraag: ‘U bent wildplakker, maar u heeft ruzie met een andere wildplakker, hoe zit dat?’”

Biemans liet het filmpje aan Bromet zien, die ook voor het programma werkte. Die drukte meteen op stop. „Ik hoef niet meer te kijken”, zei hij. „Je hebt alles al verteld.” Het college dat Bromet vervolgens gaf, heeft Biemans altijd onthouden. Les één: „Vergeet alles wat je op de School voor Journalistiek hebt geleerd.”

Zo trad Biemans in de voetsporen van Bromet. Ook hij herhaalt vaak een vraag. Ook hij heeft een opvallend stemgeluid, met lange klemtonen. Maar de leerling schudt de meester van zich af: „Ik heb hem eerst gekopieerd, toen heb ik mijn eigen stijl gevonden.”

Die stijl is duidelijk te zien in de programma’s die Biemans maakt voor zowel de Nicaraguaanse als de Nederlandse televisie. Hij woont al jaren in Nicaragua, omdat de vrouw op wie hij verliefd werd – ze is chirurg– niet naar Nederland wilde komen. Hij presenteerde er een reisprogramma en ook de Nicaraguaanse variant op buitenlandprogramma Metropolis, waarvan hij ook sinds enige jaren in Nederland de presentator is. In Metropolis maken correspondenten van over de hele wereld filmpjes over hun omgeving, aan de hand van thema’s. In de uitzending van vorige week, over roken, zat een 9-jarige kettingroker uit Indonesië. En een Marlboro-meisje uit de Filippijnen dat in een mooi stoeipakje sigaretten verkoopt. De items zijn gedraaid door lokale journalisten, die bij voorkeur in hun eigen buurt opnames maken. Biemans praat ze aan elkaar, maar bemoeit zich ook met de thema’s. Metropolis werd aanvankelijk vooral gewaardeerd door andere tv-makers maar trekt inmiddels rond de 400.000 kijkers.

Je eindredacteur noemde je de redding van Metropolis.

„Ik ervaar mezelf niet als de redder. Maar met mijn komst is het programma wel drastisch veranderd. Aanvankelijk werden reportages uitgezonden zoals ze werden opgestuurd door de correspondenten. Het was wel goede, maar ook taaie televisie. De hoofdredactie wilde dat veranderen, Nederland er meer bij betrekken. Nu maken we dus ook filmpjes in Nederland. Aanvankelijk is daar een hele snelle Metropolis uit gekomen. Die was eigenlijk over the top.”

Wat was er mis mee?

„Het was te popi. Dan waren we op een school in Nederland voor een item over seksuele voorlichting, en dan zei ik: „In Bur-kin-a Fa-so word je helemaal ge-brain-washed”. En haalde ik het haar van zo’n Nederlands jongetje door de war. Ik legde er veel energie in, alsof ik schreeuwde naar iemand op de achterste rij. Ik ben nu op zoek naar een vorm die meer bij mij past. ”

Je wilt geen toontje meer, maar een toon.

„Ja, wat serieuzer. Ik ben met dat stemmetje begonnen in Brieven uit Nicaragua. Dat was het eerste programma dat ik voor de camera deed en ik vond dat moeilijk. Ben ik wel leuk genoeg? Ik draaide het programma alleen en reed de hele dag door de stad Masaya. Dan dacht ik: hier ga ik staan. Nee, hier is het licht niet goed. Ik ging pas opnemen als het donker werd. Daar is het alter ego ontstaan: gelijk afkraken wat ik zeg.”

Nam je jezelf niet serieus?

„Nee. Ik vind dat raar om te doen.”

Maar dat is nu over.

„Het wordt wel minder ja.”

Onze tv-recensent ergert zich aan hoe je in Stefpacking op de hurken gaat. Begrijp je dat?

„Als je iets draait over Vietnam of Israël moet je het wel voor kinderen begrijpelijk maken. Je moet in kinderprogramma nu eenmaal een vertelvorm vinden die aanspreekt, anders komt het niet aan. Die recensent vindt dat ik te kort door de bocht ga, maar daar kies ik bewust voor. Zo interessant is Confucius niet voor kinderen.”

In de Vietnamaflevering was je kritisch over de vader die zijn dochters loten liet verkopen en zelf niet werkte.

„Ja, daar ben ik te ver doorgeschoten in het geven van mijn mening. De kijker denkt al ‘wat een lamzak’, waarom zou je dat dan nog benoemen? Het is een gevoelig thema voor mij omdat ik het in Nicaragua al jaren zie: vaders die de hele dag niks zitten te doen. Die machocultuur. Dan word ik echt boos.”

Wil je iets aan de kaak stellen met je programma’s?

„De missie is: kinderen laten zien hoe groot de wereld is en ze gevoelig maken voor onrecht of armoede. Ook op de Bahama’s beland ik toch weer in een sloppenwijk. Dat is een persoonlijke drang.”

Heb je die drang ook in Nicaragua?

„Daar gaat het meer om het openbreken van taboes. Als je een aflevering maakt over homoseksualiteit moet je letterlijk zeggen: ‘er is niks mis met homo’s’. Dat hoeft hier niet meer.”

Ben je daar een ster?

„Niet dat ik niet meer over straat kan, maar ik deel wel handtekeningen uit. Ze hebben vooral soaps, nieuws en sport, dus als je iets anders doet, ben je al gauw bijzonder. In Nederland ligt de lat voor tv maken hoger, maar in Nicaragua is het publiek enthousiaster.”

Krijg je daar ooit kritiek?

„Dat zit niet in de volksaard. En ze hebben geen tv-recensenten.”

Metropolis. Iedere donderdag, Ned. 3, 20.55 uur